Nieuwjaarsdag 1 januari 2016
ANNE en DINY ...DEN HAM (O)
VOOR MOEDER:
Er woonde in de Peel een vrouw
die oliebollen bakken wou
met krenten en rozijnen.
Daar stond ze dan met oudejaar
en bakte maar, en bakte maar
dozijnen en dozijnen...
En de bevolking van de Peel
at veel te veel. o veel te veel.
Ze riepen: Lieve moeder, stop!
Maar het beslag was nog niet op.
met krenten en rozijnen.
Daar stond ze dan met oudejaar
en bakte maar, en bakte maar
dozijnen en dozijnen...
En de bevolking van de Peel
at veel te veel. o veel te veel.
Ze riepen: Lieve moeder, stop!
Maar het beslag was nog niet op.
De buren kwamen op bezoek
en lagen weldra in een hoek,
omdat ze niet meer konden.
De papegaai lag kogelrond
voor apegapen op de grond
en ook de zeven honden.
En alle muizen waren ziek
en lagen dof in het portiek.
En aan het einde van de dag
toen was er altijd nog beslag.
en lagen weldra in een hoek,
omdat ze niet meer konden.
De papegaai lag kogelrond
voor apegapen op de grond
en ook de zeven honden.
En alle muizen waren ziek
en lagen dof in het portiek.
En aan het einde van de dag
toen was er altijd nog beslag.
PAUZE
En niemand bliefde meer een bol
en alle schuren raakten vol,
de huizen en de stallen;
Er kwam een hele hoge berg
van oliebollen. O, wat erg,
die berg is omgevallen
met veel gerommel en gedonder
en 't arme vrouwtje lag er onder.
En 't laatste wat ze zei was: Ach,
er is nog net een rest beslag...
en alle schuren raakten vol,
de huizen en de stallen;
Er kwam een hele hoge berg
van oliebollen. O, wat erg,
die berg is omgevallen
met veel gerommel en gedonder
en 't arme vrouwtje lag er onder.
En 't laatste wat ze zei was: Ach,
er is nog net een rest beslag...
Waarmee ik dit maar zeggen wou:
Een zalig uiteinde, mevrouw,
maar als u bakt eventueel,
denk aan het vrouwtje uit de Peel
en maakt u niet teveel beslag!
Gegroet, mevrouw en goedendag.
Een zalig uiteinde, mevrouw,
maar als u bakt eventueel,
denk aan het vrouwtje uit de Peel
en maakt u niet teveel beslag!
Gegroet, mevrouw en goedendag.
Annie M. G. Schmidt
Verkeerd gereden ...omdraaien!
De selfie bij Be- Jo
Tussen kerst en jaarwisseling....vrije tijd!
Een groeiende BULT!
Een doorkijk!
Trein op spoorbrug!
Langs de spoorbrug!
De verruiming!
Bij de verruiming!
Een boot ....3 keer!
De eenden zwemmen naar het nidden...als de boot voorbijkomt!
In des verte!
De eenzame fietser
De wandelaars!
Het VOLVO- kerkhof!
Bungalows op het industrieterrein!
De MOKKENBURG!
Bisschop was aan het snoeien!
Beter bekijken!
Daarnaast de ponypark!
De DORONICUM in bloei
De mysterieuze plek!
De min-of-meerkoeten!
De entree!
De wandelaars
De dichteres van Noordhorn!
Langs de bomen!
Thuis met bezoek!
Uit Malmö!
Uit Malmö!
2 januari 2016
Kan dat!?....
.........of komt dat ook dit jaar nog!
Op oudjaarsdag .......
............klaar zetten!
HUMMEL TUINTOTAAL
Bij de adoptieve BOOM van Jan BLAAUW
Klaarzetten!
Brandhout!
Achter de boom van Jan Blaauw
Het helpen van meisjes en jongens!
Daar is een hut!...
.......die dient als schuur!
Op het SIP-park!
Met toeschouwers!
Aanvoer!
Bij FYSIO FIT!
Van hot naar heen
Uitpakken!
Vuur erbij!
De toeschouwers!
De helper!
De hoop groeit!
Oud hout!
De HOOP!
Der jeugd!
Melkbussen!
Carbidschieten!
NOORDHORNERS!
Kampvuur!
Wat gebeurt nu met de boom!
CARBIDSCHIETEN!
Jan Mark en moeder gaan weer huiswaarts!
LA MYSTERIEUZE!!
Vuurwerk....van niets!
Van achter het raam!
3 januari 2016
Van het afgelopen jaar!!
Wat overbleef van de jaarwisseling van 2014- 2015!
Bij de jaarwisseling van 2015- 2016!
Met de rest van kampvuur
De boom ITSELF geadopteerde door Jan BlAAUW
Me....itself!
De wandelaars......
........ met ieder zijn hond!!!!
Het is nu zondag....
...maar zaterdag kon het nog!!
Bij KOOPMAN!
Doodstil water...
..........er werd zelfs niet gefluisterd!
GRAFITY
Een letterlijk:
........... ECHO!
De verrijking met deze verruiming!
...dus nog een keer!
Trein op de spoorbrug!
De wandelaars!
Mooi...de eerste in de verruiming!
Dit is de tweede......met dezelfde CANON en dezelfde FOTOGRAAF!!
Apart!!
Ook bij deze zorgboerderij....doodstil water...
.......dus dubbel!!
Langs de berm!!
Dezelfde wandelaars....
.......ieder met zijn hond!
Langs de spoordijk!
MOKKENBURG!
De mysterieuze plek!
ENTREE!!
Voor deze keer....een beetje onkies.....
.........dus is het KUIS
Een ZWEEDSE bij haar grootouders!
Oma en de halfgebakken Zweed!
Dat zie je duidelijk!
Omdat heel apart is......
....nog een keer!
Een Zweed!!
...met een Nederlandse achternaam!
Dan heb je wat in huis!
4 januari 2016
De tafelbrug in Noordhorn

De tafelbrug over het Van Starkenborghkanaal tussen Noord- en Zuidhorn. Bijna rimpelloos kanaalwater, geen boten, wel weerspiegeling.

Vanmorgen kon ik rustig de tijd nemen, midden op de voormalige Rijksstraatweg, om een foto te maken van tafelbrug in tegenlicht. Deze brug wordt dus vervangen dit jaar. Dat gaat nog wel een jaar lang overlast geven, vooral de eerste maanden van 2017. Hopelijk is het midden 2017 allemaal gereed.
(JBLAAUW)
De tafelbrug in Noordhorn
De tafelbrug over het Van Starkenborghkanaal tussen Noord- en Zuidhorn. Bijna rimpelloos kanaalwater, geen boten, wel weerspiegeling.
Vanmorgen kon ik rustig de tijd nemen, midden op de voormalige Rijksstraatweg, om een foto te maken van tafelbrug in tegenlicht. Deze brug wordt dus vervangen dit jaar. Dat gaat nog wel een jaar lang overlast geven, vooral de eerste maanden van 2017. Hopelijk is het midden 2017 allemaal gereed.
(JBLAAUW)
Het stoplicht staat op rood - het stoplicht staat op groen - in NOORDHORN is altijd wat te doen.
De uitspraak over ALMELO geldt ook voor NOORDHORN.
Herman Finkers
Na de hbs in Almelo ontdekt Herman Finkers (1954) tijdens zijn studie psychologie in Groningen zijn talent voor cabaret. Hij wint op het Camarettenfestival van 1979 drie prijzen en trekt twintig jaar lang langs de theaters met voorstellingen als 'EHBO is mijn lust en mijn leven' en 'Kalm aan en rap een beetje'. Tot 2000. De inspiratie is weg, hij trekt zich terug. Kort daarna krijgt hij te horen dat hij chronische lymfatische leukemie heeft. In 2007 keert hij terug op de planken met 'Na de pauze'. Daarna volgen de cd's 'Liever dan geluk' (2010) en 'Koo wit de floo in Almelo' (2015), beide medegeproduceerd door zijn muzikale kompaan Daniël Lohues. Eind dit jaar neemt hij de Vara-oudejaarsconference voor zijn rekening.
Azra, Ilse, Daphne en zo,
O, de mooiste meeks hef Almelo.
Van miss World töt astronaut,
't is ammoal hier in Almelo bouwd.
Ene Kahn in Pakistan kwam der met
'n atoombom an.
"Woar vun ie den dan?" vreugen ze,
Kahn zee: "O,
den kump oet Almelo."
De een leest hier een stukkie uit de Koran
de ander een encycliek.
Maar hun vaders stonden naast elkaar
in de textielfabriek.
In Noordhorn heeft men zich al een paar jaren druk gemaakt rond de rondweg en de verbetering van het Van Starkenborghkanaal in het kader van de transportweg Lemmer- Delfzijl.
Men kwam tot afbraak van twee panden aan de Langestraat ten behoeve van de bouw van een tunnel.
De weg werd omgeleid over een nieuwe hoge brug over het Van Starkenborghkanaal.
Het kanaal werd tezelfder tijd verruimd tussen het Noordhorner tolhek en de spoorbrug.
In 2016 zal tenslotte de hefbrug en de spoorbrug worden vervangen.
Gevolg is, dat men in 2018 klaar komt met dit karwei.
Men is eind 2015 begonnen met de aanleg van de spoordijk naast de bestaande spoordijk.
Tevens heeft men de bomen gekapt en de grond langs het kanaal geëgaliseerd.
Dit jaar wordt dit voortgezet!
ER IS ALTIJD WAT TE DOEN IN
NOORDHORN!!
...ALDUS!!
6 januari 2016
Opzij!
Achter...weinig te zien!
GROOT NIEUWS uit Leeuwarden:
Rechts:
FOLKERT DE HAAN en HARM VISSER!
Vandaag 1 jaar geleden

De tafelbrug over het Van Starkenborghkanaal tussen Noord- en Zuidhorn.
Bijna rimpelloos kanaalwater, geen boten, wel weerspiegeling.

Vanmorgen kon ik rustig de tijd nemen, midden op de voormalige Rijksstraatweg, om een foto te maken van tafelbrug in tegenlicht.
Deze brug wordt dus vervangen dit jaar.
Dat gaat nog wel een jaar lang overlast geven, vooral de eerste maanden van 2017.
Hopelijk is het midden 2017 allemaal gereed.
(JBLAAUW)
Mijn kleindochter!
Een tekening!
Samen met Lianne!
Uit het raamOpzij!
Achter...weinig te zien!
GROOT NIEUWS uit Leeuwarden:
Groot nieuws Organisatie Elfstedentocht in spoedberaad bij elkaar.
Maandag 4 januari is in het geheim een spoedoverleg te Leeuwarden.
Diverse ijsmeesters hebben op de weg naar de bijeenkomst heimelijk metingen verricht en verwachten dat de ijslaag komende nacht zodanig zal aangroeien dat een tocht der tochten niet uitgesloten is.
Wel is de organisatie er nog niet helemaal uit.
Zo melden bronnen.
Ten eerste zal dit de eerste keer zijn dat er geschaatst zal worden op de wegen en moeten deelnemers middels veerponden worden overgezet.
Ook voorziet men logistieke problemen wat betreft toeschouwers!!
P. Paulusma heeft aangegeven dat de ijsgroei komende nacht aanzienlijk zal zijn.
De provincie Friesland vraagt zijn inwoners om alleen in geval van noodzaak zich op de wegen te begeven.
Elk voertuig kan namelijk de kwaliteit van het ijs aantasten.
Rijkswaterstaat is in de hele provincie druk bezig.
De historische woorden zijn helaas nog niet uitgesproken maar de ijzers kunnen uit het vet en of het nu wel of niet door zal gaan, morgen is schaatsen van en naar het werk niet uitgesloten.
Maandag 4 januari is in het geheim een spoedoverleg te Leeuwarden.
Diverse ijsmeesters hebben op de weg naar de bijeenkomst heimelijk metingen verricht en verwachten dat de ijslaag komende nacht zodanig zal aangroeien dat een tocht der tochten niet uitgesloten is.
Wel is de organisatie er nog niet helemaal uit.
Zo melden bronnen.
Ten eerste zal dit de eerste keer zijn dat er geschaatst zal worden op de wegen en moeten deelnemers middels veerponden worden overgezet.
Ook voorziet men logistieke problemen wat betreft toeschouwers!!
P. Paulusma heeft aangegeven dat de ijsgroei komende nacht aanzienlijk zal zijn.
De provincie Friesland vraagt zijn inwoners om alleen in geval van noodzaak zich op de wegen te begeven.
Elk voertuig kan namelijk de kwaliteit van het ijs aantasten.
Rijkswaterstaat is in de hele provincie druk bezig.
De historische woorden zijn helaas nog niet uitgesproken maar de ijzers kunnen uit het vet en of het nu wel of niet door zal gaan, morgen is schaatsen van en naar het werk niet uitgesloten.
Gevonden bij Gerus Folkersma!
Rechts:
FOLKERT DE HAAN en HARM VISSER!
Al verwerkt,
ook op de site van Folkert de Haan!
ook op de site van Folkert de Haan!
De tafelbrug over het Van Starkenborghkanaal tussen Noord- en Zuidhorn.
Bijna rimpelloos kanaalwater, geen boten, wel weerspiegeling.
Vanmorgen kon ik rustig de tijd nemen, midden op de voormalige Rijksstraatweg, om een foto te maken van tafelbrug in tegenlicht.
Deze brug wordt dus vervangen dit jaar.
Dat gaat nog wel een jaar lang overlast geven, vooral de eerste maanden van 2017.
Hopelijk is het midden 2017 allemaal gereed.
(JBLAAUW)
De Haan:
''Ik heb er liever een uit Denemarken dan uit Amsterdam''
En ik kreeg één uit ZWEDEN!
die werkt in DENEMARKEN!
maar ook een .....
DE HAAN!
JAN MARK DE HAAN
Op de achtergrond hebben we JENS DE HAAN ook nog!!
die werkt in DENEMARKEN!
maar ook een .....
DE HAAN!
JAN MARK DE HAAN
Op de achtergrond hebben we JENS DE HAAN ook nog!!
7 januari 2016
De gluurfotograaf!
Uit:
De OUDE DOOS
Een leraar psychologie loopt rond in het klaslokaal en vertelt over het omgaan met stress.
De gluurfotograaf!
Uit:
De OUDE DOOS
15 januari 2013
Argeloos kom ik terug van mijn slenterwandeling.
Wat zie ik in de Langestraat?....... een grote vrachtwagen.
In de vrachtwagen staat de schuifpui voor KOK
KOK gaat even kijken, of hij wel voor hem is!
Toch wel!
Helaas......er is niemand, die hem kan helpen, behalve de fotograaf, die antwoordt, dat dát kan pas....morgen.....in de hoop, dat het dan niet meer hoeft!
Helaas het verslepen van de schuifpui kan niet.....want KOK heeft zijn mannetjes niet kunnen waarschuwen.
De vrachtwagen heeft zijn komst niet aangekondigd.
Hij moet dus onverrichterzake terug....met de schuifpui, om het morgen weer te proberen!
Dan maar binnen kijken!
De gipsplaten worden bevestigd
De vertrekken zijn nu ook zichtbaar.
Een oude deur zal worden hergebruikt
En.... het uitzicht over de landerijen
Een glas water
Een leraar psychologie loopt rond in het klaslokaal en vertelt over het omgaan met stress.
De leraar heeft een glas water in zijn hand.
Alle leerlingen verwachten de vraag of het glas halfvol of halfleeg is.
In plaats daarvan vraagt de leraar met een glimlach op zijn gezicht:
'Hoe zwaar is dit glas?'
De leerlingen geven antwoorden variërend van 25 gram tot 200 gram.
Gevonden op Facebook!
De leraar antwoordt: 'Het absolute gewicht doet er niet toe.
De zwaarte hangt vooral af van hoe lang ik het vasthoud.
Als ik het een minuut vasthoud, is het geen enkel probleem.
Na een uur krijg ik pijn in mijn arm.
En als ik het glas de hele dag vasthoud, zal mijn arm gevoelloos worden en verlammingsverschijnselen vertonen.
Hoe langer ik het vasthoud, hoe zwaarder het wordt.'
De leraar vervolgde:
'Stress en zorgen zijn als dat glas water.
Er even aan denken is geen probleem.
Als ik er langer aan denk, zal het me pijn gaan doen.
Als ik er de hele dag aan denk, zal het me verlammen.
Ik zal tot niets meer in staat zijn.'
Het is belangrijk om stress en zorgen los te laten.
Zo vroeg als je kunt.
Accepteer je situatie en richt je aandacht op wat je wel kunt doen.
Vergeet niet om het glas water op tijd neer te zetten!
Gevonden op Facebook!
9 januari 2016
DE TIJGER
DE TIJGER.........op sokken, als ik naar hem kijkt, trapt hij op zijn rem.....
.......of neemt wat in....
........om op je af te springen.
Verder ploetert hij door de rulle sneeuw....
Dat gaat op één poot!
.......hoewel het weer is nu redelijk!....
.......met zonneschijn!
De tijger heeft alle vieren!
De hele week zagen we ijzel.
Het gevolg was:
We bleven binnen om te schilderen!
De dubbele Sicke Benninghestede aan de Langestraat Zuid….
JB
Uit de OUDE DOOS
januari 2014
Een grauwe wereld bij de hoge weg!.....nog onbegroeid!
De kraan bij het kanaal!
De vrachtauto met onderleggers
De grijper pakt de onderlegger van de vrachtauro!
Er wordt overlegd!
De overkant
De MvO inactief!
Al leeg?
Deze "AFVAL" speciaal bij elkaar geharkt voor Ettie de Vries
Zelfs keien zijn van de partij voor de rotonde!
Eenzaam op de heuvel!
Twee vliegen in één klap:
De KNOL-vrachtauto en de hoge weg aan de andere kant!
Ook al twee vliegen in één klap:
De kaan en de "lonesome cowboy"!
Daar heb je hem al weer!
De overkant!
Wat doet deze mooie boot hier?
Als je goed kijkt, dan tilt de kraan de "boekenleggers"of "spoorbielzen" of "onderleggers"!!
Hij staat erbij te kijken!
Ze gaan de lucht in.
Vegen?:..............op de vrachtauto!
Toch nog enige activiteit in de kerstvakantie!
De verspieder!
10 januari 2016
DE TIJGER!
De OTICONPET!
KOOPMAN op 2.6 meter hoogte!
In gelid!
UUT GRUNN
De parkeerterrein van de voormalige DE DOBBE
Het werk ligt nog stil!
........langs de spoordijk!
De verruiming!
De LOZE VISSERSSHOW
Je ziet ze zitten langs het kanaal!
Reclame op de auto!
Waarschuwt hij?
..is die man beter uitgerust!
Hij waarschuwt voor de naderende boot!
De dobber gaat misschien op hol!
Hij gaat waarschijnlijk inpakken!
SUANCA
Let op je dobber!
Gaat hij ook nog barbecuen?
De laatste in de rij vissers!
De wandelaar ....
.....met de HERDER!
Het rijtje vissers!
Het laatste rijtje!
MOKKENBURG doemt op te midden van de weilanden!
Een boot!....bij BURGLER!
