De versie is van Liesbeth Rijk.
Ze heeft het geheel.... verder bekort.
Zelf vond ik het prettig om het te lezen.
Wat ze heeft er uit gelaten heeft....prima......en stoort ook niet.
Vindt Liesbeth nu de lengte van het verhaal goed, dan ben ik zelf zeer tevreden.
Goed gedaan...nogmaals bedankt!
IK
WOU...... DAT IK RIJK WAS ....EN NIET ZO KNAP!
Zus Jannie heeft verkering met Herman uit Amersfoort.
Hij geeft een tip over een bollenboer op Texel. Bij wie hij met een ploeg jongens uit Amersfoort heeft gewerkt.
De boer heet Rijk en heeft een bedrijfje in de buurt van De Koog, richting De Cocksdorp. Via Herman kunnen we er in de zomer terecht.
Op Texel rijd ik De Koog voorbij, richting de Cocksdorp.
Op een gegeven moment ga je links af een boerenree op met twee karrensporen (lees trekker sporen).
Tegen de duinen ligt het bedrijf van de familie Rijk.
De oudste zoon woont op het bedrijf.
Gerard woont in Den Burg.
Bij aankomst blijkt dat de rest van de ploeg uit Amersfoorters bestaat.
Dat blijkt traditie te zijn geworden.
Boer Rijk wordt door ons Boer genoemd en zijn broer met wie hij het bedrijf runt, noemden we gewoon Gerard.
Vader Rijk is er ook nog.

Hij is een grote stugge, zwijgende man.
De broers Lies en Gerard zijn voor ons sympathiek.
Gerard gaat stilletjes zijn eigen gang en is de man, die met de trekker voor ons de voren open legt, waaruit we de bollen moeten rooien en bij elkaar leggen om te drogen in de zon. Gerard blijkt een kunstenaar te zijn die veel opheeft met techniek.
Thuis heeft hij een complete kermis op schaal gebouwd met vooral draaimolens, die ook echt draaien met muziek erbij.
We bezoeken hem eens op een zondagmiddag en hij blijkt dan helemaal op te leven.
Hij is ook verantwoordelijk voor de schudmachine die hij heeft gebouwd om de gedroogde bollen te ontdoen van overbodige grondresten waarna ze geraapt worden en via mandjes in kisten worden gestort of in zakken geleegd.
Gerard wekt bij ons de indruk dat hij alle werkzaamheden verricht puur om den brode.
Voor hem begint het leven als hij kan gaan knutselen.
Hij geeft een tip over een bollenboer op Texel. Bij wie hij met een ploeg jongens uit Amersfoort heeft gewerkt.
De boer heet Rijk en heeft een bedrijfje in de buurt van De Koog, richting De Cocksdorp. Via Herman kunnen we er in de zomer terecht.
Op Texel rijd ik De Koog voorbij, richting de Cocksdorp.
Op een gegeven moment ga je links af een boerenree op met twee karrensporen (lees trekker sporen).
Tegen de duinen ligt het bedrijf van de familie Rijk.
De oudste zoon woont op het bedrijf.
Gerard woont in Den Burg.
Bij aankomst blijkt dat de rest van de ploeg uit Amersfoorters bestaat.
Dat blijkt traditie te zijn geworden.
Boer Rijk wordt door ons Boer genoemd en zijn broer met wie hij het bedrijf runt, noemden we gewoon Gerard.
Vader Rijk is er ook nog.

Hij is een grote stugge, zwijgende man.
De broers Lies en Gerard zijn voor ons sympathiek.
Gerard gaat stilletjes zijn eigen gang en is de man, die met de trekker voor ons de voren open legt, waaruit we de bollen moeten rooien en bij elkaar leggen om te drogen in de zon. Gerard blijkt een kunstenaar te zijn die veel opheeft met techniek.
Thuis heeft hij een complete kermis op schaal gebouwd met vooral draaimolens, die ook echt draaien met muziek erbij.
We bezoeken hem eens op een zondagmiddag en hij blijkt dan helemaal op te leven.
Hij is ook verantwoordelijk voor de schudmachine die hij heeft gebouwd om de gedroogde bollen te ontdoen van overbodige grondresten waarna ze geraapt worden en via mandjes in kisten worden gestort of in zakken geleegd.
Gerard wekt bij ons de indruk dat hij alle werkzaamheden verricht puur om den brode.
Voor hem begint het leven als hij kan gaan knutselen.
Van de zomer moeten ze het natuurlijk hebben.