Ik nader de MOKKENBURG!
Het wandelvolk!...
...met twee honden en een kind!
De aparte struik....groen-wit-geel
Mokkenburg!
De pony-park
De mysterieuze plek!
De eenden die voeden!
Ze pikken wat hun gading is!
Wie ontmoet ik op mijn pad!?
De entree....een beetje vaag!
De boom van Jan BLAAUW
Hij smeult nog na van de jaarwisseling van 2014-2015
Hallo Jampie,
Gezondheid,geluk en liefde voor jullie allemaal!Bedankt voor alle gezellige mails met foto's. Hebben jullie het een beetje uitgehouden met dat barre weer in het Hoge Noorden? Gelukkig is het weer voorbij. Wat een verschil met het weer in zo'n klein land. Vandaag is onze zus Tity jarig zij is 78 jaar geworden. Ja, Jan wIj worden echt oudjes. Een lieve groet voor jullie allemaal! Groetjes,
Herman en Janny of Speulkje.
Wij hebben gisteren Tity nog niet gefeliciteerd op de e- mail.
Dat kan nog wel bij deze!
Goeie foto ,
Dan zie je de baard niet!!!Groet,
Herman
De leuke van FACEBOOK
Een rondje NOORDHORN
De kerk en de molen!
De rotonde!...met bomen!
Al zijn bomen op een rijtje!
Wie is J T- ?
Een hovenier!?
MEESTER
De SLAG
"Het water staat deze wandeling toe.....!?"
Geen hond.....
......wel een camera.....
.......en....
.........goed gemutst!
Op weg....
.....misschien brengt hij een groet naar.......!?
...de geadopteerde boom.....
....of naar de Hockeyclub!
Het toneel van de SLAG bij NOORDHORN
Het pad!
De toegang.....waarheen?
..........en waartoe!
...naar JAN TEMPEL!?
Het rondje dat de buschauffeur kan maken!?
De wachthuisjes!
De LANGESTRAAT!
Hwt mooiste huis van het GOUDEN HOUKJE aan het eind van de Langestraat!
Artsenwoning!
Het huis van Brinksma is verkocht aan een rentenierend boer!
Wordt hier nu gewerkt?
't GOLDEN HOUKJE
De collega uit OLDEHOVE
Voormalige kruidenier...
........merkwaardig gebouw!
....en dan de uitstalling!
Klaas de Vries
....wielredder en -hersteller!
Doopsgezinde kerk1
Een voormalige pastorie!
De GOUDEN LEEUW
Frontaal
Voormalige lagere openbare school!
De zijgevel van de school!
Ook PALUNO, nu appartementen!
De hervormde kerk!
Één van de mooiste huizen van de LANGESTRAAT!
Tussen de huizen piept de kerk naar voren!
De molen en het molenhuis!
Een toeval?
Sicke Benninghestede
Pippie Langkoushuis!
Een modern huis weggemoffeld achter Sicke Benninghestede
Pippi Langkous-huis!...
........frontaal!
Weduwe Wiegersma.........
.....(Lector kinderpsychologie)
Kruizinga!
...leraar technisch onderwijs!
Het PARKJE!
Op eenzame hoogte!
Gepensioneerd leraar!
Waar DE HAAN werkte!
12 januari 2016
Mijn kleindochter was verkleed als.....?
...zoals Dave Bowie ook was verkleed...
het verschil was:......
....mijn dochter zong bijzonder mooi...
........nu weer in Zweden!
Jan Thijs,
En het huis van de Wiegersma’s staat leeg, want ze zijn beiden overleden
(aldus buurman Lammert Kruizinga).
Groet,
janB
"Het weer staat deze wandeling toe.....!?"
Geen hond.....
......wel een camera.....
.......en....
.........goed gemutst!
Op weg....
.....misschien brengt hij een groet naar.......!?
...de geadopteerde boom.....
....of naar de Hockeyclub!
Geschreven januari 2014:
DE TV- HOER
Wat doet mijn rechterhand...............
Zij tast in het rond.....
Wat toch ontbreekt toch hier!...
Dat al zo lang hier was!
Beleef ik dat als een handicap?
...of vind ik dat zo erg prima.
Zodra mijn breuk weg was,
kwam de zeurpijn op haar plaats.
En langzaam liep ik weer kwieker
dan voorheen.
Zelfs het fietsen tegen de wind.
Ik vind het goed als een tevreden kind!
Alleen het tillen....!
Dat is verboden!............
maar is dat wel zo kloten?
Dat doet mij denken aan Klooten en niet zo Bie.
Het ging over het MUSEUM!!
De vloer was daar ingesmeerd met pindakaas.
en daarvoor was het MUSEUM voor miljoenen verpatst.
Het doet mij denken aan mijn tweelingbroer
die speelt mee in DE SLIMSTE MENS Hij sprak van het feit, dat het museum het spoor was bijster. Hij maakt af en toe een rake uitspraak en drukt tenslotte op een toeter. De gedachtesprong brengt me naar Jan Mulder, die getransfereerd werd van Anderlecht naar Ajax. Hij speelde samen met Cruyff als een tweelingbroer. Zo denk ik aan mijn tweelingbroer, die spreekt over de Zwitser Roger Federer, naar wie hij graag kijkt, hoewel hij geen sportliefhebber is. Mijn tweelingbroer is Maarten van Rossem. Ik betrap hem vaak op een gedachte, die ik ook koester. Hoewel, hij bemint de poezen, waaraan ik geen tijd verdoe. De vraag, waar ik mee zit, is: Is hij de slimste (?) of is hij slechts een jurylid en krijgt hij aldus het deksel op zijn lid. Ben ik dan nog wel zijn tweelingbroer, want echt ik ben geen TV-hoer. Moet ik hem rangschikken bij mensen als KEIL, HUISMAN, PAUL DE LEEUW, JEROEN PAUW JAN, JAAP en de kinderen en NICK& SIMON en van wie wordt men verder ook geil? Wie was de voorzitter van de Tweede Kamer en is nu tafeldame van MARTHIJS. Kortom wie is er nog helemaal niet goed wijs. Wie is bekend als een tweeling van JOHAN CRUYFF? Hij verdoet zijn tijd bij MARTHIJS VAN NIEUWKERK en het program van JACK VAN GELDER namelijk de STUDIO VOETBAL, Is dat niet JAN MULDER? Op zondag is hij present bij STUDIO VOETBAL en sluipt naar het westen om op maandag aanwezig te zijn bij VAN NIEUWKERK en ..........trekt dan weer naar het noorden en ..........schrijft dan verder aan zijn autobiografie of zijn columns. Voorlopig volgen wij de gangen van Maarten van Rossem op de TV Is hij een TV -hoer of verdient hij bij om zijn pensioen wat te spekken, of ........ is hij ook zo'n hobbyboer en niet dadelijk een TV- hoer!
In 2016 is in de winterperiode "De Slimste" ook op de programmalijst gezet.
De heer Maarten van Rossem speelt als jurylid stevig mee met zijn commentaarstem, waarbij zijn stem de alleraardigste zaken somber weergeeft.
Verder zagen we al de eerste uitgave van de tournee met zijn broer en SIS, die in de eerste uitgave in Den Haag de brui eraan gaf en wegliep terwijl haar broers desolaat achter bleven!
Zo moet Maarten, die een schorpioen is, de hele winter van 2016 het scherm vullen bij gebrek aan beter.
13 januari 2016
Wim de Bie
Zal ik me ook laten interviewen over 'mijn ontmoeting met David Bowie'?
Ik heb geen woord met hem gewisseld!
43 getrouwd!
The FLOWERS...
........TULIPS!!
De TIJGER!!
De schoffelaars voor de derde keer in actie...
vlak achter elkaar!
Nu in januari 2016
's Morgens op tijd!
Nu aan de koffie?
...of de lunch!?
Nee nu naar huis!
Korte dagen...
.....of is het schoffelen klaar...
......reeds!!
Noordhorn
Twee woningen van de Langestraat nummer 9 en 11.
Let op de link onder deze foto!
Een lol!!
|
18 januari 2016
Willem WIERINGA:
Wat is er met het schrik hek gebeurt
Volgens mij is er een auto tegen aan gegleden
De man/vrouw heeft de schrik goed te pakken
Dit moet een oplettende fotograaf toch zien !
Commentaar:
Men kan pas fotograaf zijn, als men gecanoneerd wordt, dat is niet altijd het geval.
Pas dan gaat men over naar actie, trouwens wat is een schrikhek en waar kan men hem niet vinden?
Uw tip is op deze manier niet te gebruiken:
Een glijdende auto en het schrik hek?........WO IST DER BAHNHOF!
(0m te spreken met Kloten en niet zo BIE!)
Geachte Buurman de fotograaf die af en toe een omgereden bord over het hoofd ziet (ouderdom ?).
Geachte Buurman de fotograaf die af en toe een omgereden bord over het hoofd ziet (ouderdom ?).
Bijgaand een tekening van het hekwerk wat zal worden geplaatst bij de tunnel putten, ik zie regelmatig het woord parkje maar daar is absoluut geen sprake van.
Het wordt een afgesloten terrein niet toegankelijk, vandaar dat dit hek daar geplaatst gaat worden de komende maanden.
Met vriendelijke groet,
Geachte heer Wieringa,
Hierbij ontvangt u van mij een tekening wat wij u als voorstel doen.
De waaiers worden vast gelast aan de pilasters van de dubbele draaipoort.
In afwachting op uw reactie.
|
.......zichtbaar op de foto's!
Reclame voor OTICON...!
...en niet voor scheermesjes!
En KOOPMAN!
Het jacht!
Koopman met zon!
Zonder de zon!
Wel bekend!
De kantine van TIOL
SLOOPWAARDIG!
....in 2016
Vorst in de grond...niets te beleven!
Het werk ligt stil!
Besneeuwd......de apparaten!
DURAN....een schip!
Onder de spoorbrug!
De VERRUIMING!
De pijpen liggen klaar!
Het schip gaat zijn gangetje!
De spoorbrug!
De verzorgingsboerderij!
Eenden aan de kant!
Jas uit!..
.......te warm!
De VERRUIMING bij het TOLHEK!
Het weiland van DATEMA!
De wandelaars!
De putten in het weiland van De Jong!
Glibberig?
Mokkenburg doemt op!
De galerij van bomen langs de MOKKENBURGWEG!
Het autokerkhof van VOLVO
De voortzetting van de galerij!
MOKKENBURG!
Veel wandelaars!
Zonnig!
De kastanjeboom!
De achterkant!
Clara:
Hoe kan ik jouw site vinden?
De fotograaf:
Nou, dat kan ik wel weer vertellen!
Heb je hem niet gevonden?....
.......alle foto's van VAN DER VELDE voor niets!...
...nooit gezien!
Nou, weer..
....goed intikken GOOGLE,...
.....dan JANTHIJSDEHAAN intikken....
en dan eventueel MAANDBOEK!
Lukt dat?
Clara:
Ik probeer het direct, als ik thuis kom.
Ajuus !
En ze liepen verder!
Het ponypark!
Daar gaan de dames...op naar de computer...deze hunnies!
Daar zien we de lange Noordhorner en zijn klein vrouwtje!
De groet van de TIJGER!
John
Allcock
18 januari 2016
Willem WIERINGA:
Wat is er met het schrik hek gebeurt
Volgens mij is er een auto tegen aan gegleden
De man/vrouw heeft de schrik goed te pakken
Dit moet een oplettende fotograaf toch zien !
Commentaar:
Men kan pas fotograaf zijn, als men gecanoneerd wordt, dat is niet altijd het geval.
Pas dan gaat men over naar actie, trouwens wat is een schrikhek en waar kan men hem niet vinden?
Uw tip is op deze manier niet te gebruiken:
Een glijdende auto en het schrik hek?........WO IST DER BAHNHOF!
(0m te spreken met Kloten en niet zo BIE!)
Geachte Buurman de fotograaf die af en toe een omgereden bord over het hoofd ziet (ouderdom ?).
Geachte Buurman de fotograaf die af en toe een omgereden bord over het hoofd ziet (ouderdom ?).
Bijgaand een tekening van het hekwerk wat zal worden geplaatst bij de tunnel putten, ik zie regelmatig het woord parkje maar daar is absoluut geen sprake van.
Het wordt een afgesloten terrein niet toegankelijk, vandaar dat dit hek daar geplaatst gaat worden de komende maanden.
Met vriendelijke groet,
Geachte heer Wieringa,
Hierbij ontvangt u van mij een tekening wat wij u als voorstel doen.
De waaiers worden vast gelast aan de pilasters van de dubbele draaipoort.
In afwachting op uw reactie.
|
.......zichtbaar op de foto's!
Reclame voor OTICON...!
...en niet voor scheermesjes!
En KOOPMAN!
Het jacht!
Koopman met zon!
Zonder de zon!
Wel bekend!
De kantine van TIOL
SLOOPWAARDIG!
....in 2016
Vorst in de grond...niets te beleven!
Het werk ligt stil!
Besneeuwd......de apparaten!
DURAN....een schip!
Onder de spoorbrug!
De VERRUIMING!
De pijpen liggen klaar!
Het schip gaat zijn gangetje!
De spoorbrug!
De verzorgingsboerderij!
Eenden aan de kant!
Jas uit!..
.......te warm!
De VERRUIMING bij het TOLHEK!
Het weiland van DATEMA!
De wandelaars!
De putten in het weiland van De Jong!
Glibberig?
Mokkenburg doemt op!
De galerij van bomen langs de MOKKENBURGWEG!
Het autokerkhof van VOLVO
De voortzetting van de galerij!
MOKKENBURG!
Veel wandelaars!
Zonnig!
De kastanjeboom!
De achterkant!
Clara:
Hoe kan ik jouw site vinden?
De fotograaf:
Nou, dat kan ik wel weer vertellen!
Heb je hem niet gevonden?....
.......alle foto's van VAN DER VELDE voor niets!...
...nooit gezien!
Nou, weer..
....goed intikken GOOGLE,...
.....dan JANTHIJSDEHAAN intikken....
en dan eventueel MAANDBOEK!
Lukt dat?
Clara:
Ik probeer het direct, als ik thuis kom.
Ajuus !
En ze liepen verder!
Het ponypark!
Daar gaan de dames...op naar de computer...deze hunnies!
Daar zien we de lange Noordhorner en zijn klein vrouwtje!
De groet van de TIJGER!
Op de EZEL!
John
Allcock
Noordhorn
de
20 januari 2016
De TIJGER!
Hij is verkocht!
Bij avond....dat betekent :
Morgen mooi weer!
De moeder met haar kind ..
.......kijkend door het raam..
..........in de avond!
Langzaam verandert de rode gloed!
Het wordt steeds donkerder....
De TIJGER zien we in duisternis ...
..........komen!
Bij dag...
...helder!
Het WITTE HUIS!
Een schip dat de brug nadert!
...sluipt tot onder de brug!
...En komt weer tevoorschijn aan de andere kant!
Hier wil ik komen...
......en wordt afgeremd...
...naar TIOL!
...maar ik ben niet DOORGAAND RIJVERKEERDus .
.......ik ga links!
Langs de tennisvelden!
Het overzicht....
...het dorp NOORDHORN!
Bijna...
....bij de tennisvelden!
Ze zijn wat wit!
Daar is de SPOORBRUG!
De verbeterde spoordijk!
...in de hoogte!
Achter de tennisvelden!
De SPOORBRUG!
Bij BURGLER......
...links de doorgang voor de spoordijk!
Richting ....
....de HEFBRUG!
KOOPMAN aan de overkant!
...de wortels!
...van bomen!
Het overzicht van de SPOORBRUG!
...ik verlaat weer de tennisvelden!
Over de hefbrug...
...weer in Noordhorn!
De HOGE WEG!
In de wal..
...een prachtig huis!
HONDSRUG END
De tunnel
Naast het PARKJE!
Dankzij de informatie van buurman Wieringa...
.....een nieuwe naam....
....bestemd voor....HERAS-OP-GLUPHORN
Over GLUPHORN in NOORDHORN op de racefiets!
....rechts ligt HERAS-op-GLUPHORN!
....rechts ligt HERAS-op-GLUPHORN!
John
Allcock
Noordhorn
de
21 januari 2016
Ter herinnering:
Zwembad Noordhorn.
Op de derde foto (verkregen via Jan Blaauw) is goed te zien waar het zwembad destijds lag.
Het Van Starkenborghkanaal is linksonder en vanuit Zuidhorn sloeg je linksaf de "Zwembadree" op.
Zwemmen leerde je onder andere met de hengel
Zwemmen leerde je onder andere met de hengel
(2e foto)
Minpuntje was dat er geen verharde bodem was en in het zwembad krioelde het altijd van het ongedierte.
Minpuntje was dat er geen verharde bodem was en in het zwembad krioelde het altijd van het ongedierte.
Palingen, bloedzuigers en vissen kronkelden om de benen van de zwemmers heen.
Een heleboel zwemmers gruwden daarvan.
Er werd wel gezegd dat het water rechtstreeks uit het Van Starkenborghkanaal kwam.
AT YOUR SERVICE!
JENS
HERAS- RIJP!?
De tunnel!
Is dit voor landjepikken?
Dit ligt bij voormalig BE- JO, dat nu gemeentegrond is!
Het nieuwe BE- JO
RIJP:
Voor een SELFIE!
Langs de spoordijk!
Gebr. KOK!
Heel...veel...meerkoeten!
Arriva en Gebr. Kok!
De meerkoeten in het kanaal!
De gebr. KOKshow
De apotheose!
Aan de achterkant van de spoorbrug!
Vele buizen op een rij!
De VERRUIMING!
Ook al....meerkoeten!
De eenzame fiets ster!
Een mooi plaatje!
De Iepen!
Het kan dit jaar nog!
Een moeilijke keuze!
Blijft mooi!
Let ook op het schip!
Daar komt...en past in het kader!...van de spoorbrug!
Op naar de hefbrug!
Links is hij zichtbaar!
Andermaal de GEBR. KOKSHOW
De heren zijn klaar voor...
....om te vertrekken naar huis
........na een dag van werken...
.....weer!
Deze blijft eenzaam deze achter!
De Schipssloot bij BURGLER!
De meerkoetenkolonie!
De heren van KOK zijn nu naar huis!
Bij Koopman staan nog fietsen eenzaam op het parkeerterrein!
22 januari 2016

Achterin ligt het zwembad...
........de kassen van Hummel liggen daar nog!
Jan Blaauw las onlangs een schip en fotografeerde een boek..
...of is het andersom!?
Noordhorn- Grillige, winterse woensdag 20-12016
Deze foto doet wat meer recht aan de "Syracusa", dubbel te bewonderen.
Aan het eind van onze wandeling, op de oosterweg, merkten we al weer dat de klinkers glad begonnen te worden.
Net op tijd de wandeling voltooid!
En wat de "Syracusa"betreft.
Toeval of niet. maar in het boek dat ik momenteel lees, verliet de hoofdpersoon met haar zeewaardige zeilboot juist de haven van deze Italiaanse stad......
Alberta Lub-Drenth
Hoe bestaat het!
Hilly Van Dijk- Vledder
Leuk als je aan het lezen bent en je komt dan iets tegen met ""Syracusa"varednd in het Van Starkeborghkanaal!
Dat maak je haast nooit mee!
Jan Thijs de Haan
Een raamvertelling!
Jan Thijs de Haan
Van spoorbrug naar hefbrug!
Tegelijk waren de journalisten aan het wandelen.
Zij fotografeerden de "SYRACUSA" en keerden weer huiswaarts.
Later las Jan Thijs de Haan op FACEBOOK en zag, dat Jan BLAAUW de "SYCARUSA" had gefotografeerd.
Je weet bij hem nooit........
....waaraan je toe bent!
Syracuse is een havenstad en gemeente in het zuidoosten van Sicilië, Italië.
De stad ligt aan de Ionische Zee (onderdeel van de Middellandse Zee).
In 2005 had de stad een ruime 123.000 inwoners.
Syracuse is tevens hoofdstad van de provincie Syracuse.
In 2005 werd de stad samen met de nabijgelegenRotsnecropolis van Pantalica
geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
uit:
WIKIPEDIA
De stad ligt aan de Ionische Zee (onderdeel van de Middellandse Zee).
In 2005 had de stad een ruime 123.000 inwoners.
Syracuse is tevens hoofdstad van de provincie Syracuse.
In 2005 werd de stad samen met de nabijgelegenRotsnecropolis van Pantalica
geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
uit:
WIKIPEDIA
SPOORBRUG NOORD/ZUIDHORN
Nee, ik ben er niet meer zo zeker van dat de oude spoorbrugfoto van Orion UFO
niét van Zuidhorn is....
Heb nog eens gekeken, maar de ruimte voor een tweede spoor bij de huidige
kanaalovergang ligt buiten het ijzeren hekwerk van de huidige brug.
Bijgaande foto is enkele jaren oud.
3 november 2013
De gravers zijn begonnen.........
....nu wordt het een echte CHAOS
De ene graver gooit de modder in de kuil van de andere graver en vervolgens gooit hij de modder in een vrachtauto
En waar kwam deze rotzooi weg?....Geen idee!
Wij zien nog geen structuur in wat ze doen!!
Een duidelijke kuil....maar meer is het niet!
Er komen paaltjes rond de kuil!
Is dit de veldheersblik....of dringt tot hem door, dat het werk in de bouwput voor een jaar stillegt!
Hier liggen de stenen, die vragen om een nader onderzoek!
23 januari 2016
Inloopavond spoorbrug en beweegbare brug Zuidhorn
Op woensdag 27 januari aanstaande organiseert de provincie Groningen een inloopavond over de bouw van de spoorbrug en de beweegbare brug Zuidhorn.
De avond wordt georganiseerd in samenwerking met de gemeente Zuidhorn, ProRail, Rijkswaterstaat en de betrokken aannemerscombinatie Oosterhof Holman/Van Haarst en de aannemer BSB (beweegbare brug) en de aannemer Max Bögl (spoorbrug).
De aannemers laten die avond in grote lijnen de fasering en planning van de projecten zien.
De inloopavond is van 17.00 tot 20.00 uur in Zalencentrum Balk, De Gast 39 te Zuihorn.
Meer informatie over de projecten vindt u op wwww.lemmer-delfzijl.nl.
Vaststelling wijzigingsplan 'Langestraat 9 te Noordhorn'
Burgemeester en wethouders van Zuidhorn maken op grond van artikel 3.9a Wet ruimtelijke ordening (Wro) bekend, dat op 19 januari 2016 het wijzigingsplan 'Langestraat 9 te Noordhorn'is vastgesteld.
Het wijzingsplan ligt met bijbehorende stukken op grond van afdeling 3.4 Alemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 3.8 Wro met ingang van 21 januarui ter inzage.
Achtergrond
het vastgestgelde wijzigingsplan maakt het mogelijk om een woning te bouwen op het (voormalige) perceel Langestraat 9 te Noordhorn (nabij de tunnelbak)
Wijzigingsplan inzien
U kunt het vastgestelde wijzigingsplan inzien bij de Publieksbalie in het gemeentdehuis.
Op www.zuidhorn.nl kunt u meer informatie over het wijzigingsplan vinden, het plan raadplegen en de bronbestanden van het plan downloaden.
Tevens staat het plan op http://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Het identificatienummer van hdet wijziginsplan is NL.IMRO.0046.WZNO15HERS1-VAO1
Beroep instellen
Tegen het ontwerp van het plan zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.
Burgemeester en wethouders hebben bij de vaststelling geen wijzigingen in het plan aangebracht.
een belanghebbende die aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn zienswijze naar voren te brengen, kan beroep instellen van 22 januari tot en met 3 maart 2016
In een beroepschrift moet u in ieder geval vermelden; uw naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het (onderdeel van het) besluit waartegen u beroep aantekent, zo mogelijk een kopie van het het besluit en de redenen waarom u beroep instelt.
Het beroepschrift kunt u sturen naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, posbus 20019,2500 EA DEN HAAG of indienen via het digitaal loket:
http;//digitaalloket.raadvanstate.nl/.
Voorlopige voorziening
Het instellen va\n beroep schorst de werking van het vastgestelde wijzigingsplan niet.
Om de werking van het wijzigingsplan (van het onderdeel waartegen u beroep instelt),te schorsen kunt u tijdens de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de voorzittetr van de genoemde afdeling.
Een verzoek om een voorlopige voorziening moet dezelfde gegevens bevatten als het beroepschrift.
Tevens moet u het spoedeisende belang aangeven.
Aan het instellen van beroep en het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening zijn kosten verbonden.
Meer informatie
voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Ruimte en Welzijn:
(0594)508884
Een Zaak die uw aandacht vraagt.
Noordhorner knapt historische treinwagens op
"Het is de bedoeling dat de trein ook daadwerkelijk gaat rijden"
Noordhorn- Klaas Smit stapt de oude treinwagon in die zijn bedrijfshal staat.
Daar staan nog twee treinwagons en donderdagmiddag wordt de vierde vanuit Duitsland naar zijn bedrijfshal in Noordhorn gereden.
"De wagons gaan we opknappen en gaan uiteindelijk naar het Friese Marum toe.
Daar is een mooi gerestaureerd station", vertelt Smit terwijl hij zich door het smalle gangetje van de wagon wurmt.
"Deze bankjes gaan eruit", zegt hij en gebaart naar de houten bankjes in de coupés.
"Het worden hotelwagons.
Mensen kunnen hier hier slapen.
Daarbij behouden we de stijl van de jaren '20 en '30 uit de vorige eeuw.
Het wordt heel bijzonder".
Voordat Smit de wagon binnenstapt, wijst hij naar de jaartallen op de zijkant van de groene wagon.
"Kijk, op 30 november 2012 is de wagon nog goedgekeurd om te rijden.
De wagons zijn begin dertiger jaren gebouwd en verkeren in goede staat".
Ook al komen de wagons uit Duitsland, volgens Smit gaat het om het zelfde type die van origine ook in Nederland hebben gereden.
Als het maar oud is en een verhaal heeft, dan weet Smit er wel raad mee.
Hij is namelijk restaurateur van Industrieel Erfgoed, vertelt hij.
Ïk houd me bijvoorbeeld bezig met oude fabrieken en oude schepen.
Ik ben een ongelooflijke liefhebber van allemaal oude dingen.
En dan nu deze wagons, dat is prachtig hoor.
Ik heb zelf al een hel stapel boeken aangeschaft over treinen voor het opknappen van de wagons.".
Als vrijwilliger en als restaurateur is Smit betrokken bij het vrijwilligersproject in het Friese Marum.
"We willen niet alleen het station restaureren, maar er ook ouderwetse stoomtreinen laten rijden", verklaart hij.
"Zo staat er al een grote stoomtrein waarvan de wagons dienst doen als pannenkoekenrestaurant.
Met de opbrengst daarvan bouwen we het station weer verder uit."
Bij het opknappen van de wagons krijgt Smit hulp van de andere vrijwilligers.
"In totaal zijn we met een man of twintig".
Een wagon is al helemaal gestraald, vertelt en wijst naar de voorste wagon.
De wagon daarachter oogt een stuk minder schoon.
"Ze hebben sinds 2012 stil gestaan en zitten onder het vuil en zand.
Dat krijg je in een bosrijke omgeving" lacht hij.
Eenmaal in de coupé praat Smit enthousiast over de nieuwe invulling die hij en de andere vrijwilligers eraan gaan geven.
"Heb je ooit weleens van The Orient Express gehoord?
Dat is een van de meest roemruchte spoorlijnen ter wereld en gaat van Moskou naar Peking.
Heel veel backpackers nemen die trein.
Deze trein die we gaan opknappen wordt net zoiets, een soort Bed en Breakfast.
Als restaurateur vindt Smit het belangrijk dat wat hij restaureert, ook blijvend is.
"Ik ga heel ver in het concept wat de continuiteit moet waarborgen.
Ik houd mij al dertig jaar bezig met het geven van invulling aan Industial Erfgoed.
".
Bij de wagons in zijn bedrijfshal in Noordhorn, hoort ook een locomotief.
"Maar de knappen we pas op als we met de wagons klaar zijn.
Er is niets ergers dan het opknappen van een locomotief.
Dat ding weegt wel zestig ton". zegt hij lachend.
Na de restauratie is het de bedoeling dat de twee treinen in de toekomst ook daadwerkelijk gaan rijden,
Smit hoopt de eerste twee wagons tegen de zomervakantie klaar te hebben". Maar het gaat wel een jaar duren voordat ze alle vier klaar zijn", besluit hij.
Commentaar:
Al geruime tijd had ik de hal op het industrieterrein in de smiezen.
Door het raam maakte verschillende foto's, want er was niemand.
Op een dag trof ik de man, die mij had gevraagd, waar mijn seinpaal was, die bij ons in de tuin stond.
"Naar een museum", vertelde ik hem.
Zodra ik merkte, dat hij binnen was in de hal en liep naar binnen, de hal in en maakte een paar foto's.
plotseling schoot hij van achter één wagon en begon een gesprek.
Hij vroeg, waarom ik foto's maakte.
"Voor mijn zoon, die woont in Zweden en zich interesseert voor alle treinen.
Deze wil ik naar hem sturen.
Hij vond het goed en vertelde, dat al eerder een paar knapen foto's maakten zonder zijn toestemming.
Vandaar zijn argwaan.
Bij mij zelf dacht ik, dat ik ze maar niet zou zetten op mijn site, maar stuurde ze wel vanzelfsprekend naar mijn bekenden.
Nu trof ik dit artikel, dat gaat over deze hal in op het industrieterrein in Noordhorn met de achtergrond van het geheel.
Uit:
De e- mails van het voorjaar van 2015:
De hal met de spoorwagons.
Het ging om de hal op het industrieterrein.
De eigenaar had mij staande gevraagd naar wat er was gebeurd met de seinpaal, die in onze tuin stond.
Ik vertelde, dat hij was verwijderd voor een museum op de Veluwe onder leiding van Jan Mark, die speciaal naar Nederland kwam.
De eigenaar van de hal op het industrieterrein vertelde, dat hij spoorwagons had daarin opgeslagen.
Natuurlijk vroeg ik, of ik er foto's kon maken.
Dat kon, als hij er ook aanwezig was.
Wekenlang passeerde ik de hal, maar niemand was aanwezig.
Door het raam maakte ik dan een foto, maar veel stelde dat niet voor.
Dan plotseling, kwam de mogelijkheid, want van ver zag ik, dat de hal open was.
De hobbyspoorman was in de hal.
Ik wachtte niet tot ik hem kon vragen, nee ik sloeg aan het fotograferen.
Eigenlijk wist ik nog niet, dat hij dat goed vond!
Plotseling verscheen hij en liet me weten, dat hij mijn fotograferen niet zo geslaagd was.
Hij had wel eens eerder meegemaakt, dat een paar jonge knapen ook foto's hadden gemaakt.
Hij had de foto's gezien en vond dat geen succes voor hem.
Hij vroeg, wat ik al op de plaat gezet.
Daar hoorde ook een brandwagen van Oostenrijk bij.
"Laat die maar weg", was zijn advies , "want die wagen had een kentekenbord".
De wagons vond hij wel goed.
Toen ik later over alles had nagedacht, besloot ik de foto's niet op mijn site te zetten.
Als ik de e- mail heb verstuurd, worden ze verwijderd.
De stoelen worden gereinigd, denk ik!
De e- mails heb ik op mijn computer gevonden, wat betekent, dat ik de foto's nog heb.
Nu het artikel Noordhorner knapt historische treinwagens op
stond in deSTREEKKRANT kan ik de foto's weer plaatsen!
Nu het artikel Noordhorner knapt historische treinwagens op
stond in deSTREEKKRANT kan ik de foto's weer plaatsen!
25 januari 2016
Ijdel der ijdelheden!
De AMERIKAGANGER in februari!
...op bezoek in januari Jannie en Thijs de Haan!
Een beetje sneeuw is nog over!
Deze tekeningen zij gemaakt OPA en TANTE LIANNE ,,
.......met verkrachte eenden....
......pardon...
excuus....
...met vereende krachten.
Waarbij OPA de tekeningen maakte en TANTE LIANNE de broodnodige correcties verrichtte!
NOORDHORN - Winterse vrijdag, 22-01-2016 (2)
Een uurtje geleden begon het buiten te 'tinkelen'. IJzel? H
Een uurtje geleden begon het buiten te 'tinkelen'. IJzel? H
Het lijkt weer droog, maar blijf toch maar binnen....
Vanmorgen achter de woonboerderij "Sicke Benninghestede" langs gelopen.
Vanmorgen achter de woonboerderij "Sicke Benninghestede" langs gelopen.
Zicht op het hellende deel van de verlegde N355, richting vaste hoge brug over het Van Starkenborghkanaal. (JB)
Wel dut dat!?
Indrukwekkend op onze industrieterrein in NOORDHORN!KOOPMAN stapelen!
Botsing...nee!
De trein rijdt over de spoorbrug en we kijken door naar de VERRUIMING!
De spoorbrug...
........het kan voorlopig nog!
...en dat graven!
De riolering!?
Aan de overkant!
De doorkijk bij de bunker, die spoorbrug NOORDHORN heet!
De verruiming!
Wie is een KEI....
......wie is een EEND?
De vissers!
De iepen in een rij!
Teruggekeken!
Eendenkolonie
De spoorbrug!
De opslagplaats van de gemeente!
Een echtpaar passert mij.
Hij vraagt:
"Waarom maakt men foto's van deze plek?"
Ik haal mijn CANON tevoorschijn.
"Ik weet alleen maar iets van dit apparaat!"
"Maar waarom doet u het hier?
"Waarschijnlijk om de TUNNEL:
Waarin een klein dorp GROOT kan zijn!
KRAKKIELOPEN ...
........door de Noordhorner jeugd!
Waarin een kleine man groot kan lijken.......met een baard!
26 januari 2016
Van....TOEN!
Vochtig rond de tunnel!
De chauffeur helemaal in de war!
Verkeersopleidingen........
........grappig!
Waarom dat zo groot erop schilderen?
De tractor er achter!
Bij de rotonde!
Nog steeds de ROTONDE!
DE boom JB
Entree MOKKENBURGWEG!
Mysterieuze plek!
MOKKENBURG
Mijn CANON begeeft het...
..........hij schuift uit.....
.......maar dan niet in!
27 januari 2016
Met Wim en Max op de achtergrond!
Door Jan Mark getipt op FACEBOOK!
De achtertuin!
De GANSSHOW
Ik ben alleen!
Je hoort hem LUIDKEELS!
....of waren ze met vijven
.....waar zijn de anderen!?
Wacht hij op hun komst?
Raadselachtig!
Met een argeloze voorbijganger besprak ik het feit, dat ze met dit mooie weer niet gingen werken!
...het lag stil!
Telecom wel aan het werk?!
Hopen....!?
Bij KOOPMAN wel werk!
..maar waartoe!?
...geen idee!?
Naast de tennisvelden!
Een beuk erin!
Naast BE- KO ......KOOI
Selfie!
De verbrande BOOM van Jan BLAAUW
Badend in het zonnelicht!
28 januari 2916
Toch een SIEKMAN!!?

Twee karakterhuizen aan de westkant van de Langestraat Zuid.
Links het huis van de heer Goris.
Rechts de woning van de familie Drijfhout, ontwerp van, inderdaad, Siekman.
|
|
De blits uitgeprobeerd .....
........van mijn reserve CANON
Klaar!
Op naar BALK
De entree!
BALK in ZUIDHORN
Op BSB wordt na het rampzalige ongeluk in Alphen a/d Rijn extra gelet....
De HEFBRUG!
Wordt de spoorbrug zo?
Volgens mij......
......wordt dit hem!
max-boegl
Informatie bij BÖGL
Rondkijkers!
Swart ambtshalve en rondkijkers!
Bij de hefbrug!
De heer Faber en mevrouw Agema!
Het echtpaar Kooi!
.........onder meer
Van de provincie!?
Met de vinger aanwijzen!
...de hefbrug!
De burgemeester kan ook informatie geven!
Het echtpaar Kooi...
....onder meer!
Schermpje kijken!
Binnengekomen.......
........ deze rondkijkers!
29 januari 2016
SNITS
Zo ziet blijdschap er uit!
Het was voor Foppe de Haan de eerste overwinning in de Kuip ooit!
Leuk om Foppe en het team te feliciteren.
Een tekening van Jan Jacob de Haan zijn vader Folkert gemaakt in 1958 Turfsingel in Groningen
Hallo Pa,
Hierbij wat info voor de familie.
Borg Piloersema
Sietse Veldstraweg 25
9833 TA Den Ham (bij Aduard)
Telefoon: +31 (0)50 - 403 13 62
9833 TA Den Ham (bij Aduard)
Telefoon: +31 (0)50 - 403 13 62
De data voor de expostie:
Mei 2016
3 weekenden, 7+8 mei, 14,15,16 mei (Pinksteren), 21+22 mei.
De tentoonstelling is altijd geopend van 13.00 tot 17.00 uur.
Wanneer Dick Soek van het restaurant zijn feestelijke boerenmarkt en proeverij houdt, is nog niet bekend.
Misschien zaterdag 7 of 21 mei. Dan is de tentoonstelling eerder open, vanaf 11.00 uur.
Het leukste is om te gaan wanneer de feestelijke boerenmarkt erbij georganiseerd wordt, op welke
datum dit precies zal zijn, laat ik nog even weten.