Behalve wat krokussen en andere kleinere bolletjes worden er vooral narcissen gekweekt volgens contract voor een bedrijf in Amerika en de kwaliteit van deze narcissen is bijzonder goed.
Later in onze eigen tuin komen we daar wel achter.
Trompetnarcissen, ze gaan allemaal naar de V.S.
Behalve wat krokussen en andere kleinere bolletjes worden er vooral narcissen gekweekt volgens contract voor een bedrijf in Amerika en de kwaliteit van deze narcissen is bijzonder goed.
Later in onze eigen tuin komen we daar wel achter.
Trompetnarcissen, ze gaan allemaal naar de V.S.
Rijk is getrouwd met een roodharige vrouw.
Ze hebben twee kinderen Arie en Liesbeth en vooral met Liesbeth klikt het.
Het is leuk om met haar om te gaan.
Ze is ad rem, vindt het leuk om een praatje te maken en is tegen de 8 jaar een leeftijd waarop kinderen heel gewoon en natuurlijk met volwassenen kunnen omgaan.
Arie is verlegen en van hem merk je niet zoveel.
Voor mezelf is het belangrijk te bewijzen, dat ik goed met kinderen overweg kan, dus heb ik er altijd tijd voor.
Een beetje stoeien en donderjagen zit er altijd wel in als we ’s avonds bij de pomp staan te wassen en we de toe geslopen Liesbeth met water gingen gooien.

Ze vertelt ons dan, wat we te eten kregen, want de vrouw van de boer, kookt elke avond groente en vlees voor ons mee en dat kan ze heel goed.
De aardappelen schillen we en koken we zelf op een gastoestel dat staat in het schuurtje (boetje) waarin drie stapelbedden staan en een tafel.
We eten op bed zittend, omdat er verder geen ruimte is.
Onze bagage ligt ook onder de bedden of op een bed dat onbezet blijft.
Het is een klein schuurtje, maar we doen er niets anders dan slapen of liggen.
Als het droog is, zijn we altijd buiten. Tussen de middag eten we ladingen brood en drinken we verse melk die we halen bij een boer verderop in een emmer.
We vinden het heerlijk die rauwe melk en halen elke dag verse.
Op de fiets is het nog een hele kunst de spattende melk binnen de emmer te houden.
Soms moet je ’s avonds na het eten nog naar de Koog op een geleende fiets om boodschappen te doen, maar meestal ben je zo bekaf van het werken dat je na het eten gaat uitbuiken.
Na een uur heb je alweer trek en worden zakken vol pel pinda’s opgegeten.
We besluiten de avond met een eitje geklutst in cognac of we drinken een glas cognac met cola en slapen als varkens tot we door de boer gewekt werden.
Hij roept ons om zes uur.
Om zeven uur is het werken geblazen na het ontbijt van brood en het klaarmaken van het brood voor de koffiepauze.
Bij goed weer werd er gerooid en om de verveling van het eentonige werk te verdrijven, ging je allerlei dingen bedenken, zoals het neerleggen van de bollen in een boog.
Zo snel werken dat de trekker het niet kon bijhouden, achterstevoren werken tot en met het stoeien of vechten of dollen met je collega’s.
Een Amersfoorter begon te roepen dat hij wilde dat hij Rijk was en niet zo knap.
Bedacht hij het zelf?
We vonden het heel geestig en vooral toen hij het regelmatig langs de neus weg opmerkte, als Rijk inde buurt was, die wijselijk niet reageerde.
Als het regent wordt er niet gerooid omdat je soms letterlijk de modder komt te liggen.
Er is dan wel een loods met wat tafels met krokussen die gepeld of gescheurd moeten worden.
Om een uur of 10 hebben we koffiepauze.
We eten brood en drinken net zoveel koffie als we willen.
Om twaalf uur is de lunch en gaan er hele broden door.
Het beleg bestaat bijna zonder uitzondering uit pindakaas.
Dat is gemakkelijk smeren maar en als we er even flauw van zijn nemen we tijdelijk wat anders, zoals kaas.
De middag wordt onderbroken voor een half uur theedrinken en pas om zes uur kunnen we nokken.
We gaan wassen en halen groente en vlees op.
De aardappelen zijn al geschild in de middagpauze en zo staat de hele dag in het teken van werken en eten.
Op zaterdag weet je nooit wat je te wachten staat. In principe moet je de hele dag werken, maar de heren Rijk zijn het wel eens eerder zat en dan kan het gebeuren dat je soms om 1 uur en soms om drie uur vrij bent.
Je gaat je goed wassen voor het weekend en er moeten boodschappen gedaan worden voor de volgende week.