Groet Lianne
De email van Jan BLAAUW:
Ik kreeg de volgende reactie op mijn weblog van Bloeiend Onkruid:
Jerry Bergsma commented on Jan de Haan, alias Daen Hanja, Master Bokke of 'Baas de Haan'
Jan Thijs de Haan (Langestraat 3, Noordhorn), oud-docent, is een bijzondere weblog gestart over zijn vader Jan de Haan. Vader …
Jan de Haan ergens in de oorlog '40-'45, zat dagelijks bij mijn vader en moeder in een bedstee tabak te kerven. Of hij ondergedoken was weet ik niet, maar alles ging well wat geheimzinnig toe. Dit was in Sneek Friesland. We woonden op de 2de Oosterkade 42. Mijn vader (Folkert Bergsma) was chef-machinist by de zuivel fabriek Normandia, en had een machientje gemaakt om tabaks bladeren te kerven. Later liet hij er. een maken op grotere schaal by een machiene fabriek in Sneek. En er was een tijd dat Jan de Haan (Daen Hanja, Master Bokke) daar overdag zat tabak te kerven, en 's avonds als het donker werd weer weg ging. Zij woonden aan de Schoollaan als ik me dat goed herinner, tegenover de openbare school. Ook een van mijn oudere broers (Kor-Kornelis) was geloof ik vriend met Folkert de Haan?
Mijn vraag: zijn Jan de Haan's oorlogsjaren ergens beschreven?
Mijn naam: Gerben (Jerry) Bergsma, 173 Main St , St Catharines Ont, Canada
Mijn vraag: zijn Jan de Haan's oorlogsjaren ergens beschreven?
Mijn naam: Gerben (Jerry) Bergsma, 173 Main St , St Catharines Ont, Canada
Antwoord van Jan Thijs:
Reactie van Jan Thijs de Haan op de commentaar van Gerben Bergsma:
Jan,
Ik kan hier wel wat mee.
Eigenlijk heb ik het al klaar.
Graag zou ik het mailadres van deze Jerry Bergsma van jou ontvangen!.
Zijn ouder broer Kor was bevriend met mijn oudste broer Folker!
Hij is vlak na de oorlog geëmigreerd naar Canada!
Groet
Jan Thijs
Reactie van Jan Thijs de Haan op de commentaar van Gerben Bergsma:
Als zoon van Jan de Haan maakte ik een weblog over Jan de Haan, alias Daen Hanja, Master Bokke of 'Baas de Haan'.
In Sneek woonden we in de KLOOSTERSTRAAT
LINK:
Jan de Haan, alias daenhanja, enz.
FAMILIE DE HAAN uit IJLST
(Vervolg: GERBEN BERGSMA)
Ook maakte ik een weblog over mijn oudste broer Folkert de Haan, die overleden is.
Folkert schreef enkele verhalen over de oorlog, waarin hij vertelt van KOR, zijn vriend!
Hij vertelt in een verhaal, dat Kor en Otto na de oorlog emigeerden naar Canada
LINK:
Folkert de Haan
Ik vermeld de verhalen over Kor en Folkert in de oorlog!
Jan de Haan, alias daenhanja, enz.
FAMILIE DE HAAN uit IJLST
Het “Friesch Dagblad” in conflict met de nazi’s
Iets uit de bewogen dagen voor de stopzetting van het Friesche A.-R. orgaan op 20 mei 1942
DOOR J. DE HAAN
N.V. DRUKKERIJ “DE MOTOR” - SNEEK
In de schaduw van het Duitse leger, dat in mei ’40 zo bruut onze grenzen schond, doemde het nationaal – socialisme van de Hitler en zijn trawanten op. Ons leger gecapituleerd. Ons land bezet. Van een strijd met de wapenen geen sprake meer. Het was nameloos ellendig. Maar boven dat alles uit ging de dreiging van dit fantoom, dat aansloop achter het laarzengestamp van de ons vaderland binnenrukkende soldaten. Wie, die niet huiverde….. Zo stond het, toen we, in plaats van achter prikkeldraad ergens in Duitsland, het einde van den oorlog te beiden, het soldatenpak weer verwisseld hadden met het burger, en op het redactiebureau weer schaar, lijmpot en pen hanteerden.
Was voorshands de strijd met de wapens “beslecht”.de geestelijke strijd om onze hoogste nationale goederen stond op het punt te ontbranden. Scherp en duidelijk stond ons voor de geest, dat de eerste aanval van het nationaal – socialisme gericht zou zijn op onze vrije pers. Wat we niet wisten, was de geraffineerde manier waarop zulks stond te geschieden. Daar stonden we dan weer, als in de meidagen aan de grens, in de voorste linie.
Friesland ligt op het voeteneind. Dat heeft zijn tegen. Thans had het zijn voor. In de eerste maanden nadat Seys Inquart en zijn staf zich hier zetelden, genoten we nog een grote mate van bewegingsvrijheid. Anders dan de journalisten der grote bladen in het midden des lands, die zich al heel spoedig blootgesteld zagen aan het trommelvuur der nationaal – socialistische propaganda en intimidatie. Oonder de staf van de Rijkscommissaris bevond zich een kleine donkere man de Pressereferent Jancke. Deze hield al spoedig elke dag zijn persconferenties, waar aan de heren van de pers werd duidelijk gemaakt, welke de officiële nationaal – socialistische zienswijze was en tussen de regels door te verstaan gegeven, hoe goed ze zouden doen met zich in de eigen pennenvruchten daarop wat meer af te stemmen. Het A.N.P. dat met zijn wijdvertakt Telex – net de Presse – Referent in handen viel, zorgde voor getrouwe doorgave van het besprokene aan de redacties der provinciale pers, die zich van lieverlede op de witte papierrol van hun Telexapparaat, al meer “noten voor de redactie” als dessert op de gerechten van de heer Jancke zagen opgediend. Jammer genoeg kregen de ‘redacties’ ze alleen te kraken. Een “zeer vertrouwelijk, niet voor publicatie bestemd” sneed de mogelijkheid af om er onze lezers bij tijd en wijle van te laten meeproeven. We hebben er toen een verzameling van aangelegd in de hoop eenmaal ons lezerscorps te kunnen inlichten, wat we in de loop dier dagen, zoal kregen te slikken, maar helaas is deze verzameling een prooi der vlammen geworden,
Intussen lieten we deze “noten” voor wat ze waren. Onze Friese magen waren er niet op ingesteld. We konden ze niet verduwen en bepaalden ons tot uiterst zorgvuldige schifting van de stroom van zeer eenzijdige berichten uit binnen – en buitenland. Het was nu immers alles D.N.B. wat de Telex gaf. De papiermand had in die dagen een best leven, en onze trouwe schaar zorgde wel, dat de lezers gespaard bleef, wat de nationaal – socialistische propagandadienst blijkbaar wenste, dat hen juist werd voorgezet. Voorts kon de vriendelijkste uitnodiging aan de redacties der provinciale bladen om toch de persconferenties te Den Haag eens te komen bijwonen, ons niet doen besluiten naar de Residentie te trekken, zelfs niet toen de vriendelijkheid er wat af ging. Of we dan niet in Den Haag kwamen? Daar kan het Kuyperhuis van getuigen. Dat zag onze mannen van de Christelijke pers – landelijk en provinciaal – in die dagen dikwijls binnen zijn muren bijeen, onder leiding van Dr. H. Colijn of Dr. Donner.
En daar hoorden we van onze collega’s aan de grote bladen wel verluiden, hoe uit de hogere Duitse en bestuursregionen doorsiepelde, dat eerlang een algehele reorganisatie van het Nederlandse perswezen op komst was. Daar merkten we ook hoe zij, meer dan wij, onder de druk leefden, in stage onrust door het ‘gerucht’, in onmiskenbare vrees straks te zullen moeten prijsgeven, wat in jaren van strijd moeizaam was opgebouwd. Deze conferenties waren geen verkwikking. Er was nog te veel een tasten in ’t duister omtrent de wezenlijke bedoelingen van de vijand voor de naaste toekomst. Tot plotseling die bedoeling in heel argeloos onschuldigea vorm opdook. Enkele heren in den lande, w.o. de heer Goedewagen staken naar de rake typering van Dr. H. Colijn een paraplu op met de hoop daar heel de persbent onder te vangen.
Hoge verwondering bij de bestaande organisaties van ons perswezen: de vereniging van Directeuren der Dagbladpers, de Nederlandse Journalisten Kring, de Provinciale Pers. Opschudding. We hadden toch onze nationale, goed opgebouwde persorganisaties. Als de Duitsers wat wilden, was daar het adres….
Maar ‘t ging de nieuwe opgerichte organisatie, schijnbaar spontaan opkomend uit ons volksleven zelve, in wezen gedicteerd vanuit de Wilhelmstrasze, als een wonderboom……Zie wat honingzoete voorspiegelingen en bedekte intimidatie vermochten. Eerst ging de organisatie der kleine streek – en advertentiebladen overstag, een onopzienbare paleisrevolutie in de bestuursregionen en de aangesloten bladen bevonden zich onder de “paraplu”. Daarop volgde de vereniging van directeuren. Ook onder de “paraplu”. Toen stond nog de Nederl. Journalistenkring overeind maar reeds schudde de op haar grondvesten. Want eilacy, de journalisten van de ‘neutrale’ pers vormden de hoofdmoot en ze vroegen zich reeds af wat voor figuur het zou worden als ze zouden komen te staan tegenover de eigen directeuren. Bovendien, begon niet de nieuwe organisatie een hogere toon aan te slaan en liet ze al niet reeds doorschemeren, dat er gewerkt werd aan een “persverordening”, krachten welke alleen hij maar meer als journalist werkzaam mocht zijn, die bij de nieuwe organisatie was aangesloten?
Toen stroomde de Ned. Journalistenkring leeg – allen borgen zich ijlings onder de paraplu – behalve de Joden en de journalisten der christelijke pers, voor zover lid van de kring.
Voor de Joden wad geen plaats onder de paraplu. Maar voor onze journalisten, die de Christus beleden als hun Koning en Heere, wel?
Die vraag behoorde nu uitgemaakt.
Er moest een houding bepaald worden.
Naast eer en geweten.
Op grond alleen van het beginsel.
Tot dusverre was dit op elke samenkomst nog weer verschoven. Dan was het: laat ons nog even afwachten. Of “wij kunnen hier staande onze vergadering geen bindende beslissingen nemen.”
Maar nu stond de zaak o.i. heel eenvoudig. Lid worden van een organisatie, die klaarblijkelijk beoogde heel onze pers te reorganiseren op nationaal - socialistische leest met de consequenties daaraan verbonden, of - : niet toetreden en liever alles op te offeren, dan een stap te zetten op een weg, die ertoe noest leiden – de eer te bezoedelen, het geweten te verkrachten en het beginsel te verloochenen.
Was voor de anderen nog een beginsel in geding geweest, dan had dit thans wel bewezen krachteloos te zijn, maar zo stond het voor ons als Christusbelijders niet. Wij hadden het Woord Gods, dat stand houdt in eeuwigheid. Met dat Woord zouden wij nooit bedrogen uitkomen. Helaas – het is velen onzer gegaan als Petrus, die meer op de golven dan op Jezus zag. Er waren onder ons kleingelovigen, die hebben gewandeld.
Wij dat was allen door genade,
De onderlinge samenspreking leidde ook nu tot geen tastbaar resultaat. Allthans niet positie. In het negatieve kwam men tot overeenstemming niets te ondernemen buiten elkander om. Weldra spitste zich de zaak, ook voor de provinciale bladen toe. De Duitse druk werd sterker. Ook in elke provincie werd nu een Pressereferent aangesteld en de regionale bladen werden door deze opgetrommeld om ter persconferentie te verschijnen,
Te Leeuwarden aan het Zaailand verscheen Pressereferent Weitlich en op een goede morgen gewerd ons telefonisch het verzoek aldaar te willen komen. De heer Weitlich zag niets liever dan dat ons blad vertegenwoordigd zou zijn door de hoofredacteur H. Agra.
Ieder, die zich nog herinnert hoe in die tijd elk lezer met haast en verlangen naar de krant greep, om te zien, wat H. Algra schreef, zal begrijpen waarom. Na overleg met de hoofdredacteur werd besloten, dat ik de persconferentie zou bijwonen.
We werden wel als dienaren van de koningin der aarde ontvangen. Het gold een kennismaking. Er werden sigaretten gepresenteerd en honingzoete woorden gesproken. De Pressereferent toch zou niets liever dan de bladen met raad en daad bijstaan, hij hoopte op een goede samenwerking. Maar al spoedig bleek, dat de Pressereferent nog iets op zijn hart had. Er zou een Duits operagezelschap met balletdanseressen in Leeuwarden optreden. Dat moesten de Friezen vooral zien en de provinciale bladen werd verzocht hiervoor propaganda te maken. Het benodigde materiaal werd verstrekt. De vertegenwoordigers van neutrale en socialistische pers accepteerde, maar thans werd het mijn om te spreken. Toen deelde ik de Pressereferent eenvoudig mede, dat ons blad in geen geval propaganda maakte voor een operavoorstelling. Als Calvinistisch blad veroordeelde het principieel wat de Pressereferent vroeg extra aan te bevelen. De heer Weitlich verwonderde zich daarover.
In Duitsland bezochten de Evangelischen en Lutherschen zonder enig bezwaar de opera, Ik zette uiteen, dat ons Calvinistische beginsel zich met toneel enz. niet verdroeg. Dan hadden de Calvinisten – hij wist maar nauwelijks wat daaronder verstaan moest worden – wel een strenge levensbeschouwing, merkte hij nog op. “Zeer streng”, repliceerde ik. Hiermede was dit incident gesloten. Er werd niet verder op aangedrongen, dat wij propaganda voor deze Duitse opera zouden maken.
Dadelijk na afloop deze eerste persconferentie vervoegde ik mij bij Mr. D. Okma, de voorzitter van de Persvereniging om deze op de hoogte te stellen. Mr. Okma was het met de door ons aangenomen houding volkomen eens, We namen geen letter over de opera op en op de tweede persconferentie, namens ons blad bijgewoond door onze Leeuwarder redacteur B.L. de Jong, viel er geen woord meer over. We kregen de neutrale bladen een reprimande over het verslag dat ze van de opera gegeven hadden.
Nog scherp in mijn herinnering staat ook de tweede maal dat ik voor ons blad een persconferentie bijwoonde. Dit was een “gala”conferentie. De grote “baas” de heer Jancke “himself”, zou een uiteenzetting geven. Waren we de eerste maal als vertegenwoordigers der Friesche Dagbladen met ons vieren of vijven, nu waren ook de uitgevers van alle mogelijke streekblaadjes uit de gehele provincie opgetrommeld. Het was een heel gezelschap, dat in een der zalen van het Weeshuisgebouw bijeen getrommeld was. De “grote baas” kon over zijn auditorium tevreden zijn. Al spoedig dook de heer Weitlich op, op de voet gevolgd door de heer Ross, de gedelegeerd commissaris van het Rijkscommissaraat voor de provincie Friesland.
De heer Ross wilde de pers toespreken. Hij hield in het Duits een moeilijk te volgen lofrede op Friesland en de Friezen, de Friese taal en het Germaanse bloed, dat het Duitse en Friese volk tot twee broedervolken maakte, vooral dit laatste werd beklemtoond. Toen de heer Ross, die onder doodstil stilzwijgen werd aangehoord, was uitgesproken en de zaal verlaten had benutte de Pressereferent de pauze, om zijn schaapjes eens te tellen. Al spoedig vroeg hij of Herr Algra ook aanwezig was. Ik deelde mede, dat het Friesch dagblad door mij vertegenwoordigd was. “Dus vroeg hij “het Friesch Dagblad verschijnt nog wel?”
“Ook een wonder” zei er iemand uit het gezelschap halfluid. Hilariteit. De Pressereferent snapte niet, waarom de heren zich zo vrolijk maakten. Dat was duidelijk aan zijn gelaatsuitdrukking te zien, het verstrakte reeds….blijkbaar vond hij zulk een luidruchtigheid onder de zoutpilaren tijdens Ross’ welkomstrede minder prettig. Een de heren persmuskieten nam ijlings in het Duits het woord, op een tot hen gerichte vraag, om te verklaren, dat dit lachen niet de Duitsers gold en de Pressereferent het niet kwalijk moest nemen als zo onderling de lachspieren eens in werking kwamen. “Nein, nein” repliceerde nu de Presserefeent lachend, maar zijn scherpe argwanende blik was met de mond in tegenspraak.
Op dit moment kwam de heer Jancke binnen, zo van de trein. Hij nam plaats, ordende de paperassen uit zijn actetasch en stak in het Duits van wal, over de Jodenkwestie, over het “verraad van de N.S.B.” enz. enz. Het duurde ruim een uur. Al die tijd zaten we onbeweeglijk met strakke gezichten te denken aan de trein of de bus….. Eindelijk was ook deze monoloog ten einde, Of er ook iemand iets te vragen had. Niemand deed de mond open. Maar dan verrees een bejaard man. Hij sprak de “memmetaal” Hij gevoelde zich zeer vereerd dat onze gastheren zo hoog opzagen bij ons Friese volk en zijn eeuwenoude taal maar het had hem verwonderd, dat de Friese pers op Friese bodem niet in die eigen Friese taal was toegesproken maar in het Duits. Het werd de heer Jancke vertaald. Deze maakte er zich af met de opmerking, dat van hem niet gevergd kon worden alle talen machtig te zijn. Hij had weliswaar in het Duits gesproken, maar sprak de verwachting uit dat de heren het ook zo wel goed begrepen hadden. En daarover mediterend konden de Friese krantenmensen naar huis gaan.
Het verdroot de Pressereferent erg dat Herr Algra nooit eens verscheen. Blijkbaar was hij er zeer op gesteld, dat de hoofdredacteur van het Friesch Dagblad zijn opwachting bij hem maakte. Het is toen zo ver gekomen dat de heren Mr. Okma en Algra bij hem ontboden werden. Wat toen op de kamer van de Pressereferent verhandeld is laat zich enigermate denken. Het was in elk geval van dien aard, dat een spoedeisende vergadering van het bestuur van de persvereniging nodig werd.
Onze lezers weten wat er verder geschiedde: de pittige asterisken van H. A. bleven weg, maar het Friesch Dagblad bleef alsnog verschijnen.
Op een middag bij den directeur de heer G. H. Krommendijk geroepen, vond ik daar twee bestuursleden van de persvereniging, ze deelden mede, dat H.A. niet meer schrijven zou. Onze taak zou zijn zo mogelijk het blad voor algehele verdwijning te vrijwaren en de uitgave gaande te houden. Er was geen nieuwe Hoofdredacteur benoemd. Wel zou het bestuur enige aanzoeken zo nu en dan een kopstukje te schrijven. Verder werd het goedgevonden dat ik, als ik bij mijn overig werk er de tijd voor had, voor een hoofdartikel zorgde, maar vooral uiterst voorzichtig zijn, want het Friesch Dagblad stond bij de Duitsers in een kwade reuk. Dan had de heer Weitlich tijdens zijn laatste onderhoud met de voorzitter der persvereniging de wens te kennen gegeven, kennis te maken met de directeur en mij als “plaatsvervangend verantwoordelijk redacteur” en wel op de e.v. zaterdag 25 januari 1941. De directeur en ik werden daartoe des morgens tien uur aan het Zaailand verwacht. Aan de kop van het no. van donderdag 23 januari zou een zeer sobere mededeling geplaatst worden voor de lezers over het heengaan van H.A. uit de redactie.
Zo stond de zaak, toen ik me zette voor het schrijven van het hoofdartikel, dat aanleiding werd tot een dramatische scene op het Zaailand. De korte inhoud was “Voortrekken!” Getuigen van de Here Jezus Christus te zijn en te blijven in Godes kracht. Voor mij toch stond het zo: ons blad moest de volle vrijheid hebben Gods Woord in ons volksleven uit te dragen en hierop moest dan maar het conflict net het nationaal – socialisme uitbreken. Als het Friesch Dagblad vallen moest, dan zou het voor elk duidelijk zijn,dat het nationaal – socialisme geen gewetensvrijheid duldde.
Uddo hoor ik nog zeggen: “Een conflict dient zal het scherp en afgetekend zijn, uit te breken op een kardinale kwestie, Welnu, dit was de kardinale kwestie. Hier ging het om ons “to be or not be”.Een dagblad met de Bijbel en geen zonder Bijbel. Dus voorttrekken! Ondanks alles, nooit ontmoedigd,
“Op een merkwaardige vergadering herinnerde een bekend spreker (bedoeld werd oude meester Mulder van Jutrijp – Hommerts, vroeger redacteur van ons blad in de dagen dat het ministerie – Kuyper geslagen werd) eraan, dat de vissen juist, wanneer het tegen de stroom ingaat, kuit schieten. Dan vermenigvuldigt de soort”. Zo voegde ik, bij de correctie van het bewuste stuk, er nog aan toe. Dit werd voor de Pressereferent, wat de rode lap is voor de stier.
Wij reisden de zaterdagsmorgens – de directeur en ik – samen naar Leeuwarden. Ons geen kwaad bewust. Alvorens onze schreden naar het Zaailand te richten, hadden we nog een korte ontmoeting met Mr. Okma, die zeer benieuwd naar de aard van het onderhoud, ons vroeg, na afloop nog ergens met hem saam te komen. Toe we dan de brede gangen van het Weeshuisgebouw waren doorgelopen en bescheiden klopten op de deur van des heren Weitlichs werkkamer, schoot plots de deur open en op sarcastische toon werd ons toegebeten: “Ah, zijn de heren daar?” Ik moest er in komen. De directeur mocht op het matje blijven staan tot hij geroepen werd.
Er werd me geen stoel aangeboden. Dies nam ik er een., maar de Pressereferent stond in volle ornaat van zijn uniform dreigend voor me en ’t eerste wat me toegesist werd was: “Sie kommen dieses Gebaude nicht wieder aus. Sie werden verhaftet”, Hij sloeg met de vuist op de tafel en een stroom van verwensingen en beschuldigingen brak los over mijn hoofd.”Hetze gegen Deutschland: . Dat was de acte van beschuldiging. En dat, terwijl Herr Algra er uit was en de Pressepresident “beloofd”(sic.) had dat het voortaan uit zou zijn met het gestook van het Fiesch Dagblad. En de eerste de beste keer, was ’t weer mis. Maar nu zouden ze dat varkentje wel wassen. Het zou uit zijn. Hij zou de “polizei” sprak, observeerde mij…..
Ik was door de vriendelijke bedreiging in het begin meteen op het ergste bereid. Erger kon het toch al niet, dus kwam over mij een wonderlijk gevoel van kalmte. Ik zou me verdedigen, geen de minste vrees ook maar laten merken. Zo keek ik hem rustig vlak in zijn ogen. Dan wierp hij de telefoon gramstorig op de haak, griste een Friesch Dagblad van zijn werktafel spreidde die voor me uit. De kop van het hoofdartikel was met dikke rode strepen onderlijnd, ook de bewuste passage, die ik boven citeerde.
“Heeft de heer Algra dat geïnspireerd?” Begon het verhoor.
“Neen”antwoordde ik beslist. “Ik ben zelf verantwoordelijkheid”. Weer timmerde hij met de vuist op tafel. “Hetze gegen Deutschland” en hij schold me een vervloekte persslungel. Ik protesteerde, ook luid en heftig. Bij mezelf dacht ik: “Baat het niet, het schaadt ook niet”. Ik was er nu meer dan ooit van overtuigd, dat het Friesch Dagblad het odium van “hetze gegen Deutschland” wel terdege op zich geladen had. Het was zwaar belast. Nu wees hij op de bewuste zinsnede en ik moest tekst en uitleg geven, wie die spreker was op die merkwaardige vergadering. De Presseferent dacht mogelijkerwijs alweer aan Heer Algra! Ik vertelde hem, dat het een schoolmeester was geweest, nu reeds lang overleden en de omstandigheden waaronder hij dat gesproken had, Maar hij zei: “Ik ben zelf journalist. Ik ken die streken wel”. Daarop deed ik er het zwijgen maar toe. Nu moest ook de directeur binnen komen. Ook hij zag zich de krant onder het oog geduwd met de opwekkende boodschap”sie werden beiden verhaftet. Eingesperrt”. Hij moest antwoorden op de vraag of hij de inhoud van het artikel ten volle voor zijn verantwoordelijkheid nam en of hij het van te voren gelezen had. Neen van te voren gelezen niet, maar hij onderschreef het volkomen. Hierop daalde ook op zijn hoofd een scheldkannonade neer.
Plotseling wierp ik het nu over een andere boeg. Wij waren ontboden en nog wist ik niet waarvoor. Dit intermezzo had er althans niets mee te maken. Ik stelde de vraag – en ging meteen maar op het kardinale punt af – of ons blad nog vrijelijk Gods Woord kon uitdragen in ons volksleven of niet. Dat wilde ik nu wel weten.
De Pressereferent antwoordde: Gods Woord? Jullie Calvinisten menen Gods Woord in pacht te hebben. Wij zijn ook christenen maar lopen er niet zo mee te koop”. Het was wel geen categorisch neen op mijn vraag. Maar bepaald bemoedigend klonk het niet. En nu trad in dit toneel, dat zich veel sneller afspeelde, dan ik het kan vertellen, een plotselinge wending. De huistelefoon ging. De Pressereferent antwoordde gehaast en zenuwachtig. “Ich komme sofort. Eine belagreiche sache”. Het was duidelijk dat hij zich te verontschuldigen had. Nu ging de deur open en iemand waarschuwde de heer Weitlich dat zijn meerdere de heer Ross gereed stond per auto uit te rijden en dringend op hem wachtte. De Pressereferent greep zijn jas en tasch en redenerend volgden we hem de deur uit, door de gang, in de vestibule…..Hier keerde de heer Weitlich zich om, en nam afscheid met een “Auf wiedersehn”. Wij eruit! Dat laat zich denken.
Toen we op straat liepen, merkte ik op: Dat had ik niet durven dromen. We zijn nog vrij. Dit is enkel intimidatie geweest, maar ’n andere keer zullen we er zo niet afkomen”.
Met Mr. Okma bespraken we de gang van zaken. Deze ried tot uiterste voorzichtigheid. Inderdaad. We behoefden ons geen illusies te maken meer over persvrijheid. We waren vogelvrij……
Op die zaterdag volgde de zondag. Tijd om rustig te overwegen wat me als “verantwoordelijk plaatsvervanger” te doen stond. Opdracht om den hoofdredacteur te vervangen in diens voornaamste taak: de verzorging van de kopstukjes, had ik niet. Wel mocht ik schrijven, maar het behoefde niet. De censuur was steeds achteraf, m.a.w. onberekenbaar. Weer één zinsnede, waaruit de Duitsers gif in plaats van honing puurden, en ik zou andermaal te Leeuwarden ontboden worden. Welk lot me dan wachtte was me geen raadsel. Maar er was nog iets. Niet mij alleen zou het lot treffen opgezonden te worden naar een concentratiekamp, ook de directeur zou – alleen om het feit dat het artikel was geplaatst – een gelijk lot treffen. Ik zou de verantwoordelijkheid dus niet allen boeten het zou ook de directeur treffen. Mijn eerste gang was de volgende maandagmorgen naar het woonhuis van de directeur, die wegens griep zijn kamer moest houden. Rustig hebben we toen samen alles onder ogen gezien. Het besluit was dat de directeur het beter achtte, de krant zonder voorstuk te laten verschijnen…..
Zo openden we de krant van maandag 27 januari ’41 met Ps.145. Later knipten we wel eens een stukje uit een ander blad. Ook gaf ik een vervolgreeks over de Bijbelcolportage…..
Intussen zaten de leiders van het nieuwe verbond van journalisten niet stil. Er verscheen een berichtje, dat veel weg had van een dwangbevel. Wie zich nog niet aangemeld hadden voor het verbond, werd geraden, dat alsnog spoedig te doen. Er werd een termijn gesteld, waarbinnen dat gebeuren moest en nog eens werd onderstreept, dat kwam straks de Persverordening af, niemand meer aan een blad werkzaam mocht zijn of hij moest als lid van het nieuwe verbond staan ingeschreven. Wie het dus niet deed, was straks brodeloos.
In deze tijd werd onder leiding van Dr. H. Colijn een spoedvergadering gehouden van de directeuren der christelijke dagbladpers. Zoveel was nu wel bekend van de op stapel staande persverordening dat geen blad, een journalist mocht aanhouden, die niet lid van het Verbond was. Dit probleem werd onder het oog gezien maar tot een eenstemmige houding kwam het niet.
Dit bleek me uit het gesprek met de directeur na deze conferentie. De “Standaard”- directeur had de aan het blad verbonden journalisten duidelijk gemaakt, dat op niet toetreding automatisch ontslag moest volgen en liet hen verder vrij. Ook ons – de drie nog aan het F.D. verbonden redactionele krachten – werd geraden ons wel ernstig te bezinnen, op hetgeen we deden….Inderdaad. De hoogspanning waaronder we doorwerkten tot dusverre, werd nog vermeerderd met het aan de nog niet aangesloten journalisten thans bruut gestelde ultimatum: Lid worden of geen brood!
Ik beloo0fde er mijn collega’s van op de hoogte te stellen, alhoewel ik meende, dat voor ons de tijd om definitief te besluiten eerst zou komen, als de Persverordening afkwam. Alles hing er maar van af. Hoe deze zou luiden, welke verplichtingen op ons als lid van het verbond zouden komen te rusten. Dat was nu nog niet vast te stellen. Wel, als de persverordening verscheen. Met onze mede redactieleden de heren B.L. de jong te Leeuwarden en H. v.d. Goot te Sneek besprak ik de zaak en het mag hier gezegd: wat landelijk niet mogelijk bleek: tot een unanieme, homogene houding te komen, openbaarde zich onder ons als vanzelfsprekend. We waren Van één gevoelen: nooit ofte nimmer een enkele verplichting op ons te willen nemen of ons in een organisatie te begeven, die ons zou belemmeren in de vrije uitoefening van ons vak als een hoge, heilige, ons van Christuswege opgelegde roeping in de journalistiek Zijn ere alleen te zoeken. Nu kwam het er op aan ons Anti – revolutionairbeginsel: Tegen de revolutie – het Evangelie, dat we zo dikwijls publiek beleden, ook voor het oog van al ons volk te beleven.
Wij stonden in de voorste linie. Als onze Christelijke pers capituleerde….waar dan heen met onze christelijke scholen, onze kerken. Dat zijn dagen geweest van worsteling. Het was niet gemakkelijk een vak vaarwel te moeten zeggen, waar je met hart en ziel in opging. Niet gemakkelijk straks aan de weg te zullen staan…… brodeloos. Maar daar was ook dat Woord van den Here in de bergrede: “Uw hemelse vader weet, dat gij al deze (voedsel en kleding) behoeft, hij zorgt voor U”.
Landelijk contact met de collega’s van de overige Christelijke bladen hadden we niet. Trouwens daar aan hadden we ook bitter weinig. Ieder van ons werd hier persoonlijk voor de volle consequentie van zijn daad gesteld. Ieder moest voor zichzelf beslissen.
Nog enkele dagen verliepen. Toen kwam de persverordening af. Nu lag dan het officiële stuk voor ons. Het stelde voor degenen, die nog niet aangesloten waren, zich nog niet lieten gelijkschakelen, een laatste termijn. Tot zolang konden we dus nog doorgaan met ons werk, kon ons blad nog verschijnen. Dan moest de teerling geworpen zijn. Dan zou het alleen nog mogen blijven uitkomen als de redacteuren lid van het verbond waren en de naam van de verantwoordelijke redacteur met zijn medewerkers aan de kop was vermeld..
De terminologie van de gehele verordening was uiterst vaag en onbegrensd. Het was “caoetchouc”, dat al naar believen kon worden uitgerekt. Het kwam maar aan op de interpretatie. Die interpretatie van de verplichtingen, waaraan blad en redacteuren zouden onderworpen zijn liet zich wel denken. Ontworpen en opgesteld naar Duits voorbeeld, zou de verordening in handen van het pas onder N.S.B. – leiding opgerichte Departement voor Opvoeding, Volksvoorlichting en Kunsten een willig werktuig vormen om de hele pers in het gareel te doen lopen van de Duitse minister van volksvoorlichting en propaganda Joseph Goebbels. De journalist, die zich in dit slop begaf, zou na verloop van tijd ervaren, dat hij al verder de weg opgedreven zou worden naar volkomen slaafse onderworpen aan de nationaal – socialistische dictatuur. Hij zou met verloochening van onze hoogste nationale en geestelijke goederen het nationaal – socialisme moeten propageren onder eigen volk. Dat was het eindstation,
De verordening werd door ons serieus onder de loupe genomen en bij nadere bestudering bleek ze in kiem inderdaad alle elementen te bevatten, die nodig waren om de christelijke pers te knevelen en derzelver redacteuren onschadelijk te kunnen naken, ingeval hun principe te gevaarlijk voor de publieke volksvoorlichting zou blijven. Ook het bestuur van onze Persvereniging zag in, dat het nu tijd was te beslissen, wat er verder gebeuren moest. Onafwendbaar stond het voor ons.
Toen is er nog een vergadering gehouden te Utrecht onder leiding van de heer Cnossen van “De Standaard”, op welke vergadering al onze bladen en …..een rechercheur aanwezig waren. Hier hennen we de meest ontnuchterende ervaring van ons leven opgedaan. Staande deze vergadering, waar vrij uit spreken niet meer ten volle mogelijk was, bleek dat zeer 90% onzer collega’s zich reeds als lid van het verbond van journalisten hadden aangemeld. Uit voorzorg om zich van te voren tegen een eventuele afwijzingen wegens te late aanmelding te dekken? In een “doen alsof”- christenen zelfs tegenover de vijand onwaardig – met de stille bijgedachte zich zolang en zoveel mogelijk aan de “verplichtingen” van het verplichte lidmaatschap te onttrokken? Uit argeloze hoop dat het misschien nog wat mee zou vallen en men, eenmaal gesteld voor een onafwijsbare botsing van plichten, de moeilijke beslissing, die nu nog weer verschoven werd, als dan wel zou nemen? Wie zal het zeggen. Wij beoordeelden geen motieven, doch constateerden alleen maar het feit. En dat feit maakte voor ons deze gehele vergadering reeds dadelijk tot een onmogelijk figuur. Nog onmogelijker werd de figuur toen bleek dat enkelen naar het departement getogen waren om te trachten aan de weet te komen, hoe men daar over de juiste interpretatie der vage formuleringen dacht, Men was bij de duivel ter biecht geweest, maar niets wijzer geworden, want de heren op het Departement stuurden de vragers met dit kluitje in ’t riet: het zou naderhand wel blijken. Deze vergadering ging uiteen zonder dat de nevels zich opklaarden. Alleen stond dit wel voor ons vat, dat wie onder het juk doorging, zich uitleverde aan de willekeur van een systeem, dat alleen maar belang had bij een pers, die zonder meer nationaal – socialistisch propaganda – apparaat zou zijn.
Dit was de laatste maal dat we als Christelijke journalisten contact hadden, een ieder handelde maar, zoals hem in eigen situatie het beste voorkwam. Wat ons aangaat, ons besluit stond nu zo onwrikbaar mogelijk vast. De volgende Dag kwam het Bestuur van de Persvereniging te Leeuwarden bijeen. Op deze vergadering werd door mij rapport uitgebracht van de samenkomst te Utrecht. Tevens deelde ik het standpunt mede van de redacteuren van ons blad. Geen van allen dacht er aan zich aan te sluiten bij het verbond er mocht dan van komen wat wilde. Het bestuur zou, bleef het blad voortbestaan naar andere redacteuren moeten omzien, want wij zouden op poene van gevangenisstraf, niet aan de krant verbonden kunnen blijven. Intussen werd mij medegedeeld, dat het Bestuur reeds in principe besloot het Dagblad tegelijkertijd op te heffen, maar zich nog bezon over de wijze waarop, ook met het oog op een mogelijk zeer hoge boete of verbeurdverklaring der inventaris van drukkerij N.V. “De Motor”.Eigenmachtige opheffing was streng verboden en de gevolgen van zulk een stap moesten terdege onder het oog gezien.
Juist in deze spanningsvolle dagen werd op de telex een, schandelijk bericht doorgegeven met betrekking tot H.K.H. Prinses Juliana, om Haar in de ogen van ons volk te kleineren. Dit bericht moest opgenomen. De redactie stelde het de Directie ter hand, die het meenam naar het Bestuur van de Persvereniging. Het Bestuur gaf order het in geen geval op te nemen. Mr. Okma verwittigde naar ik meen de Duitse persinstantie te Leeuwarden van dit besluit. Dit kon een aanleiding wezen tot onmiddellijk verbod van ons blad. Dan ware alles opgelost, en het met ere in de strijd gesneuveld.. Het bericht echter was schier alle redacties te gortig en het gevolg was dat de Duitsers, in wiens kraam een landelijk conflict met alle bladen tegelijk niet te pas kwam, het introkken en er later een mager afgietsel voor in de plaats stelden, dat – wel door sommige bladen werd opgenomen. Ere kwam geen verbod af van het Friesch Dagblad, al nam dat, óók in zijn nieuwe formulering, niet één letter op van het gewraakte bericht.
Zo brak de laatste dag aan, dat we nog konden verschijnen. Reeds waren we als blad in overtreding tegen de verordening. Want de namen der verantwoordelijke redacteuren moesten aan de kop. Dit was natuurlijk niet geschied,. Terwijl het Bestuur te Leeuwarden vergaderde werd de administratie opgebeld uit Den Haag. Vanwege het Departement werd medegedeeld dat het Friesch Dagblad haastig zorgen moest de volgende dag aan de bepalingen der persverordening te voldoen en anders werd het op staande voet verboden.
Dit departementale ultimatum werd aanstond aan de vergadering van het Bestuur der Pervereniging doorgegeven. Dit gaf de laatste stoot. De volgende dag hield het Friesch Dagblad op te verschijnen. Ons laatste nummer kwam uit op maandag 19 mei ’41.
We konden niet anders en mochten niet anders. Dat gaf in de dagen die op de bewuste dinsdag volgden rust, alhoewel we met pijnigende zekerheid wisten, dat de Duitse repliek niet op zich zou laten wachten. We bepaalden ons op het bureau tot enkel liquidatiewerkzaam -heden. Onze journalistieke arbeid behoorde, zolang ons land zuchtte onder de donkere schaduw van het Hakenkruis tot het verleden. Een verkwikking in de drukkende spanning was even de montere stem van H.A, aan de overzij van de telefoonlijn, die zijn vreugde over deze daad te kennen gaf. Ook de zichtbare instemming van al onze lezers.