Meestal bestaat het weekend uit uitrusten voor de nieuwe werkweek. We lopen wel eens naar de Koog.
We zwerven wat over het strand bijvoorbeeld naar de Slufter of we gaan zwemmen in zee bij goed weer, maar luieren is de belangrijkste bezigheid: luieren en slapen, want fysiek eist het werk heel wat, zodat van rokkenjagen niets komt, of zijn we zelfs daar te lui of te groen voor.

Na het rooien moet er gezeefd worden.
In mandjes worden de bollen van de grond geraapt en op de trillende lopende band uitgeworpen.
Deze werkt als een zeef en ontdoet de bollen van overbodige grondresten.
Al trillend verdwijnen de bollen naar het uiteinde van de band en verdwijnen ze in zakken die door Gerard steeds worden gewisseld als ze vol zijn.
Regelmatig proberen we de zeefband over de kop te jagen door als gekken te rapen. Gerard moet dan ingrijpen.
Hij wordt dan kwaad, wat we in het begin wel grappig vinden, maar als we hem beter leren kennen niet meer.
De gevulde manden worden beurtelings door een van ons gehaald, naar de zeef gebracht en daarop uitgestort.
Ook deze loper proberen we in paniek te brengen door supersnel de manden te vullen en dan luidkeels te roepen:
“Komt er nog wat van. Tempo! Ik kan niet verder!”.
Het zijn pesterijen waar we onszelf ook mee hebben, want je raakt bekaf van het houden van dit soort races.
Ondertussen schallen de tophits uit de radio en raak ik helemaal op de hoogte van de popmuziek van die tijd en horen we informatieve gesprekken op de radio.
Een keer gebeurt het dat we als de bliksem worden getroffen door een nieuwe plaats van de Beach boys.
Op mij maakte die plaat ‘good vibrations’ enorm veel indruk en steeds weer als ik de plaat later weer hoor, probeer ik in het gevoel te komen dat ik had toen ik hem voor het eerst hoorde.
Het is net of je er nooit zeker van zult zijn , dat het ‘good vibrations’ wel was.
Door het vele luisteren naar de radio maken we grondig kennis met de nieuwe stukgedraaide popmuziek en de dzjingles:
'Kennen jullie deze nog’, ‘hippe blitzticker voor naks' en meer van die kreten waarvan door Veronica later een speciale plaat wordt gemaakt.

We verdienen we het magere loontje van schrik niet 60 gulden in de week en dan worden we vergelijkenderwijs met de kost en in woning meegerekend niet eens slecht betaald.
Een paar honderd gulden kon je er zeker van over houden en in een van de drie zomervakanties dat ik er gewerkt heb, neem ik de Berini over van Rijk die hij tweedehands aanbiedt.
Trots rijd ik naar huis over de Afsluitdijk op mijn eerste brommer die ik met eigen geld zuur verdiend heb.
Daar op de Afsluitdijk ontdek ik ook stomvervelend brommer rijden is, omdat je niets te doen hebt, dan aan de gashandel draaien.
Op een gegeven moment zit ik gymoefeningen op de brommer te doen.
Ze hebben twee kinderen Arie en Liesbeth en vooral met Liesbeth klikt het.
Het is leuk om met haar om te gaan.
Ze is ad rem, vindt het leuk om een praatje te maken en is tegen de 8 jaar een leeftijd waarop kinderen heel gewoon en natuurlijk met volwassenen kunnen omgaan.
Arie is verlegen en van hem merk je niet zoveel.
Voor mezelf is het belangrijk te bewijzen, dat ik goed met kinderen overweg kan, dus heb ik er altijd tijd voor.
Een beetje stoeien en donderjagen zit er altijd wel in als we ’s avonds bij de pomp staan te wassen en we de toe geslopen Liesbeth met water gingen gooien.

Ze vertelt ons dan, wat we te eten kregen, want de vrouw van de boer, kookt elke avond groente en vlees voor ons mee en dat kan ze heel goed.
De aardappelen schillen we en koken we zelf op een gastoestel dat staat in het schuurtje (boetje) waarin drie stapelbedden staan en een tafel.
We eten op bed zittend, omdat er verder geen ruimte is.
Onze bagage ligt ook onder de bedden of op een bed dat onbezet blijft.
Het is een klein schuurtje, maar we doen er niets anders dan slapen of liggen.
Als het droog is, zijn we altijd buiten. Tussen de middag eten we ladingen brood en drinken we verse melk die we halen bij een boer verderop in een emmer.
We vinden het heerlijk die rauwe melk en halen elke dag verse.