Dan – op een middag – ik zat net aan tafel, werd me het bevel van de Pressereferent overgebracht, dat ik die zelfde middag met de Voorzitter van de Persvereniging om drie uur te Leeuwarden moest komen. Tot tweemaal toe was men op de redactie daar telefonisch door de Duitsers van verwittigd, de laatste maal onder speciale bedreiging, dat ze me anders zouden halen. “Onderduiken” was toe nog niet in zwang. Ik dacht er ook niet aan. Tot verantwoording geroepen – goed ik was bereid. Voor ik wegging las ik enkele gedeelten uit de Heilige Schrift en één onzer dominees zond me een kalenderblaadje, waarvan de dagtekst me zeer bemoedigde. Nooit heb ik op een rit naar Leeuwarden met de bus, zo kalm en stil mogen genieten van het ons voorbijschietende Friese landschap. Te Leeuwarden belde ik het kantoor van Mr. Okma op. Mij werd medegedeeld – de bus was laat – dat deze reeds ter plaatse was. Weldra bevond ik mij er ook. De portier beduidde me dat ik al naar de kamer van de Pressereferent kon doorlopen. Voor de deur staande hoorde ik geen driftige scheldkannonade, maar rustig spreken.
Ik klopte aan. Herr Weitlich deed open. Hij was vriendelijker dan de laatste maal op die zaterdagmorgen. De”pressesslüngel” mocht nu naast Mr. Okma gaan zitten Het bleek me alras dat Mr. Okma als voorzitter van de persvereniging reeds verantwoording had afgelegd. De moeilijkheid voor mij en voor hem was nu, dat we noch te voren overleg hadden kunnen plegen, noch elkaar op de hoogte konden stellen van wat reeds gezegd was.
Zo werd ik onder kruisverhoor genomen. Waarom ik de journalistiek vaarwel zegde. Of ik gehuwd was, kinderen had, hoe onze lezers zouden reageren nu hun lijfblad plotseling niet meer kwam, enz. Ik antwoordde naar mijn beste weten, tegelijk tastend en uiterst voorzichtig. Tenslotte begon Herr Weitlich over het concept – bericht aan de lezers, over de stopzetting, dat hem door het bestuur ter inzage was voorgelegd, omdat een Rooms blad op grond van het feit, dat het zonder het Duitse fiat een dergelijk berichtje na verbod aan zijn lezers had gezonden, zwaar was beboet. De Pressereferent kon zich in de redactie wel vinden, mits nog sterker beklemtoond werd, dat bestuur en redactie geheel vrijwillig tot de daad waren overgegaan. Naïef. immers geen kind of het zou kunnen vertellen, dat het Friesch Dagblad zeker nog zou verschijnen, had Duitse overheersing het niet onmogelijk gemaakt. Wij hadden geen bezwaar. Inderdaad de stopzetting was een volkomen zelfstandige wilsdaad,
Hierop moesten we beiden de kamer verlaten. “In de gang gaan staan”, want de Pressereferent zou bellen met zijn superieuren in Den Haag en dadelijk dit geval afwerken. We zouden meteen de uitslag wel horen.
Samen wandelden we de gang op en neer. Het bleek, dat ons beider zeggen vrijwel op elkaar klopte, althans niet strijdig met elkaar was. En verder? Nog enige ogenblikken en we zouden definitief weten, wat ons boven het hoofd hing.
Eén ding was er, dat ons nog met zorg vervulde. Man zou alsnog kunnen trachten ons onder zware pressie te bewegen de uitgave weer te hervatten. Met een handdruk bezegelden we onze wederzijdse belofte, het been strak te zullen houden en in geen geval op het gevallen besluit terug te komen. Het wachten duurde lang….. Traag kropen de minuten om……
Dan vloog de deur van Herr Weitlichs kamer open. “Herrn”, riep hij ons toe, “Es ist gut. Wie werden nicht verhaftet” en dit op een toon, alsof hij zelf er niet over uit kon, dat men zo kon boffen. Ons was het als viel een loodzware druk van ons af…….
“Wat had u gedacht?” vroeg de heer Weitlich. Mr. Okma liet hem de rug van een tandenborsteltje zien in zijn vestzak, dat hij voor alle zekerheid maar bij zich gestoken. In de cel ontbreekt nu eenmaal zulk comfort. “Dus u dacht beide gearresteerd te worden?” We stemden dit eerlijk toe. Een betere verwachting hadden we van de Duitsers niet,
“Ja maar”, zei de Presereferent, nu toch wel wat in de wiek geschoten “we zijn geen barbaren”. En dit tegen Mr. Okma: “U had zeker eerst naar huis mogen gaan, om uw koffertje te pakken”, waarop deze met de gevatheid een advocaat eigen een draai aan het gesprek gaf.
Enkele minuten later zaten we op het kantoor van Mr. Okma.
Het was wonderlijk. We hadden alles in feite of in beginsel reeds ten offer gebracht: ons werk, ons brood, onze vrijheid, ons leven misschien….. en wij mochten onze vrijheid behouden.
Ook verder heeft God alle dingen welgemaakt. Al deze donkere oorlogsjaren door heb ik de waarheid mogen ervaren: ”Uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen (voedsel en kleding) behoeft. Uit ons vak gestoten – zonder kans op enige arbeid op journalistiek terrein, hebben wij toch mogen ontvangen, wat ter verzorging van onze stoffelijke nooddruft van node was, en wel als vrucht van de beleving van de gemeenschap der heiligen, uit dezelfde handen, die met ons steeds gebeden en gewerkt hadden voor een dagblad met de Bijbel. Er is onbekrompen gezorgd.
Trouw was ons richtsnoer in donkere dagen, toe het ging om onze hoogste nationale goederen,. Trouw is ook het devies geweest van heel de wijde kring onzer lezers. Moge diezelfde trouw ons thans de handen ineen doen slaan om het herrezen “Friesch Dagblad” te naken tot een bekwaam instrument in de worsteling voor de komst van Gods Koninkrijk.
Een dagblad met de Bijbek.
Geheel ons volk te zegen.
In het laatste nummer van ons blad in de voorbije oorlogstijd verschenen schreven we:
“Ons volk blijft zich zelf wanneer het leeft uit de geestelijke realiteit van deze vaderlandse psalm (Het aloude Wilhelmus). Dan heeft het den God Jacobs ter hulp. En het weet zich door Hem getroost”.
Met God voor Nederland en Oranje!
Tot dusver het eenvoudig verhaal van de strijd die we hier in Friesland op het persgebied tegen de Nazi’s hadden te voeren. Moge het als een “historisch document” bewaard blijven.
Het is reeds geschreven, toen de S.S. hier nog heer en meester was en werd op wonderlijke plaatsen verborgen. Nu geven we het in licht, als vertolking tevens van onze dankbaarheid voor ontroerende steun en trouw.
Voorts – hoewel hier namen van betrokken personen genoemd zijn – gelde: Wie roemt, roeme in den Heere. Wat – als Hij, Die trouwe houdt in eeuwigheid – ons niet had geschraagd
Tevens is hiermede voor de oude, toen in de strijd betrokken redacteuren – een periode afgesloten. Buiten de hoofdredacteur is geen hunner thans meer aan het Friesch Dagblad verbonden.
Het heengaan, na de herrijzenis, viel niemand hunner gemakkelijk, want er waren zeer sterke banden. Maar ze waren dit aan zichzelf verplicht. Hun weg voerde hen buiten Friesland.
Daarom is dit ook een afscheidswoord, tot het volk van Friesland, dat de Heere dient. Moge het in het herrezen Friesch Dagblad steeds de voorlichting vinden, die het in een tijd als de onze behoeft en de slagorde gesloten houden in de strijd voor onze Koning.
UIT DANKBAARHEID AAN ONS FRIESCHE VOLK
HET GEZIN VAN JAN FOLKERTS DE HAAN
31 januari 2016
(jB)
Niet mijn idee van een aangename dag….. Op de fiets (ja, een damesfiets, je moet met je tijd meegaan…) naar de grootgrutter in het grootdorp en weer terug. Later, wandelend, is het prettiger. Of ben ik meer gewend aan de omstandigheden? Beelden van een winterse vrijdag in Noordhorn:

Kiek, de verlegde N355 aan de oostkant van de tunnel, richting de vaste, hoge brug over het Van Starkenborghkanaal.
(Vervolg: GERBEN BERGSMA)
Ook maakte ik een weblog over mijn oudste broer Folkert de Haan, die overleden is.
Folkert schreef enkele verhalen over de oorlog, waarin hij vertelt van KOR, zijn vriend!
Hij vertelt in een verhaal, dat Kor en Otto na de oorlog emigeerden naar Canada
LINK:
Folkert de Haan
Ik vermeld de verhalen over Kor en Folkert in de oorlog!
ALS IK AAN DE OORLOG DENK………..
Terugdenkend aan de tweede wereldoorlog lijkt het, of je als kind niets of nauwelijks iets beleefd hebt.
Dat komt ook, omdat je later over het hoe en wat van die oorlog zoveel hebt gehoord, gelezen en gezien. Toch werd mijn jeugd wel degelijk beheerst door die oorlogsjaren.
Ik herinner me nog die tien mei 1940.
Ik was bijna 8 jaar.
Het was die dag stralend weer.
Toen we allemaal in de banken zaten, bad de juf.
Ze bad heel en heel ernstig…..
En toen zei ze, dat we die dag vrij hadden.
We hoefden niet naar school.
Ik was maar wat blij…..
Dat veranderde toe ik thuiskwam.
Moeder huilde.
Vader was sergeant – majoor in het leger.
Hij lag bij de grens….
Bij Hardenberg.
Hoe zou het met hem gaan, nu de Duitsers de grens waren overgestoken?
De volgende dag waren daar die Duitse soldaten.
Ik hoefde niet naar school, want de soldaten hadden de school gevorderd.
Dat duurde niet zo lang, een paar dagen.
Het werd nog feest ook.
Vader kwam terug, smerig, maar heelhuids.
En al gauw zat hij elke dag thuis.
De krant waar hij werkte, weigerde te schrijven wat de Duitsers wilden.
Dat moest toch……
Vader noest naar Leeuwarden naar zo’n hoge Duitser.
De volgende dag en dagen verscheen de krant niet meer.
De hele oorlog niet meer.
Vader studeerde, gaf bijlessen en kerfde later tabak – eigen teelt – op een machientje, dat een vriend voor hem in elkaar had gefabriekt.
Dat komt ook, omdat je later over het hoe en wat van die oorlog zoveel hebt gehoord, gelezen en gezien. Toch werd mijn jeugd wel degelijk beheerst door die oorlogsjaren.
Ik herinner me nog die tien mei 1940.
Ik was bijna 8 jaar.
Het was die dag stralend weer.
Toen we allemaal in de banken zaten, bad de juf.
Ze bad heel en heel ernstig…..
En toen zei ze, dat we die dag vrij hadden.
We hoefden niet naar school.
Ik was maar wat blij…..
Dat veranderde toe ik thuiskwam.
Moeder huilde.
Vader was sergeant – majoor in het leger.
Hij lag bij de grens….
Bij Hardenberg.
Hoe zou het met hem gaan, nu de Duitsers de grens waren overgestoken?
De volgende dag waren daar die Duitse soldaten.
Ik hoefde niet naar school, want de soldaten hadden de school gevorderd.
Dat duurde niet zo lang, een paar dagen.
Het werd nog feest ook.
Vader kwam terug, smerig, maar heelhuids.
En al gauw zat hij elke dag thuis.
De krant waar hij werkte, weigerde te schrijven wat de Duitsers wilden.
Dat moest toch……
Vader noest naar Leeuwarden naar zo’n hoge Duitser.
De volgende dag en dagen verscheen de krant niet meer.
De hele oorlog niet meer.
Vader studeerde, gaf bijlessen en kerfde later tabak – eigen teelt – op een machientje, dat een vriend voor hem in elkaar had gefabriekt.
Als je boodschap moest doen en dat moest ik vaak, want ik kwam uit een heel groot gezin, moest je altijd die bonnen mee, want zonder bonnen kreeg je niets.
En op die bonnen kreeg je steeds minder en aan het eind van de oorlog kreeg je er nauwelijks iets op.
Tot overmaat van ramp vloog in 943 ons huis in brand.
Kortsluiting….
Alleen de muren bleven staan.
We werden toen in verschillende gezinnen ondergebracht.
Dat duurde net zo lang tot ons huis weer opgebouwd was.
En er waren alles kwijt.
Ik had alleen nog wat ouwe kleren, want ik was die middag aan het eieren zoeken geweest.
Overdag schreef vader soms bladzijden vol in groene schoolschriftjes.
Hij schreef een boek over de oorlog en ’s avonds las hij wat hij had geschreven.
Hij kon het net lezen bij het schemerige licht van een waxinelichtje, dat op het water in een jampotje dreef.
En op die bonnen kreeg je steeds minder en aan het eind van de oorlog kreeg je er nauwelijks iets op.
Tot overmaat van ramp vloog in 943 ons huis in brand.
Kortsluiting….
Alleen de muren bleven staan.
We werden toen in verschillende gezinnen ondergebracht.
Dat duurde net zo lang tot ons huis weer opgebouwd was.
En er waren alles kwijt.
Ik had alleen nog wat ouwe kleren, want ik was die middag aan het eieren zoeken geweest.
Overdag schreef vader soms bladzijden vol in groene schoolschriftjes.
Hij schreef een boek over de oorlog en ’s avonds las hij wat hij had geschreven.
Hij kon het net lezen bij het schemerige licht van een waxinelichtje, dat op het water in een jampotje dreef.
Eerst lachte je om de NSB- ers.
Op school waren er ook een paar die bij die beweging hoorden.
Maar toen de Duitsers steeds harder gingen optreden, keek je wel uit.
Er waren doerakken onder die NSB-ers.
Op een keer dook vader onder op een boerderij.
Dat kwam zo.
Op klaarlichte dag waren er een paar verzetsstrijders die een NSB- er doodschoten.
Ik had nog in de klas gezeten met een zoontje van die man.
De nacht daarop haalden de Duitsers zo maar lukraak een aantal mannen uit hun huizen.
Ze werden meegenomen naar de hoek van de straat en daar doodgeschoten.
Geen man voelde zich neer veilig en velen doken onder.
Op school waren er ook een paar die bij die beweging hoorden.
Maar toen de Duitsers steeds harder gingen optreden, keek je wel uit.
Er waren doerakken onder die NSB-ers.
Op een keer dook vader onder op een boerderij.
Dat kwam zo.
Op klaarlichte dag waren er een paar verzetsstrijders die een NSB- er doodschoten.
Ik had nog in de klas gezeten met een zoontje van die man.
De nacht daarop haalden de Duitsers zo maar lukraak een aantal mannen uit hun huizen.
Ze werden meegenomen naar de hoek van de straat en daar doodgeschoten.
Geen man voelde zich neer veilig en velen doken onder.
In de latere oorlogsjaren moest ik vaak na schooltijd uren sjouwen om melk te halen.
Vooral in de winter en herfst waren dat zware tochten.
En in de oorlog waren de winters streng en lang.
Ik zie nog de elfstedentochtrijders over de vaarten en meren jakkeren.
Eentje kan ik me nog voor de geest halen.
Die streek me in het voorbij rijden over het haar en riep me nooit zo gek te wezen als hij……
Vooral in de winter en herfst waren dat zware tochten.
En in de oorlog waren de winters streng en lang.
Ik zie nog de elfstedentochtrijders over de vaarten en meren jakkeren.
Eentje kan ik me nog voor de geest halen.
Die streek me in het voorbij rijden over het haar en riep me nooit zo gek te wezen als hij……
Als het kon pikten we kuch en kolen van de Duitsers.
Zo….op een dag zagen we een stapel briketten, die een Duitse soldaat ergens op een kruiwagen naar binnenreed.
Toen hij binnen was, slopen we om het hoekje – mijn vriend en ik – en pikten er een paar.
Toen we weer een keer op sokken de hoek omgingen, stond die soldaat daar , het geweer aan de schouder. Hij schoot…..
Mijn vriendje kreeg een losse flodder in het been.
Maandenlang heeft hij daar meegezeten.
Zo….op een dag zagen we een stapel briketten, die een Duitse soldaat ergens op een kruiwagen naar binnenreed.
Toen hij binnen was, slopen we om het hoekje – mijn vriend en ik – en pikten er een paar.
Toen we weer een keer op sokken de hoek omgingen, stond die soldaat daar , het geweer aan de schouder. Hij schoot…..
Mijn vriendje kreeg een losse flodder in het been.
Maandenlang heeft hij daar meegezeten.
Omdat je niet genoeg aan voedingstoffen en vitamines kreeg, kreeg je gemakkelijk zweren, die slecht heelden.
Tegen het einde van de oorlog werd het steeds beroerder.
Er was geen gas en licht.
Warm eten haalden we uit een centrale keuken.
Op den duur was het eten erg eentonig.
Elke dag stamppot koolrapen…
Een enkele keer snert.
De stank van die koolrapen kan ik me nog herinneren.
Tenslotte was er nauwelijks school.
Er was geen brandstof meer…
Of de schoolgebouwen herbergden Duitse soldaten.
Er waren heel wat beroerde karweitje….
Zoals het steeds maar wachten bij de gaarkeuken, cokes zoeken in sintelpaden in de parken.
Vader ruilde veel tegen tabak, vooral aardappels en turf.
‘s Avonds mocht je de straat niet op.
Spertijd.
Vooral ’s zomers als het lang licht was door de zomertijd was dat beroerd.
En dat eeuwige verduisteren…
Overal hadden we van die zwarte rolgordijnen voor de ramen.
Er mocht geen lichtstraaltje naar buiten schijnen.
Je schaamde je vaak, als je luizen had en in het laatste jaar soms schurft….
Of als je op klompen naar de kerk moest, omdat je allang geen schoenen meer had.
Tegen het einde van de oorlog werd het steeds beroerder.
Er was geen gas en licht.
Warm eten haalden we uit een centrale keuken.
Op den duur was het eten erg eentonig.
Elke dag stamppot koolrapen…
Een enkele keer snert.
De stank van die koolrapen kan ik me nog herinneren.
Tenslotte was er nauwelijks school.
Er was geen brandstof meer…
Of de schoolgebouwen herbergden Duitse soldaten.
Er waren heel wat beroerde karweitje….
Zoals het steeds maar wachten bij de gaarkeuken, cokes zoeken in sintelpaden in de parken.
Vader ruilde veel tegen tabak, vooral aardappels en turf.
‘s Avonds mocht je de straat niet op.
Spertijd.
Vooral ’s zomers als het lang licht was door de zomertijd was dat beroerd.
En dat eeuwige verduisteren…
Overal hadden we van die zwarte rolgordijnen voor de ramen.
Er mocht geen lichtstraaltje naar buiten schijnen.
Je schaamde je vaak, als je luizen had en in het laatste jaar soms schurft….
Of als je op klompen naar de kerk moest, omdat je allang geen schoenen meer had.
Ik woonde scheef tegenover de ambachtsschool.