Op de fiets is het nog een hele kunst de spattende melk binnen de emmer te houden.
Soms moet je ’s avonds na het eten nog naar de Koog op een geleende fiets om boodschappen te doen, maar meestal ben je zo bekaf van het werken dat je na het eten gaat uitbuiken.
Na een uur heb je alweer trek en worden zakken vol pel pinda’s opgegeten.
We besluiten de avond met een eitje geklutst in cognac of we drinken een glas cognac met cola en slapen als varkens tot we door de boer gewekt werden.
Hij roept ons om zes uur.
Om zeven uur is het werken geblazen na het ontbijt van brood en het klaarmaken van het brood voor de koffiepauze.
Bij goed weer werd er gerooid en om de verveling van het eentonige werk te verdrijven, ging je allerlei dingen bedenken, zoals het neerleggen van de bollen in een boog.
Zo snel werken dat de trekker het niet kon bijhouden, achterstevoren werken tot en met het stoeien of vechten of dollen met je collega’s.
Een Amersfoorter begon te roepen dat hij wilde dat hij Rijk was en niet zo knap.
Bedacht hij het zelf?
We vonden het heel geestig en vooral toen hij het regelmatig langs de neus weg opmerkte, als Rijk inde buurt was, die wijselijk niet reageerde.
Als het regent wordt er niet gerooid omdat je soms letterlijk de modder komt te liggen.
Er is dan wel een loods met wat tafels met krokussen die gepeld of gescheurd moeten worden.
Om een uur of 10 hebben we koffiepauze.
We eten brood en drinken net zoveel koffie als we willen.
Om twaalf uur is de lunch en gaan er hele broden door.
Het beleg bestaat bijna zonder uitzondering uit pindakaas.
Dat is gemakkelijk smeren maar en als we er even flauw van zijn nemen we tijdelijk wat anders, zoals kaas.
De middag wordt onderbroken voor een half uur theedrinken en pas om zes uur kunnen we nokken.
We gaan wassen en halen groente en vlees op.
De aardappelen zijn al geschild in de middagpauze en zo staat de hele dag in het teken van werken en eten.
Op zaterdag weet je nooit wat je te wachten staat. In principe moet je de hele dag werken, maar de heren Rijk zijn het wel eens eerder zat en dan kan het gebeuren dat je soms om 1 uur en soms om drie uur vrij bent.
Je gaat je goed wassen voor het weekend en er moeten boodschappen gedaan worden voor de volgende week.
Meestal bestaat het weekend uit uitrusten voor de nieuwe werkweek. We lopen wel eens naar de Koog.
We zwerven wat over het strand bijvoorbeeld naar de Slufter of we gaan zwemmen in zee bij goed weer, maar luieren is de belangrijkste bezigheid: luieren en slapen, want fysiek eist het werk heel wat, zodat van rokkenjagen niets komt, of zijn we zelfs daar te lui of te groen voor.

Na het rooien moet er gezeefd worden.
In mandjes worden de bollen van de grond geraapt en op de trillende lopende band uitgeworpen.
Deze werkt als een zeef en ontdoet de bollen van overbodige grondresten.
Al trillend verdwijnen de bollen naar het uiteinde van de band en verdwijnen ze in zakken die door Gerard steeds worden gewisseld als ze vol zijn.
Regelmatig proberen we de zeefband over de kop te jagen door als gekken te rapen. Gerard moet dan ingrijpen.
Hij wordt dan kwaad, wat we in het begin wel grappig vinden, maar als we hem beter leren kennen niet meer.
De gevulde manden worden beurtelings door een van ons gehaald, naar de zeef gebracht en daarop uitgestort.
Ook deze loper proberen we in paniek te brengen door supersnel de manden te vullen en dan luidkeels te roepen:
“Komt er nog wat van. Tempo! Ik kan niet verder!”.
Het zijn pesterijen waar we onszelf ook mee hebben, want je raakt bekaf van het houden van dit soort races.
Ondertussen schallen de tophits uit de radio en raak ik helemaal op de hoogte van de popmuziek van die tijd en horen we informatieve gesprekken op de radio.
Een keer gebeurt het dat we als de bliksem worden getroffen door een nieuwe plaats van de Beach boys.
Op mij maakte die plaat ‘good vibrations’ enorm veel indruk en steeds weer als ik de plaat later weer hoor, probeer ik in het gevoel te komen dat ik had toen ik hem voor het eerst hoorde.
Het is net of je er nooit zeker van zult zijn , dat het ‘good vibrations’ wel was.
Door het vele luisteren naar de radio maken we grondig kennis met de nieuwe stukgedraaide popmuziek en de dzjingles:
'Kennen jullie deze nog’, ‘hippe blitzticker voor naks' en meer van die kreten waarvan door Veronica later een speciale plaat wordt gemaakt.

We verdienen we het magere loontje van schrik niet 60 gulden in de week en dan worden we vergelijkenderwijs met de kost en in woning meegerekend niet eens slecht betaald.
Een paar honderd gulden kon je er zeker van over houden en in een van de drie zomervakanties dat ik er gewerkt heb, neem ik de Berini over van Rijk die hij tweedehands aanbiedt.
Trots rijd ik naar huis over de Afsluitdijk op mijn eerste brommer die ik met eigen geld zuur verdiend heb.
Daar op de Afsluitdijk ontdek ik ook stomvervelend brommer rijden is, omdat je niets te doen hebt, dan aan de gashandel draaien.
Op een gegeven moment zit ik gymoefeningen op de brommer te doen.
Rijk kan het wel waarderen als je leergierig bent en
geeft je de kans op de tractor te rijden. Dat overkomt mij ook en het is voor
mij een hele ervaring dat lompe ding aan de praat te krijgen en het ook nog te
laten rijden.
Het wordt minder als er een laadwagen aangeknoopt werd, omdat je dan een heel andere draaicirkel krijgt om ergens langs te komen.
De eerste keer rijd ik een grote stapel gevulde kisten omver, omdat ik de bocht iets te krap neem, maar Rijk vindt het niet zo erg.
Hij kan je pesten met een opmerking, dat goed kunnen leren nog niet betekent goed kunnen trekker rijden.
Uiteraard heeft de man er waardering voor als je hard wilt aanpakken en dat doen we wel met zijn allen.
We krijgen het niet cadeau, maar we worden eerlijk behandeld.
We blijken voortreffelijk met elkaar op te kunnen schieten en dat maakt het verblijf op Texel meestal zeer aangenaam.
We trekken veel met elkaar op en bezoeken wat uitgebreider de bijzondere plekken van Texel zoals het Texels museum. Willem brengt waarachtig wat cultuur binnen.
Aan alles komt een eind, als er geoogst is en gescheurd.
De spanen worden gescheiden van de moeren (zeg maar de moederbol).
Verpakt in grote kisten met de letters EXPORT komen ze terecht in de Verenigde Staten.
De moeren worden vervolgens “gekookt”, zoals dat heet.
Ze komen in een bad van 40 tot 60 graden, waardoor ziekte in de bol voorkomen kan worden.
De rooiploeg zwaait af na drie werken en slechts een enkeling kan blijven om te helpen bij het : koken" en daarna bij het herplanten.
Broer Thijs heeft er wel oren naar te blijven en dat mag.
Hij maakt het hele proces mee met Flip samen en heeft een sterke binding met de omgeving daar. Het is ons uitstekend bevallen.
Elke dag buiten is veel prettiger dan het werken in een stinkende fabriek in de zomer.
Het jaar daarop doe ik mijn schoolmeesters examen en Thijs en ik vertrekken voor de tweede keer naar Texel.
Hoe vaak Thijs er nadien komt, weet ik niet meer.
Ik denk toch wel een aantal jaren achter elkaar, want als ik pedagogiek ga studeren, besluit ik na het afronden van het eerste studiejaarjaar nog een keer te gaan en het valt niet tegen. De sfeer is nagenoeg hetzelfde.
Het aantal Groningers is nu toegenomen en sommigen ervan ken ik zoals, zoals Willem van de slager.
Het terugkomen op een eiland is telkens weer een feest van herkenning.
De suggestie van het afgesloten zijn van de buitenwereld en het terechtkomen in een wereld op zich, onderga ik sterk.
Texel kun je op een geweldige manier befietsen.
Soms huren we een tandem en jagen met een rotgang door duinen waar niet een schelpenpad maar een betonnen pad is neergelegd.
Dat maakt Texel weer anders dan de andere Waddeneilanden.
Texel is niet alleen eiland, maar ook nog platteland.
Het wordt minder als er een laadwagen aangeknoopt werd, omdat je dan een heel andere draaicirkel krijgt om ergens langs te komen.
De eerste keer rijd ik een grote stapel gevulde kisten omver, omdat ik de bocht iets te krap neem, maar Rijk vindt het niet zo erg.
Hij kan je pesten met een opmerking, dat goed kunnen leren nog niet betekent goed kunnen trekker rijden.
Uiteraard heeft de man er waardering voor als je hard wilt aanpakken en dat doen we wel met zijn allen.
We krijgen het niet cadeau, maar we worden eerlijk behandeld.
We blijken voortreffelijk met elkaar op te kunnen schieten en dat maakt het verblijf op Texel meestal zeer aangenaam.
We trekken veel met elkaar op en bezoeken wat uitgebreider de bijzondere plekken van Texel zoals het Texels museum. Willem brengt waarachtig wat cultuur binnen.
Aan alles komt een eind, als er geoogst is en gescheurd.
De spanen worden gescheiden van de moeren (zeg maar de moederbol).
Verpakt in grote kisten met de letters EXPORT komen ze terecht in de Verenigde Staten.
De moeren worden vervolgens “gekookt”, zoals dat heet.
Ze komen in een bad van 40 tot 60 graden, waardoor ziekte in de bol voorkomen kan worden.
De rooiploeg zwaait af na drie werken en slechts een enkeling kan blijven om te helpen bij het : koken" en daarna bij het herplanten.
Broer Thijs heeft er wel oren naar te blijven en dat mag.
Hij maakt het hele proces mee met Flip samen en heeft een sterke binding met de omgeving daar. Het is ons uitstekend bevallen.
Elke dag buiten is veel prettiger dan het werken in een stinkende fabriek in de zomer.
Het jaar daarop doe ik mijn schoolmeesters examen en Thijs en ik vertrekken voor de tweede keer naar Texel.
Hoe vaak Thijs er nadien komt, weet ik niet meer.
Ik denk toch wel een aantal jaren achter elkaar, want als ik pedagogiek ga studeren, besluit ik na het afronden van het eerste studiejaarjaar nog een keer te gaan en het valt niet tegen. De sfeer is nagenoeg hetzelfde.
Het aantal Groningers is nu toegenomen en sommigen ervan ken ik zoals, zoals Willem van de slager.
Het terugkomen op een eiland is telkens weer een feest van herkenning.
De suggestie van het afgesloten zijn van de buitenwereld en het terechtkomen in een wereld op zich, onderga ik sterk.
Texel kun je op een geweldige manier befietsen.
Soms huren we een tandem en jagen met een rotgang door duinen waar niet een schelpenpad maar een betonnen pad is neergelegd.
Dat maakt Texel weer anders dan de andere Waddeneilanden.
Texel is niet alleen eiland, maar ook nog platteland.
Dit jaar ben ik 72 jaar.
Dit jaar waren we met de hele familie op Texel.
Samen met mijn vrouw speurden we op naar het gedoetje van BOER RIJK.
De eerste keer met de auto, niet gelukt.
Met de fiets was het veel beter.
Na de Slufter kwamen we langs het fietspad bij het huis met brocante schuur.
We vroegen deze vriendelijke dame “Kunt u ons helpen?
We zoeken het huis van de familie Rijk".
Ze kan ons meer vertellen, dan we zouden bevroeden!
Ze vertelde dat ze de familie Rijk heel goed kent.
Enige jaren geleden is het huis afgebroken en is er een luxe villa gebouwd.
Ze wijst ons vervolgens de weg naar de plek waar het huis heeft gestaan. Wij volgen het pad en komen op de plek…. Wat is het veranderd!
JAN THIJS DE HAAN
Liesbeth RIJK
Wat een vrolijkheid!
Jan Thijs de Haan
Als student in Groningen
Verhalen van Liesbeth Rijk
Kom es kieke buur!
‘Toen ‘t skemertje begon te folle wiere het nog knoppies.
Maar dan….
Opiens klappe de blompies open, je ken ’t sien en ok hore os je goed luustert!
Nou kiek er es….
Deer gaat er weer ien open!
En weer ien en nog ien, en deer verderop ok ien.
Hoe ken het bestaan?
Dut hew ik nag nooit beleefd.
Het liekt wel een wondertuun, mien ooge doen seer van ’t kieke.
Weet jee buur, hoe die mooie gele blompies hiete?
Oh, teunisblom, ja nou je ’t segt, deer heb ik welleris van hoort.
Jammer dat Piet dut niet meer kon meemake…
Hij had sien eige oge niet gelove kenne’.
Hee sou vast seid hewe ‘heb jee un vonst deen, Souw?’
‘Eerlijkgezeid, om deuze tied ben ik nooit in de tuun en as ik wel in de tuun weest was ’s eves, dan heb ik er nag nooit zo goed naar keke….
Mééstal zit ik nog wat te breie of leg ik op ien oor, maar nou met die warmte ging ik niet zo vroog te bed.
Ik ging effies naar bûte om of te koele….en toen beurde het’.
Alle buren werden erbij gehaald, buurvrouw Smit, buurvrouw Roeper, buurvrouw Moojen, buurvrouw Bakker.
Komt dat zien!
Avond aan avond een gratis voorstelling!
Buurvrouw plukte en droogde de zaden van de teunisbloem.
Ik kreeg een margarinebakje met zaadjes, die ik in onze tuin heb uitgestrooid.
Nu jaren nadat buurvrouw Kikkert is overleden zijn de teunisbloemen elke zomer weer te bewonderen!
Als ik ze zie, denk ik altijd even aan haar, mijn vriendelijke buurvrouw Souwtje Kikkert-Lap, een positieve vrouw, die openstond voor iedereen.
Ze kon prachtig zangerig Tessels prate.
Altijd belangstellend en nooit heb ik haar iets negatiefs over iemand horen vertellen.
Een voorbeeld!
Liesbeth Rijk
Brigitte Bardot, Doris Day en Josefien
Op de boerderij van mijn opa en oma, Arie Pieter en Marie Dalmeijer, was het altijd een komen en gaan van mensen.
Buren, familie, verre familie, vrienden van familie en verre familie, veel kinderen en werkmensen.
Er was altijd reuring.
Bijzonder was dat iedereen zich welkom voelde op de ‘De Zwaluw’, waar het ook krioelde van de dieren.
In het voorjaar liepen de schapen met lampies in de wei voor de boerderij.
Er waren altijd wel een paar soggies, die in de woonkamer bij de kachel lagen.
Er waren ganzen en kippen met kukeltjes, die af en toe via de openstaande deur de bijkeuken en daarna de eetkeuken inglipten.
Koeien, kalfjes, geiten, pauwen, een paard, een hond, kalkoenen, konijnen en katten.
Geen wonder dat de Ouweskilder jeugd graag op ‘De Zwaluw’ kwam: altoos wat te beleve deer!
Er waren ook drie zeugen, die alle drie een mooie naam hadden.
De drie dochters van opa Arie Pieter en oma Marie, Geertje, Jannie en Paula, waren - geheel volgens de traditie van die tijd - vernoemd naar de grootmoeders Geertruida, Jannetje en grootvader Paulus.
Daar was niet veel fantasie voor nodig.
Daarom hadden opa en oma voor de varkens hele andere, mooie namen bedacht:
Brigitte Bardot en Doris Day waren leuke namen voor de twee dartele roze biggetjes, het leken wel fotomodellen!
De derde hadden ze Josefien genoemd, naar de bekende revuedanseres en activiste, Josephine Baker.
De zeugen waren heel alert, ze kwamen direct naar mijn opa en oma toe als die zich op het erf vertoonden.
Etensresten, oud brood, als het er was, en groenteafval werden naar de varkens gebracht. Als de zeugen bij hun naam geroepen werden, kwamen ze meteen aandraven.
Omdat de zeugen van het erf een prutzooi maakten, had opa een hok voor ze getimmerd. Het modderbad ervoor maakten de zeugen zelf.
Daarom heen kwamen hekken met een poort.
Die poort bleken ze zelf te kunnen openen.
Dat had de knecht nooit kunnen bedenken.
Hij zei ‘ik zou willen dat ìk zo slim was….’
Als oma Marie riep ‘Brigitte, kom!’ dan kwam Brigitte Bardot aan waggelen.
‘Josefientje, kom je ok?’ riep Geertje en daar kwam ze aanschommelen, met d’r steertje in de krul omhoog, ‘Doris Day!’ riepen Jannie en Paula.
En daar stond nummer drie parmantig met de voorpoten tegen het hek op, knipperend met haar glimmende oogjes, wachtend op een aai van de meiden.
Op een keer toen de meiden vroegen ‘deuze lieve varrekes hoeve toch nooit naar de slager?’ stelde opa ze gerust en zei ‘welnee, deer bouwe we een rusthuus voor, vanzellef!’ Maar dat was natuurlijk grootspraak.
Want een tijdje later brak de dag aan dat de zeugen weg moesten.
’s Ochtends om een uur of negen, de meiden waren naar skool, zou de veewagen ze komen ophalen.
Die ochtend verdween Arie Pieter, hij moest zogenaamd skeepe telle op het are land achter het boetje, dus hij stapte op de Solex en verdween uut het zicht.
Oma Marie maakte zich ook uit de voeten, moest zo nodig opeens bonen plukken in de tuun.
De knecht, Hans Hemelrijk, moest de klus met de zeugen maar klaren.
De veewagen kwam en Aris van Leen gooide de klep uit.
Ze probeerden de varkens de klep op te jagen de wagen in.
Maar daar hadden de dames geen zin in, ze voelden al nattigheid….
En ze vlogen alle kanten op, maar niet de bak in.
Ze hadden Josefien zowat op de klep, de knecht ging er wiedbiens voor staan, maar ze glipte net tussen zijn benen door ’t hok weer in.
Ze waren al een uur aan de gang, zonder dat ze één varken in de wagen hadden.
De chauffeur was het goed zat en greep naar een riek, ‘ik kreg jullie wel, krenge!….’
Toen kwam oma uut de tuun voor de koffie en zag de chauffeur net uithalen naar Doris Day. ‘Hééée’, riep ze, ‘kenne jullie wel?
Hou deer mee op!’
De mannen foeterden ‘Ja, maar die dinge willen alle kanten op behalve de goeie!’
Oma zei niks meer, ze stapte kordaat op haar klompen de vrachtwagen in en riep ‘Doris Day, kom!’
En…. ze kwam, ze waggelde onwennig de klep op de vrachtwagen in.
‘Brigitte Bardot, kom!’ en Brigitte kwam direct vol vertrouwen naar haar toe.
En tot slot ‘Josefien, kom!’
En Josefien, die helemaal nog geen zin had, kwam toch ook de wagen op schommelen.
Alle drie kregen een klapje op de rug en een aai over de kop van oma.
Zonder nog om te kijken stapte zij van de wagen af.
De mannen bleven sprakeloos achter.
Zonder een woord uit te kunnen brengen liep oma Marie weg, de tuun weer in.
De koffie bleef op tafel staan….
Toen opa bij het middageten vroeg ‘Benne ze weg?
Is ’t goed gaan?’….viel er een lange stilte, waarna ze ‘vanzellef’ mompelde.
Daarna kwamen er nooit meer varkens in het varkenshok op het erf van ‘De Zwaluw’.
Het werd de ‘stal’ van de goggomobil, die er precies inpaste.
Liesbeth Rijk
Den Burg
Deer lacht Guurtje nou om….
De juf op de lagere school in Oudeschild, Guurtje van Sijp, was niet zo’n opgewekt mens. Ze liep met gebogen hoofd op straat, een groet of een knikje kon er nauwelijks vanaf. Guurtje was van jongs af aan al serieus, plichtsgetrouw en ingehouden geweest.
Niemand had haar ooit zien lachen, behalve die ene keer….
Het weer was al dagenlang net als haar stemming, somber, grijs en grauw.
Het water kwam met bakken uit de lucht.
Toen het zonnetje eindelijk weer doorbrak, besloten Guurtje en haar vader een ommetje te maken.
Ze liepen een flink eind vanaf de haven over diek.
Vader kloste met zijn klompen door het natte gras.
Bij de Hornt wilde vader rusten en ging hij even op een hek zitten.
Rondom het hek was geen gras, maar was de grond modderig en vertrapt door de schapen. Het koeientouwtje waar het hek mee vastgemaakt was, zat niet helemaal goed aan de paal geknoopt.
Nadat vader goed en wel zat, begon het hek te wankelen en …. de klompen en schapenkeutels vlogen door de lucht en met een doffe dreun belandde hij op de grond! Guurtje die dit schouwspel had gezien, begon onbedaarlijk te lachen.
Hahahahahahahaha, hahahahaha!
Ze kon niet meer stoppen met lachen.
Mijn opa, Arie Pieter Dalmeijer, die het hele voorval had gezien vanaf zijn land van onder diek, snelde toe om vader Van Sijp overeind te helpen uit de modder.
Guurtje lachte nog steeds, de tranen liepen haar over de wangen.
Sindsdien was het seggie in Skil bij leedvermaak ‘Deer lacht Guurtje nou om….’
Den Burg
Liesbeth Rijk
Toen ik op Texel werkte, ontmoette ik regelmatig Liesbeth.
Haar vrolijkheid sloeg dan op je over.
Dat is een talent!
Daar ben je blijkbaar mee geboren.
Toen ik met jou weer contact kreeg naar aanleiding van mijn verhaal:
Ik wilde dat ik RIJK was....en niet zo knap!
dat je op internet had gelezen, was je net zo vrolijk als destijds.
Dat is tenminste mijn indruk en ik ontdekte, dat je graag jouw verhalen schreef.
Blijf ze schrijven!
Dus mijn advies in het Fries:
Wês in sinnestriel in oar hat der ferlet fan.












.jpg)