Daar huisden ook Duitse soldaten.
Erg jonge soldaten….sommigen een paar jaar ouder dan ik zelf.
Op een morgen gebeurde er iets vreemds.
’t Was op een zaterdag….
Een officier hield een toespraak.
Ik kon er niet veel van verstaan.
Die man brulde erg hard.
Maar veel van die jong soldaten stonden te huilen.
Een de dag daarop reden de Canadezen ons stadje binnen.
Ik vond het maar vreemd.
Ze waren de Duitsers weg en zo waren er andere soldaten die het nu voor het zeggen hadden.
En het brood dat ze aten.
Wit…..
Spierwit…
Dat van ons was haast zwart…
En dit smaakte…
Ongelofelijk zo lekker…
Van een buurvrouw had ik een boekje net Nederlandse woorden en daarachter de Engelse.
De eerste de beste tent van de Canadezen was ik gauwer uit dan in.
Toen ik voor zo’n kauwende Canadees stond en in mijn beste Engels iets, stond hij op.
Zonder iets te zeggen, kreeg ik een geweldige schop in mijn achterste.
Deze Canadees sprak Frans…..
DE KOE
’t Liep tegen het laatste oorlogsjaar.
t Was winter……en goed ook.
De bloemen stonden dik op de ramen.
Er was geen school.
Er was geen brandstof meer.
Voor twaalfjarige jongens was “geen school” geen ramp.
Er was altijd wel wat te beleven en zeker vandaag.
Dinsdag.
Veemarkt.
Gezellig was het daar ondanks de kou.
Driftig pratende boeren.
Handje klappend.
Met verbazing konden Kor en ik kijken naar die rood aan lopende koppen van de boeren die elkaar steeds harder in de handen sloegen.
Dan liep er zo’n boer weg, schouderophalend, kopschuddend.
Dan keerde hij zich om en begon met handgeklap om de prijs van een koe opnieuw.
Wat een spel.
Wat een druk gaf zo’n markt.
t Was winter……en goed ook.
De bloemen stonden dik op de ramen.
Er was geen school.
Er was geen brandstof meer.
Voor twaalfjarige jongens was “geen school” geen ramp.
Er was altijd wel wat te beleven en zeker vandaag.
Dinsdag.
Veemarkt.
Gezellig was het daar ondanks de kou.
Driftig pratende boeren.
Handje klappend.
Met verbazing konden Kor en ik kijken naar die rood aan lopende koppen van de boeren die elkaar steeds harder in de handen sloegen.
Dan liep er zo’n boer weg, schouderophalend, kopschuddend.
Dan keerde hij zich om en begon met handgeklap om de prijs van een koe opnieuw.
Wat een spel.
Wat een druk gaf zo’n markt.
Melkers die haastig de overvolle uiers van de loeiende koebeesten leeg trokken, een boer die een paard liet lopen, mekkerende geiten, ja, wat niet al.
En….er was altijd wel een cent te verdienen.
Een verkochte koe die lopend moest worden thuisbezorgd, vrachtwagen waren er immers nauwelijks.
Een paar misschien met een soort gasgenerator achter de cabine.
Kor en ik waren er fel op….een koe wegbrengen.
Het leverde altijd wel een paar guldens op.
Op weg naar de markt is er de boer die in het stadje aardappelschillen ophaalt.
Elke met een kar.
Een oud paard ervoor.
We hebben die man wat gejend.
Waarom eigenlijk?
We weten nauwelijks wie hij is en waar hij vandaan komt.
Hij heeft wat te verduren van de kwajongens.
Maar vanmorgen laten we hem met rust.
We hebben wel andere dingen aan het hoofd.
De markt…
We hadden geluk.
De koe wou lopen.
Je had erbij die in de kont gingen hangen.
Dan werd het een gezeul met zo’n beest.
Buiten het stadje was het toch aardig kouder.
Het vroor dat het kraakte.
Een strakke blauwe hemel omspande de witte sneeuwwereld rondom ons.
Kor had het koebeest bij het koptouw mee.
Ik sjouwde er achter.
Even toch hadden we geaarzeld of we dit beest wel zouden wegbrengen.
Toen de boer het dorp noemde waar het beest heen moest, hadden we elkaar vragend aangekeken. Doen….?
’t Was een eind sjouwen.
Zeker een zeven, acht kilometer.
En als we het beest er hadden, moesten we het hele eind in het donker terug.
Maar twee gulden de man.
Dat was niet niks!
Doen.
En daar sjouwden we……
En….er was altijd wel een cent te verdienen.
Een verkochte koe die lopend moest worden thuisbezorgd, vrachtwagen waren er immers nauwelijks.
Een paar misschien met een soort gasgenerator achter de cabine.
Kor en ik waren er fel op….een koe wegbrengen.
Het leverde altijd wel een paar guldens op.
Op weg naar de markt is er de boer die in het stadje aardappelschillen ophaalt.
Elke met een kar.
Een oud paard ervoor.
We hebben die man wat gejend.
Waarom eigenlijk?
We weten nauwelijks wie hij is en waar hij vandaan komt.
Hij heeft wat te verduren van de kwajongens.
Maar vanmorgen laten we hem met rust.
We hebben wel andere dingen aan het hoofd.
De markt…
We hadden geluk.
De koe wou lopen.
Je had erbij die in de kont gingen hangen.
Dan werd het een gezeul met zo’n beest.
Buiten het stadje was het toch aardig kouder.
Het vroor dat het kraakte.
Een strakke blauwe hemel omspande de witte sneeuwwereld rondom ons.
Kor had het koebeest bij het koptouw mee.
Ik sjouwde er achter.
Even toch hadden we geaarzeld of we dit beest wel zouden wegbrengen.
Toen de boer het dorp noemde waar het beest heen moest, hadden we elkaar vragend aangekeken. Doen….?
’t Was een eind sjouwen.
Zeker een zeven, acht kilometer.
En als we het beest er hadden, moesten we het hele eind in het donker terug.
Maar twee gulden de man.
Dat was niet niks!
Doen.
En daar sjouwden we……
De man raast en tiert.
Woedend is hij.
Hij staat naast de kar.
Het oude paar.
De schillenboer.
Woedend is hij.
Hoe we het onze hersenen halen met een koe over het bevroren ijs te lopen van de vaart.
Het beest had de benen wel kunnen breken.
De man heeft gelijk.
Dat hadden we ook helemaal doordacht.
Maar ja…..
De vaart……het ijs….
Het sneed een heel stuk af.
Het scheelde wel een kilometer.
Die schillenboer zit ons niet lekker.
Hij heeft zo dreigend gelijk.
Maar van het ijs gaan……nooit een keer.
Langs die woedende boer zeker.
We spraken niet veel op de terugweg.
De koe is terecht.
Die hapt vredig in het hooi op de warme stoel.
Het beest was gelijk thuis.
Keerde de kop nog eens om, alsof ze bedankte voor de avontuurlijke tocht.
De warmte in de huiskamer van het boerderijtje was behaaglijk.
De kokend hete anijsmelk was heerlijk.
En die pillen boterhammen – zelfgebakken - met spek ertussen, waar krijg je dat nog?
En die boer die ons met zijn glurende oogjes bekeek.
Verbeeld ik het me, of schenen er pretlichtjes in?
Toen we de staldeur binnengingen, kon ik wel door de grond zakken.
De boer kwam in het schemerdonker onder een koe vandaan.
Een volle melkemmer in de ene, de schamel in de andere hand.
Kors mond zakte open.
Mijn benen trilde.
Hoe was dit mogelijk?
De schillenboer…..
Ja hij…..
Een geweldige schop onder mijn achterwerk verwachtte ik.
Dát tenminste….
Hij foeterde ….. nam ons nog eens dreigend op.
De koe werd op stal gezet.
Wij stonden er als geslagen bij.
En dan zo’n ontvangst.
Dat was nog eens vurige kolen op iemands hoofd hopen.
Woedend is hij.
Hij staat naast de kar.
Het oude paar.
De schillenboer.
Woedend is hij.
Hoe we het onze hersenen halen met een koe over het bevroren ijs te lopen van de vaart.
Het beest had de benen wel kunnen breken.
De man heeft gelijk.
Dat hadden we ook helemaal doordacht.
Maar ja…..
De vaart……het ijs….
Het sneed een heel stuk af.
Het scheelde wel een kilometer.
Die schillenboer zit ons niet lekker.
Hij heeft zo dreigend gelijk.
Maar van het ijs gaan……nooit een keer.
Langs die woedende boer zeker.
We spraken niet veel op de terugweg.
De koe is terecht.
Die hapt vredig in het hooi op de warme stoel.
Het beest was gelijk thuis.
Keerde de kop nog eens om, alsof ze bedankte voor de avontuurlijke tocht.
De warmte in de huiskamer van het boerderijtje was behaaglijk.
De kokend hete anijsmelk was heerlijk.
En die pillen boterhammen – zelfgebakken - met spek ertussen, waar krijg je dat nog?
En die boer die ons met zijn glurende oogjes bekeek.
Verbeeld ik het me, of schenen er pretlichtjes in?
Toen we de staldeur binnengingen, kon ik wel door de grond zakken.
De boer kwam in het schemerdonker onder een koe vandaan.
Een volle melkemmer in de ene, de schamel in de andere hand.
Kors mond zakte open.
Mijn benen trilde.
Hoe was dit mogelijk?
De schillenboer…..
Ja hij…..
Een geweldige schop onder mijn achterwerk verwachtte ik.
Dát tenminste….
Hij foeterde ….. nam ons nog eens dreigend op.
De koe werd op stal gezet.
Wij stonden er als geslagen bij.
En dan zo’n ontvangst.
Dat was nog eens vurige kolen op iemands hoofd hopen.
De schillenboer…… ………………..
Hij werd onze beste vriend.
Hij is ouderling in de kerk.
En vaak in de middag schrijft hij.
In groene schriften of op kladblokvellen.
Bij een waxinelichtjes, dat op een jampot op water drijft.
Elektrisch licht is er niet.
Vader kan zijn schrift dan niet lezen.
In de rest van de kamer is het dan meer dan donker dan schemerig.
Hij schrijft verhalen.
Over de oorlog, over de Duitsers.
Ook over Napoleon die hier vroeger de baas was.
Over de onderdrukking van toen.
Dat verhaal heeft veel bekends.
Het gaat over vreemden die hier de baas waren.
Over mensen die moesten onder duiken.
Vader mag niet schrijven.
Geen artikelen en geen boeken.
Of, hij moet lid worden van de Kulturkammer en dat vertikt hij.
Hij schrijft stiekem.
De oorlog zal toch wel eens afgelopen zijn?
Dan kan hij zijn boeken weer doe uitgeven.
Dan kan hij weer voor de krant schrijven.
Hij bewaart de volgeschreven bladzijden in een ruimte onder de naaimachine.
Hij zegt meermalen, dat, als er Duitsers zouden komen, wij vooral niet naar die naaimachine moeten kijken.
Dat zullen we vast niet doen……….
Folkert de Haan (Ouwe Haan)
Folkert de Haan (Ouwe Haan)
Dik en dun 1985
Schoolkrant mavo
Hij werd onze beste vriend.
DE POLITIEAGENT
Oorlog…………..
De Duitsers zijn de baas en de N. S. B -ers ook.
Heel veel dingen mogen niet.
s Avonds mag je na een bepaald uur niet meer buiten zijn.
Vooral nu – in de zomertijd – is dat erg vervelend.
Dan zit je maar binnen te koekeloeren, terwijl er buiten zoveel te beleven kan zijn.
Er is iets in het stadje gebeurd.
Een N. S. B. -er is doodgeschoten.
Zo maar ….
Op klaarlichte dag.
En de Duitsers hebben wraak genomen.
Ze hebben een aantal mannen opgepakt en weggevoerd.
Op aanplakbiljet staat in het Duits en Nederland dat niemand 's avonds na achten de straat op mag.
Er is ook van alles niks meer of heel erg weinig.
Schoenen heb ik allang niet meer, alleen een paar kleppers en een paar oude klompen met leer eronder en een heleboel ijzerdraden om de gebarsten klompkappen.
En er is niet vaak school.
Er is geen brandstof en vaak is het in dat grote gebouw te koud.
Op de zaterdagmorgens is ere allang geen school meer. Dat spijt me niks. Fijn een hele dag zo maar vrij. Wat een weelde
De Duitsers zijn de baas en de N. S. B -ers ook.
Heel veel dingen mogen niet.
s Avonds mag je na een bepaald uur niet meer buiten zijn.
Vooral nu – in de zomertijd – is dat erg vervelend.
Dan zit je maar binnen te koekeloeren, terwijl er buiten zoveel te beleven kan zijn.
Er is iets in het stadje gebeurd.
Een N. S. B. -er is doodgeschoten.
Zo maar ….
Op klaarlichte dag.
En de Duitsers hebben wraak genomen.
Ze hebben een aantal mannen opgepakt en weggevoerd.
Op aanplakbiljet staat in het Duits en Nederland dat niemand 's avonds na achten de straat op mag.
Er is ook van alles niks meer of heel erg weinig.
Schoenen heb ik allang niet meer, alleen een paar kleppers en een paar oude klompen met leer eronder en een heleboel ijzerdraden om de gebarsten klompkappen.
En er is niet vaak school.
Er is geen brandstof en vaak is het in dat grote gebouw te koud.
Op de zaterdagmorgens is ere allang geen school meer. Dat spijt me niks. Fijn een hele dag zo maar vrij. Wat een weelde
En zo op zo’n zaterdagmorgen in het begin van maart trekken we er net zijn drieën op uit.
Aan de rand van het stadje zijn ze iets aan het bouwen.
Er liggen stenen en er ligt allemaal rommel.
Je kunt daar prachtig spelen.
Van al die rommel en wat takken kun je een mooie hut bouwen.
De zon schijnt, maar toch is het behoorlijk koud.
Al spoedig zijn we druk in de weer, Otto, Kor en ik.
De hut wordt prachtig….
Kor heeft een klein flesje met petroleum.
Als de hut klaar is branden we een fik.
Dan kunnen we ons lekker opwarmen.
Uitgelaten dansen we om de op lekkende vlammen.
Dan gebeurt er iets……
Opeens is er iets dreigends…..
Ik heb het gevoel dat we bespied worden.
Als ik me omkeer, staat daar een politieagent.
Groot en sterk….
Kor en ik zitten op een bank in de brede gang van het politiebureau aan de markt.
De politieagent heeft Otto meegenomen achter een brede zware deur.
We zitten niks rustig.
We luisteren aandachtig.
Er hangt in het grote bureau een vreemde stilte.
Opeens horen we gestommel.
Dan is er een hels geschreeuw….
Van Otto.
Opeens springt Kor op, pakt me bij mijn schouder.
We zetten het op een lopen.
Daar is de voordeur.
Er is niemand te zien.
Buiten knipperen we even tegen het felle zonlicht.
Al snel zijn we in het dichtstbijzijnde steegje verdwenen
Het stadje barst van de steegjes en het is er moeilijk zoeken voor een agent.
Na een poos zien we Otto in het steegje verschijnen.
Hij wrijft met een pijnlijk rood gezicht over zijn achterwerk.
Hij heeft een paar beste tikken gehad met de gummiknuppel.
Het zitten gaat hem moeilijk af.
“Lafbekken zijn jullie”, snauwt Otto.
Gelijk heeft hij.
Groot gelijk.
Ik schaam me.
Maar ja, zo’n pak slaag.
Dat is ook niet alles.
Maar laf is het zeker.
Aan de rand van het stadje zijn ze iets aan het bouwen.
Er liggen stenen en er ligt allemaal rommel.
Je kunt daar prachtig spelen.
Van al die rommel en wat takken kun je een mooie hut bouwen.
De zon schijnt, maar toch is het behoorlijk koud.
Al spoedig zijn we druk in de weer, Otto, Kor en ik.
De hut wordt prachtig….
Kor heeft een klein flesje met petroleum.
Als de hut klaar is branden we een fik.
Dan kunnen we ons lekker opwarmen.
Uitgelaten dansen we om de op lekkende vlammen.
Dan gebeurt er iets……
Opeens is er iets dreigends…..
Ik heb het gevoel dat we bespied worden.
Als ik me omkeer, staat daar een politieagent.
Groot en sterk….
Kor en ik zitten op een bank in de brede gang van het politiebureau aan de markt.
De politieagent heeft Otto meegenomen achter een brede zware deur.
We zitten niks rustig.
We luisteren aandachtig.
Er hangt in het grote bureau een vreemde stilte.
Opeens horen we gestommel.
Dan is er een hels geschreeuw….
Van Otto.
Opeens springt Kor op, pakt me bij mijn schouder.
We zetten het op een lopen.
Daar is de voordeur.
Er is niemand te zien.
Buiten knipperen we even tegen het felle zonlicht.
Al snel zijn we in het dichtstbijzijnde steegje verdwenen
Het stadje barst van de steegjes en het is er moeilijk zoeken voor een agent.
Na een poos zien we Otto in het steegje verschijnen.
Hij wrijft met een pijnlijk rood gezicht over zijn achterwerk.
Hij heeft een paar beste tikken gehad met de gummiknuppel.
Het zitten gaat hem moeilijk af.
“Lafbekken zijn jullie”, snauwt Otto.
Gelijk heeft hij.
Groot gelijk.
Ik schaam me.
Maar ja, zo’n pak slaag.
Dat is ook niet alles.
Maar laf is het zeker.
Zon tien jaar later…
In het oude Stadje kom ik haast nooit meer.
Ik ben al jaren geleden verhuisd.
Otto en Kor zijn geëmigreerd.
Ik bezoek de kweekschool voor onderwijzers.
Dan moet ik fietsen, helemaal naar de andere kant van de stad.
Ik heb haast.
Ik ben al aan de late kant.
Voor het huis pak ik mijn fiets, rijdt snel richting brug en haast me daarover.
Als ik de bocht door ben, gebeurt het.
Een grote politieagent gelast me te stoppen.
Ik snap niet wat de man wil, maar dat wordt me al gauw duidelijk.
Ik heb een eind over het trottoir gefietst.
Dat mag niet.
Ik knik instemmend.
Ik probeer me te verontschuldigen.
De politieagent wil er niet te zwaar aan tillen.
Hij neemt me erg oplettend op, van boven naar beneden.
Die agent….
Het is hem….
Zo groot en volwassen ik nu ben.
Krijg ik toch een vreemd gevoel betrapt te zijn, ook een gevoel van schaamte.
Hij zal me vast niet herkennen.
Ik ben nogal groter gegroeid.
“Toch krijg je een boete”, bromt de agent.
Hij kijkt me nog eens onderzoekend aan,
“Toen je over de brug ging, stak je ook nog je hand niet uit”.
In het oude Stadje kom ik haast nooit meer.
Ik ben al jaren geleden verhuisd.
Otto en Kor zijn geëmigreerd.
Ik bezoek de kweekschool voor onderwijzers.
Dan moet ik fietsen, helemaal naar de andere kant van de stad.
Ik heb haast.
Ik ben al aan de late kant.
Voor het huis pak ik mijn fiets, rijdt snel richting brug en haast me daarover.
Als ik de bocht door ben, gebeurt het.
Een grote politieagent gelast me te stoppen.
Ik snap niet wat de man wil, maar dat wordt me al gauw duidelijk.
Ik heb een eind over het trottoir gefietst.
Dat mag niet.
Ik knik instemmend.
Ik probeer me te verontschuldigen.
De politieagent wil er niet te zwaar aan tillen.
Hij neemt me erg oplettend op, van boven naar beneden.
Die agent….
Het is hem….
Zo groot en volwassen ik nu ben.
Krijg ik toch een vreemd gevoel betrapt te zijn, ook een gevoel van schaamte.
Hij zal me vast niet herkennen.
Ik ben nogal groter gegroeid.
“Toch krijg je een boete”, bromt de agent.
Hij kijkt me nog eens onderzoekend aan,
“Toen je over de brug ging, stak je ook nog je hand niet uit”.
RAZZIA
Vader is journalist.
Al in het begin van de oorlog wordt de krant, waarbij hij werkt verboden.
Die mensen willen niet schrijven, wat de Duitsers willen.
En zo op een dag zit vader thuis.
Hij heeft geen werk meer.
De krant komt niet meer uit.
Hij zit thuis……
Zijn salaris krijgt hij wel.
Gelukkig maar.
Vader zit vaak te studeren.
Dag in dag uit.
Ook geeft hij les.
Hij kerft ook tabak bij een vriend van hem.
Al in het begin van de oorlog wordt de krant, waarbij hij werkt verboden.
Die mensen willen niet schrijven, wat de Duitsers willen.
En zo op een dag zit vader thuis.
Hij heeft geen werk meer.
De krant komt niet meer uit.
Hij zit thuis……
Zijn salaris krijgt hij wel.
Gelukkig maar.
Vader zit vaak te studeren.
Dag in dag uit.
Ook geeft hij les.
Hij kerft ook tabak bij een vriend van hem.
Hij is ouderling in de kerk.
En vaak in de middag schrijft hij.
In groene schriften of op kladblokvellen.
Bij een waxinelichtjes, dat op een jampot op water drijft.
Elektrisch licht is er niet.
Vader kan zijn schrift dan niet lezen.
In de rest van de kamer is het dan meer dan donker dan schemerig.
Hij schrijft verhalen.
Over de oorlog, over de Duitsers.
Ook over Napoleon die hier vroeger de baas was.
Over de onderdrukking van toen.
Dat verhaal heeft veel bekends.
Het gaat over vreemden die hier de baas waren.
Over mensen die moesten onder duiken.
Vader mag niet schrijven.
Geen artikelen en geen boeken.
Of, hij moet lid worden van de Kulturkammer en dat vertikt hij.
Hij schrijft stiekem.
De oorlog zal toch wel eens afgelopen zijn?
Dan kan hij zijn boeken weer doe uitgeven.
Dan kan hij weer voor de krant schrijven.
Hij bewaart de volgeschreven bladzijden in een ruimte onder de naaimachine.
Hij zegt meermalen, dat, als er Duitsers zouden komen, wij vooral niet naar die naaimachine moeten kijken.
Dat zullen we vast niet doen……….
Razzia……
Onze straat is afgezet.
Zo maar op een middag.
Opeens zijn er Duitse soldaten.
Je mag het huis niet uit.
Niemand mag de straat in of uit.
Het loopt tegen de avond.
En opeens staan ze bij ons in de kamer, lopen het hele huis door, halen de kasten leeg.
Alles ligt al gauw overhoop.
Dat gaat snauwend en vloekend.
Wij zitten stil in de achterkamer.
Vader, moeder, mijn oudste zussen en ik.
Ze vragen niets die soldaten.
Ze zijn er alleen maar, dreigend en snauwend.
Alles wordt door de Duitsers doorzocht.
Waar ze naar op zoek zijn?
Wellicht onderduikers, Joden misschien, naar fietsen of radio’s.
Vader moet zijn papieren laten zien.
Hij heeft Ausweis.
Als je dat hebt, hoef je als werkloze niet naar Duitsland om te werken.
Zwaar stampen de Duitse soldaten de achterkamer uit, de schuur in.
Door het raam zie ik ze ook de tuin in gaan.
Een soldaat stapt op mijn konijnenhokken af.
Het flitst door mij heen.
Hij zal toch niet….?
Snel spring ik van mijn stoel en sta nu in het duistere gangetje, dat naar schuur en tuin loopt.
Vader roept iets.
Als ik nog net de grote soldaat daar ontwaar in het schemerdonker is het al te laat.
Net een ferme schop van de soldatenlaars onder mijn zitvlak lig ik een paar tellen later verbluft en languit over de kamervloer vlak voor de stoel waarop mijn vader zit.
Nog verbaasder kijk ik nu……
Vader doet nog steeds, wat hij ons verboden heeft.
Hij staart onafgebroken naar de naaimachine……
Onze straat is afgezet.
Zo maar op een middag.
Opeens zijn er Duitse soldaten.
Je mag het huis niet uit.
Niemand mag de straat in of uit.
Het loopt tegen de avond.
En opeens staan ze bij ons in de kamer, lopen het hele huis door, halen de kasten leeg.
Alles ligt al gauw overhoop.
Dat gaat snauwend en vloekend.
Wij zitten stil in de achterkamer.
Vader, moeder, mijn oudste zussen en ik.
Ze vragen niets die soldaten.
Ze zijn er alleen maar, dreigend en snauwend.
Alles wordt door de Duitsers doorzocht.
Waar ze naar op zoek zijn?
Wellicht onderduikers, Joden misschien, naar fietsen of radio’s.
Vader moet zijn papieren laten zien.
Hij heeft Ausweis.
Als je dat hebt, hoef je als werkloze niet naar Duitsland om te werken.
Zwaar stampen de Duitse soldaten de achterkamer uit, de schuur in.
Door het raam zie ik ze ook de tuin in gaan.
Een soldaat stapt op mijn konijnenhokken af.
Het flitst door mij heen.
Hij zal toch niet….?
Snel spring ik van mijn stoel en sta nu in het duistere gangetje, dat naar schuur en tuin loopt.
Vader roept iets.
Als ik nog net de grote soldaat daar ontwaar in het schemerdonker is het al te laat.
Net een ferme schop van de soldatenlaars onder mijn zitvlak lig ik een paar tellen later verbluft en languit over de kamervloer vlak voor de stoel waarop mijn vader zit.
Nog verbaasder kijk ik nu……
Vader doet nog steeds, wat hij ons verboden heeft.
Hij staart onafgebroken naar de naaimachine……
Twee jaar geleden ben ik er achter gekomen.
Vader moet toen goed in zijn rats gezeten hebben.
Dat ene boek over de tijd van Napoleon – voor wie je net zo goed Hitler kon lezen – had hij in het laatste oorlogsjaar toch laten drukken.
Stiekem.
Door een uitgeverij die niet bestond.
Vader moet toen goed in zijn rats gezeten hebben.
Dat ene boek over de tijd van Napoleon – voor wie je net zo goed Hitler kon lezen – had hij in het laatste oorlogsjaar toch laten drukken.
Stiekem.
Door een uitgeverij die niet bestond.
Folkert de Haan (Ouwe Haan)
DIK EN DUN 1985
Schoolkrant MAVO
Noordhorn
Het stormt zwaar……
Zeker de kale Friese weilanden, waardoor Kor en ik onze weg zoeken over de hoge dijk.
We hangen tegen de wind….
Zwarte wolken jagen boven ons voort.
De bomen langs de weg krommen zich onder het geweld van de wind en de takken kraken.
De verre boerderijen steken zwart af tegen de toch al zo donkere lucht.
Mistroostig staan ze erbij…
Het is geen pretje dat zwoegen en sjouwen tegen die harde wind in.
Zeker niet met die bengelende tas in mijn hand.
Kor heeft het aardig wat gemakkelijker.
Hij draagt op zijn rug een tankje van vier liter.
Onder zijn jas.
Natuurlijk onder zijn jas.
Het is de oorlog…..
De moffen zijn de baas.
Al jaren….
Er is van alles te weinig en wat er is, is nog op de bon ook.
Een melk is er nooit genoeg.
Daarom sjouwen Kor en ik elke week drie keer naar een paar boeren.
Eigenlijk mag dat niet, maar er is zoveel wat niet mag.
Deze boer woont ver van het stadje, waarin we wonen.
Het is nog een kwaaie boer ook.
Een beer van een kerel…
Nee, leuk is dit tochtje niet.
“s Zomers en in het voorjaar met al die vogels om je heen is er altijd wel wat te beleven, maar nu is het koud en guur en snijdt de wind door je kleren.
Hopelijk staan er op de terugweg geen landwachten te controleren.
Doerakken zijn het.
Verraders…..
Nog erger zijn ze dan die moffen.
We komen bij de kromming van de weg.
Het wordt nu wat gemakkelijker.
De wind komt van opzij.
De staldeur slaat Kor met een smak uit de handen…
Een harde roep klinkt op van tussen de koeienlijven.
De boer………
Nijdigheid klinkt in zijn roep.
Kor en ik laten ons onderuit zakken op de krakkemikkige bank, die achter de koebeesten tegen de stalmuur staat.
Hier is het behaaglijk in het schemerige licht van de stal.
De koeien vreten vredig hun hooi.
De boer zit wat verderop onder een koe en de arbeider zit helemaal bovenaan te melken.
Een vochtige geur van mest en melk hangt zwaar boven de beesten.
Ik kijk met ontzag naar de grote knuisten van de boer, die met gemak de spenen van de koe omspannen. Zijn kop hangt tegen de schoft van het beest.
De boer zwijgt.
Zijn grote handen grijpen maar.
Wat een knuisten….
De melk spuit in de emmer.
Een kraag schuim komt steeds hoger.
Dan is het gebeurd…
Wat stijf hijst de boer zich onhoog, komt dan vervaarlijk groot met schamel en emmer over de groep. Zonder praten beent hij achter de beesten langs…Kor en ik komen in beweging.
De hengsels van mijn tas snoeren in mijn handen.
In die tas zit een blauw kruikje.
In witte letters staat erop: 2 liter.
Dan nog 2 flessen met kurken erop.
Om die flessen heb ik een paar oude doeken gewikkeld.
Dat is om het kapot stoten te voorkomen.
Zeker de kale Friese weilanden, waardoor Kor en ik onze weg zoeken over de hoge dijk.
We hangen tegen de wind….
Zwarte wolken jagen boven ons voort.
De bomen langs de weg krommen zich onder het geweld van de wind en de takken kraken.
De verre boerderijen steken zwart af tegen de toch al zo donkere lucht.
Mistroostig staan ze erbij…
Het is geen pretje dat zwoegen en sjouwen tegen die harde wind in.
Zeker niet met die bengelende tas in mijn hand.
Kor heeft het aardig wat gemakkelijker.
Hij draagt op zijn rug een tankje van vier liter.
Onder zijn jas.
Natuurlijk onder zijn jas.
Het is de oorlog…..
De moffen zijn de baas.
Al jaren….
Er is van alles te weinig en wat er is, is nog op de bon ook.
Een melk is er nooit genoeg.
Daarom sjouwen Kor en ik elke week drie keer naar een paar boeren.
Eigenlijk mag dat niet, maar er is zoveel wat niet mag.
Deze boer woont ver van het stadje, waarin we wonen.
Het is nog een kwaaie boer ook.
Een beer van een kerel…
Nee, leuk is dit tochtje niet.
“s Zomers en in het voorjaar met al die vogels om je heen is er altijd wel wat te beleven, maar nu is het koud en guur en snijdt de wind door je kleren.
Hopelijk staan er op de terugweg geen landwachten te controleren.
Doerakken zijn het.
Verraders…..
Nog erger zijn ze dan die moffen.
We komen bij de kromming van de weg.
Het wordt nu wat gemakkelijker.
De wind komt van opzij.
De staldeur slaat Kor met een smak uit de handen…
Een harde roep klinkt op van tussen de koeienlijven.
De boer………
Nijdigheid klinkt in zijn roep.
Kor en ik laten ons onderuit zakken op de krakkemikkige bank, die achter de koebeesten tegen de stalmuur staat.
Hier is het behaaglijk in het schemerige licht van de stal.
De koeien vreten vredig hun hooi.
De boer zit wat verderop onder een koe en de arbeider zit helemaal bovenaan te melken.
Een vochtige geur van mest en melk hangt zwaar boven de beesten.
Ik kijk met ontzag naar de grote knuisten van de boer, die met gemak de spenen van de koe omspannen. Zijn kop hangt tegen de schoft van het beest.
De boer zwijgt.
Zijn grote handen grijpen maar.
Wat een knuisten….
De melk spuit in de emmer.
Een kraag schuim komt steeds hoger.
Dan is het gebeurd…
Wat stijf hijst de boer zich onhoog, komt dan vervaarlijk groot met schamel en emmer over de groep. Zonder praten beent hij achter de beesten langs…Kor en ik komen in beweging.
De hengsels van mijn tas snoeren in mijn handen.
In die tas zit een blauw kruikje.
In witte letters staat erop: 2 liter.
Dan nog 2 flessen met kurken erop.
Om die flessen heb ik een paar oude doeken gewikkeld.
Dat is om het kapot stoten te voorkomen.
Straks als we teruggaan hebben we wel kind in de rug, maar dan wordt het snel kouder en donker. Bovendien wegen de liters melk die we dragen steeds zwaarder.
De warmte va de stal is behaaglijk.
Op de bank achter de zware koeien lijven zit het best.
Je moet nu niet gaan denken aan die lange weg terug.
In de kou…
Met al dure liters melk…
Met die allerongelukkigste tas.
De warmte va de stal is behaaglijk.
Op de bank achter de zware koeien lijven zit het best.
Je moet nu niet gaan denken aan die lange weg terug.
In de kou…
Met al dure liters melk…
Met die allerongelukkigste tas.
Na ruim een kwartier staan we dan toch weer buiten.
De wind waait harder.
Het wordt knap koud.
De duisternis valt over de witte wereld.
We naderen het stadje gelukkig.
Over een kwartier zijn we thuis.
Lekker bij de warme kachel.
Dan opeens…
’t Is om je dood te schrikken.
Vanachter een dikke boom stappen twee mannen naar voren.
Zwarte uniformen, een jachtgeweer op de rug.
Landwachters…
Zijn we er dan toch ingelopen?
Meestal gaan we langs een sluipweg het stadje binnen.
Vanavond niet, we namen gewoon de straatweg.
Wie rekent er nu op dat in zo’n ijzige vrieskou en met zo’n harde dure wind er nog landwachters langs de straatweg staan?
De een wijst naar mijn tas.
Die moet ik openmaken en wat eruit halen.
Naar Kor kijken ze niet.
Dat hij een plat tankje op zijn rug heeft met vier liter melk erin is door zijn dikke jas ook niet te zie.
Ik heb zwaar het land….
Alles weg…
De kruik, de flessen, de melk.
Met bevende handen til ik het kruikje uit de tas.
Een van de landwachters heeft het zo te pakken met zijn grijpgrage handen.
Dat ben ik alvast kwijt.
De landwacht grijnst gemeen.
Dan til ik de twee flessen met de oude doeken er omheen uit de tas.
De wind waait harder.
Het wordt knap koud.
De duisternis valt over de witte wereld.
We naderen het stadje gelukkig.
Over een kwartier zijn we thuis.
Lekker bij de warme kachel.
Dan opeens…
’t Is om je dood te schrikken.
Vanachter een dikke boom stappen twee mannen naar voren.
Zwarte uniformen, een jachtgeweer op de rug.
Landwachters…
Zijn we er dan toch ingelopen?
Meestal gaan we langs een sluipweg het stadje binnen.
Vanavond niet, we namen gewoon de straatweg.
Wie rekent er nu op dat in zo’n ijzige vrieskou en met zo’n harde dure wind er nog landwachters langs de straatweg staan?
De een wijst naar mijn tas.
Die moet ik openmaken en wat eruit halen.
Naar Kor kijken ze niet.
Dat hij een plat tankje op zijn rug heeft met vier liter melk erin is door zijn dikke jas ook niet te zie.
Ik heb zwaar het land….
Alles weg…
De kruik, de flessen, de melk.
Met bevende handen til ik het kruikje uit de tas.
Een van de landwachters heeft het zo te pakken met zijn grijpgrage handen.
Dat ben ik alvast kwijt.
De landwacht grijnst gemeen.
Dan til ik de twee flessen met de oude doeken er omheen uit de tas.
Dan gebeurt het.
Mijn handen krampen nog om de flessenhalzen, maar er is geen houden meer aan.
Ze pakken haast gelijktijdig uit de doeken en vallen met een plof op de straatstenen.
De melk spat op.
De landwachters springen opzij.
Ik zet het op een lopen.
Kor komt achter me aan.
Luide stemmen schreeuwen achter ons.
Een schot hagel verdwijnt in de kruinen van de bomen.
Schieten ze ook nog!
Mijn handen krampen nog om de flessenhalzen, maar er is geen houden meer aan.
Ze pakken haast gelijktijdig uit de doeken en vallen met een plof op de straatstenen.
De melk spat op.
De landwachters springen opzij.
Ik zet het op een lopen.
Kor komt achter me aan.
Luide stemmen schreeuwen achter ons.
Een schot hagel verdwijnt in de kruinen van de bomen.
Schieten ze ook nog!
De volgende morgen heb ik het land.
Vader en moeder waren na mijn verhaal blij, dat ik heelhuids thuis was.
Ik had niet weg moeten hollen.
Stel je voor, dat ik dat schot hagel in mijn achterwerk gekregen had.
Als ik het schoolplein oploop drommen de jongens en de meisjes om me heen.
Ik zie ook Kor die voor de zoveelste keer zijn verhaal doet.
“Nou jij durft zeg “, hoor ik van alle kanten.
"Zo maar die flessen melk kapot gooien voor de ogen van een stel gemene landwachten!”
Bewonderend kijkt iedereen mij aan.
Ik ben een held en dat laat ik zo, maar ik weet wel beter.
Vader en moeder waren na mijn verhaal blij, dat ik heelhuids thuis was.
Ik had niet weg moeten hollen.
Stel je voor, dat ik dat schot hagel in mijn achterwerk gekregen had.
Als ik het schoolplein oploop drommen de jongens en de meisjes om me heen.
Ik zie ook Kor die voor de zoveelste keer zijn verhaal doet.
“Nou jij durft zeg “, hoor ik van alle kanten.
"Zo maar die flessen melk kapot gooien voor de ogen van een stel gemene landwachten!”
Bewonderend kijkt iedereen mij aan.
Ik ben een held en dat laat ik zo, maar ik weet wel beter.
En held…
Ja, maar dan op sokken!
Waren die flessen niet uit pure zenuwen door mijn vingers geglipt?
Ja, maar dan op sokken!
Waren die flessen niet uit pure zenuwen door mijn vingers geglipt?
Dik en dun 1985
Schoolkrant mavo
Noordhorn






.jpg)









































.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten