vrijdag 28 april 2017

NIET GEKNECHT van JAN DE HAAN




Niet geknecht

Heruitgave


met nawoord van Lútsen Kooistra& beeldverhaal van Laurens Bontes

BORNMEER 2017



NUR 364
ISBN 978 90 5615 415 8

2017 Beeldverhaal: Laurens Bontes
2017 Tekst: Erven Jan de Haan en Lútsen Kooistra

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokop[ieén, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ww.bornmeer.nl

Ter inleiding

In 1941 eiste de Duitse bezetter dat alle journalisten lid werden van het Verbond van Nederlandse Journalisten (VNJ)Met dat lidmaatschap gingen journalisten akkoord met aanwijzinhgen over de inhoud van de krant door de Duitsers:
censuur en propaganda.
Krantendirecties mochten journalisten die geen lid waren, niet in dienst houden.
Deze maatregel werd genomen in een periode van intimidatie, morele druk en dreigemanten.
Kritische artikelen van hoofdredacteur Hendrik Algra hadden de speciale aandacht van de bezetter.
Uit veiligheidsoverwegingen trad hij in januari 1941 terug als hoofdredacteur.
Redacteur Jan de Haan nam zijn taak waar.
Het bestuur van de Persvereniging voor Friesland, uitgeefster van het Friesch Dagblad , overlegde met de journalisten over de eis om lid te worden van de VNJ.
Zonder aarzeling werd het neen uitgesproken.
Het Friesch Dagblad versheen op 19 mei voor het laatst.
Bestuur en redactie werden ter verantwoording geroepen, onder zware dreigementen.
Jan de Haan (1906-1978) hield aantekeningen bij van de gebeurtenissen.
Na de oorlog bewerkte hij die tot een brochure:
Niet Geknecht,
Het boekje geeft feiten en omstandigheden en inzichten in beweegredenen en emotie van bestuur en medewerkers.

De brochure verschijnt nu opnieuw in combinatie met een beeldvrerhaal, met tekeningen van Laurens Bontes.
Die geven de tekst van de brochure zo getrouw mogelijk weer.
Er isook een filmische bewerking van de tekeningen gemaakt, uitgezonden door Omrop Fryslan *.
Een en ander komt voort uit een samenwerkingsproject van het Friesch Dagblad en Omrop Fryslan, 
met dteun van het Fries Mediafonfs.
Deze uitgave is ter gelegenheid van het afscheid van Lútseb Kooistra al hoofdredacteur van het Friesch Dagblad, op 21 aprtil 2017.
De tekst van zijn toespraak bij het afscheid is opgenomen als nawoord,

Leeuwarden. april 2017

* De film is op internet te vinden op: www.omropfryslan.nl/nietgeknecht







In de schaduw van het Duitse leger, dat in mei'40 zo bruut                                                                                                                                                                                              



dinsdag 4 oktober 2016

Texel versie Liesbeth


De versie is van Liesbeth Rijk.
Ze heeft het geheel.... verder bekort.
Zelf vond ik het prettig om het te lezen.
Wat ze heeft er uit gelaten heeft....prima......en stoort ook niet.
Vindt Liesbeth nu de lengte van het verhaal goed, dan ben ik zelf  zeer tevreden.
Goed gedaan...nogmaals bedankt!


IK WOU...... DAT IK RIJK WAS ....EN NIET ZO KNAP!
Zus Jannie heeft verkering met Herman uit Amersfoort. 
Hij geeft een tip over een bollenboer op Texel. Bij wie hij met een ploeg jongens uit Amersfoort heeft gewerkt.
De boer heet Rijk en heeft een bedrijfje in de buurt van De Koog, richting De Cocksdorp. Via Herman kunnen we er in de zomer terecht. 

Op Texel rijd ik De Koog voorbij, richting de Cocksdorp. 
Op een gegeven moment ga je links af een boerenree op met twee karrensporen (lees trekker sporen).
Tegen de duinen ligt het bedrijf van de familie Rijk. 
De oudste zoon woont op het bedrijf. 
Gerard woont in Den Burg. 
Bij aankomst blijkt dat de rest van de ploeg uit Amersfoorters bestaat. 
Dat blijkt traditie te zijn geworden. 
Boer Rijk wordt door ons Boer genoemd en zijn broer met wie hij het bedrijf runt, noemden we gewoon Gerard. 
Vader Rijk is er ook nog.


 Hij is een grote stugge, zwijgende man.  
De broers Lies en Gerard zijn voor ons  sympathiek. 
Gerard gaat stilletjes zijn eigen gang en is de man, die met de trekker voor ons de voren open legt, waaruit we de bollen moeten rooien en bij elkaar leggen om te drogen in de zon. Gerard blijkt een kunstenaar te zijn die veel opheeft met techniek.
Thuis heeft hij een complete kermis op schaal gebouwd met vooral draaimolens, die ook echt draaien met muziek erbij. 

We bezoeken hem eens op een zondagmiddag en hij blijkt dan helemaal op te leven. 
Hij is ook verantwoordelijk voor de schudmachine die hij heeft gebouwd om de  gedroogde bollen te ontdoen van overbodige grondresten waarna ze geraapt worden en via mandjes in kisten worden gestort of in zakken geleegd. 
Gerard wekt bij ons de indruk dat hij alle werkzaamheden verricht puur om den brode. 
Voor hem begint het leven als hij kan gaan knutselen.
Van de zomer moeten ze het natuurlijk hebben. 
Behalve wat krokussen en andere kleinere bolletjes worden er vooral narcissen gekweekt volgens contract voor een bedrijf in Amerika en de kwaliteit van deze narcissen is bijzonder goed. 
Later in onze eigen tuin komen we daar wel achter. 
Trompetnarcissen, ze gaan allemaal naar de V.S.
Rijk is getrouwd met een roodharige vrouw. 
Ze hebben twee kinderen Arie en Liesbeth en vooral met Liesbeth klikt het. 
Het is leuk om met haar om te gaan. 
Ze is ad rem, vindt het leuk om een praatje te maken en is tegen de 8 jaar een leeftijd waarop kinderen heel gewoon en natuurlijk met volwassenen kunnen omgaan. 
Arie is verlegen en van hem merk je niet zoveel. 
Voor mezelf is het belangrijk te bewijzen, dat ik goed met kinderen overweg kan, dus heb ik er altijd tijd voor. 
Een beetje stoeien en donderjagen zit er altijd wel in als we ’s avonds bij de pomp staan te wassen en we de toe geslopen Liesbeth met water gingen gooien. 

Ze vertelt ons dan, wat we te eten kregen, want de vrouw van de boer, kookt elke avond groente en vlees voor ons mee en dat kan ze heel goed. 
De aardappelen schillen we en koken we zelf op een gastoestel dat staat in het schuurtje (boetje) waarin drie stapelbedden staan  en een tafel.
We eten op bed zittend, omdat er verder geen ruimte is. 
Onze bagage ligt ook onder de bedden of op een bed dat onbezet blijft. 
Het is een klein schuurtje, maar we doen er niets anders dan slapen of liggen. 
Als het droog is, zijn we altijd buiten. Tussen de middag eten we ladingen brood en drinken we verse melk die we halen bij een boer verderop in een emmer. 
We vinden het heerlijk die rauwe melk en halen elke dag verse. 
Op de fiets is het nog een hele kunst de spattende melk binnen de emmer te houden. 
Soms moet je ’s avonds na het eten nog naar de Koog op een geleende fiets om boodschappen te doen, maar meestal ben je zo bekaf van het werken dat je na het eten gaat uitbuiken. 
Na een uur heb je alweer trek en worden zakken vol pel pinda’s opgegeten. 
We besluiten de avond met een eitje geklutst in cognac of we drinken een glas cognac met cola en slapen als varkens tot we door de boer gewekt werden. 
Hij roept ons om zes uur. 
Om zeven uur is het werken geblazen na het ontbijt van brood en het klaarmaken van het brood voor de koffiepauze. 
Bij goed weer werd er gerooid en om de verveling van het eentonige werk te verdrijven, ging je allerlei dingen bedenken, zoals het neerleggen van de bollen in een boog. 
Zo snel werken dat de trekker het niet kon bijhouden, achterstevoren werken tot en met het stoeien of vechten of dollen met je collega’s.
Een Amersfoorter begon te roepen dat hij wilde dat hij Rijk was en niet zo knap. 
Bedacht hij het zelf? 
We vonden het heel geestig en vooral toen hij het regelmatig langs de neus weg opmerkte, als Rijk inde buurt was, die wijselijk niet reageerde. 
Als het regent wordt er niet gerooid omdat je soms letterlijk de modder komt te liggen. 
Er is dan wel een loods met wat tafels met krokussen die gepeld of gescheurd moeten worden. 
Om een uur of 10 hebben we koffiepauze. 
We eten brood en drinken net zoveel koffie als we willen. 
Om twaalf uur is de lunch en gaan er hele broden door. 
Het beleg bestaat bijna zonder uitzondering uit pindakaas. 
Dat is gemakkelijk smeren maar en als we er even flauw van zijn nemen we tijdelijk wat anders, zoals kaas. 
De middag wordt onderbroken voor een half uur theedrinken en pas om zes uur kunnen we nokken. 
We gaan wassen en halen groente en vlees op. 
De aardappelen zijn al geschild in de middagpauze en zo staat de hele dag in het teken van werken en eten. 
Op zaterdag weet je nooit wat je te wachten staat. In principe moet je de hele dag werken, maar de heren Rijk zijn het wel eens eerder zat en dan kan het gebeuren dat je soms om 1 uur en soms om drie uur vrij bent. 
Je gaat je goed wassen voor het weekend en er moeten boodschappen gedaan worden voor de volgende week. 
Meestal bestaat het weekend uit uitrusten voor de nieuwe werkweek. We lopen wel eens naar de Koog. 
We zwerven wat over het strand bijvoorbeeld naar de Slufter of we gaan zwemmen in zee bij goed weer, maar luieren is de belangrijkste bezigheid: luieren en slapen, want fysiek eist het werk heel wat, zodat van rokkenjagen niets komt, of zijn we zelfs daar te lui of te groen voor. 

Na het rooien moet er gezeefd worden. 
In mandjes worden de bollen van de grond geraapt en op de trillende lopende band uitgeworpen. 
Deze werkt als een zeef en ontdoet de bollen van overbodige grondresten. 
Al trillend verdwijnen de bollen naar het uiteinde van de band en verdwijnen ze in zakken die door Gerard steeds worden gewisseld als ze vol zijn. 
Regelmatig proberen we de zeefband over de kop te jagen door als gekken te rapen. Gerard moet dan ingrijpen. 
Hij wordt dan kwaad, wat we in het begin wel grappig vinden, maar als we hem beter leren kennen niet meer. 
De gevulde manden worden beurtelings door een van ons gehaald, naar de zeef gebracht en daarop uitgestort. 
Ook deze loper proberen we in paniek te brengen door supersnel de manden te vullen en dan luidkeels te roepen: 
“Komt er nog wat van. Tempo! Ik kan niet verder!”. 
Het zijn pesterijen waar we onszelf ook mee hebben, want je raakt bekaf van het houden van dit soort races.
Ondertussen schallen de tophits uit de radio en raak ik helemaal op de hoogte van de popmuziek van die tijd en horen we informatieve gesprekken op de radio. 

Een keer gebeurt het dat we als de bliksem worden getroffen door een nieuwe plaats van de Beach boys. 
Op mij maakte die plaat ‘good vibrations’ enorm veel indruk en steeds weer als ik de plaat later weer hoor, probeer ik in het gevoel te komen dat ik had toen ik hem voor het eerst hoorde. 
Het is net of je er nooit zeker van zult zijn , dat het ‘good vibrations’ wel was. 
Door het vele luisteren naar de radio maken we grondig kennis met de nieuwe stukgedraaide popmuziek en de dzjingles: 
'Kennen jullie deze nog’, ‘hippe blitzticker voor naks' en meer van die kreten waarvan door Veronica later een speciale plaat wordt gemaakt. 



We verdienen we het magere loontje van schrik niet 60 gulden in de week en dan worden we vergelijkenderwijs met de kost en in woning meegerekend niet eens slecht betaald. 

Een paar honderd gulden kon je er zeker van over houden en in een van de drie zomervakanties dat ik er gewerkt heb, neem ik de Berini over van Rijk die hij tweedehands aanbiedt. 
Trots rijd ik naar huis over de Afsluitdijk op mijn eerste brommer die ik met eigen geld zuur verdiend heb. 
Daar op de Afsluitdijk ontdek ik ook stomvervelend brommer rijden is, omdat je niets te doen hebt, dan aan de gashandel draaien. 
Op een gegeven moment zit ik gymoefeningen op de brommer te doen.
Rijk kan het wel waarderen als je leergierig bent en geeft je de kans op de tractor te rijden. Dat overkomt mij ook en het is voor mij een hele ervaring dat lompe ding aan de praat te krijgen en het ook nog te laten rijden. 
Het wordt minder als er een laadwagen aangeknoopt werd, omdat je dan een heel andere draaicirkel krijgt om ergens langs te komen. 
De eerste keer rijd ik een grote stapel gevulde kisten omver, omdat ik de bocht iets te krap neem, maar Rijk vindt het niet zo erg. 
Hij kan je pesten met een opmerking, dat goed kunnen leren nog niet betekent goed kunnen trekker rijden. 
Uiteraard heeft de man er waardering voor als je hard wilt aanpakken en dat doen we wel met zijn allen. 
We krijgen het niet cadeau, maar we worden eerlijk behandeld. 
We blijken voortreffelijk met elkaar op te kunnen schieten en dat maakt het verblijf op Texel meestal zeer aangenaam. 
We trekken veel met elkaar op en bezoeken wat uitgebreider de bijzondere plekken van Texel zoals het Texels museum. Willem brengt waarachtig wat cultuur binnen.
Aan alles komt een eind, als er geoogst is en gescheurd. 

De spanen worden gescheiden van de moeren (zeg maar de moederbol). 
Verpakt in grote kisten met de letters EXPORT komen ze terecht in de Verenigde Staten. 
De moeren worden vervolgens “gekookt”, zoals dat heet. 
Ze komen in een bad van 40 tot 60 graden, waardoor ziekte in de bol voorkomen kan worden. 
De rooiploeg zwaait af na drie werken en slechts een enkeling kan blijven om te helpen bij het : koken" en daarna bij het herplanten. 
Broer Thijs heeft er wel oren naar te blijven en dat mag. 
Hij maakt het hele proces mee met Flip samen en heeft een sterke binding met de omgeving daar. Het is ons uitstekend bevallen. 
Elke dag buiten is veel prettiger dan het werken in een stinkende fabriek in de zomer.
Het jaar daarop doe ik mijn schoolmeesters examen en Thijs en ik vertrekken voor de tweede keer naar Texel. 

Hoe vaak Thijs er nadien komt, weet ik niet meer. 
Ik denk toch wel een aantal jaren achter elkaar, want als ik pedagogiek ga studeren, besluit ik na het afronden van het eerste studiejaarjaar nog een keer te gaan en het valt niet tegen. De sfeer is nagenoeg hetzelfde. 
Het aantal Groningers is nu toegenomen en sommigen ervan ken ik zoals, zoals Willem van de slager. 
Het terugkomen op een eiland is telkens weer een feest van herkenning. 
De suggestie van het afgesloten zijn van de buitenwereld en het terechtkomen in een wereld op zich, onderga ik sterk. 
Texel kun je op een geweldige manier befietsen. 
Soms huren we een tandem en jagen met een rotgang door duinen waar niet een schelpenpad maar een betonnen pad is neergelegd. 
Dat maakt Texel weer anders dan de andere Waddeneilanden. 
Texel is niet alleen eiland, maar ook nog platteland.

Dit jaar ben ik 72 jaar. 

Dit jaar waren we met de hele familie op Texel. 
Samen met mijn vrouw speurden we op naar het gedoetje van BOER RIJK. 
De eerste keer met de auto, niet gelukt. 
Met de fiets was het veel beter. 
Na de Slufter kwamen we langs het fietspad bij het  huis met brocante schuur.
We vroegen deze vriendelijke dame “Kunt u ons helpen? 
We zoeken het huis van de familie Rijk".  
Ze kan ons meer vertellen, dan we zouden bevroeden! 
Ze vertelde dat ze de familie Rijk heel goed kent. 
Enige jaren geleden is het huis afgebroken en is er een luxe villa gebouwd. 
Ze wijst ons vervolgens de weg naar de plek waar het huis heeft gestaan. Wij volgen het pad en komen op de plek…. Wat is het veranderd!

JAN THIJS DE HAAN

Liesbeth RIJK
Wat een vrolijkheid!
Jan Thijs de Haan
...en werkzaam tussen de Texelse duinen
                                                             


















 Als student in Groningen


Verhalen van Liesbeth Rijk

Kom es kieke buur!

 ‘Toen ‘t skemertje begon te folle wiere het nog knoppies. 
Maar dan…. 
Opiens klappe de blompies open, je ken ’t sien en ok hore os je goed luustert! 
Nou kiek er es…. 
Deer gaat er weer ien open! 
En weer ien en nog ien, en deer verderop ok ien. 
Hoe ken het bestaan? 
Dut hew ik nag nooit beleefd. 
Het liekt wel een wondertuun, mien ooge doen seer van ’t kieke. 
Weet jee buur, hoe die mooie gele blompies hiete? 
Oh, teunisblom, ja nou je ’t segt, deer heb ik welleris van hoort. 
Jammer dat Piet dut niet meer kon meemake… 
Hij had sien eige oge niet gelove kenne’. 
Hee sou vast seid hewe ‘heb jee un vonst deen, Souw?’ 
‘Eerlijkgezeid, om deuze tied ben ik nooit in de tuun en as ik wel in de tuun weest was ’s eves, dan heb ik er nag nooit zo goed naar keke…. 
Mééstal zit ik nog wat te breie of leg ik op ien oor, maar nou met die warmte ging ik niet zo vroog te bed. 
Ik ging effies naar bûte om of te koele….en toen beurde het’.
Alle buren werden erbij gehaald, buurvrouw Smit, buurvrouw Roeper, buurvrouw Moojen, buurvrouw Bakker. 
Komt dat zien! 
Avond aan avond een gratis voorstelling! 
Buurvrouw plukte en droogde de zaden van de teunisbloem. 
Ik kreeg een margarinebakje met zaadjes, die ik in onze tuin heb uitgestrooid. 
Nu jaren nadat buurvrouw Kikkert is overleden zijn de teunisbloemen elke zomer weer te bewonderen! 
Als ik ze zie, denk ik altijd even aan haar, mijn vriendelijke buurvrouw Souwtje Kikkert-Lap, een positieve vrouw, die openstond voor iedereen. 
Ze kon prachtig zangerig Tessels prate.
Altijd belangstellend en nooit heb ik haar iets negatiefs over iemand horen vertellen. 
Een voorbeeld! 

Liesbeth Rijk



Brigitte Bardot, Doris Day en Josefien 

Op de boerderij van mijn opa en oma, Arie Pieter en Marie Dalmeijer, was het altijd een komen en gaan van mensen. 
Buren, familie, verre familie, vrienden van familie en verre familie, veel kinderen en werkmensen. 
Er was altijd reuring. 
Bijzonder was dat iedereen zich welkom voelde op de ‘De Zwaluw’, waar het ook krioelde van de dieren. 
In het voorjaar liepen de schapen met lampies in de wei voor de boerderij. 
Er waren altijd wel een paar soggies, die in de woonkamer bij de kachel lagen. 
Er waren ganzen en kippen met kukeltjes, die af en toe via de openstaande deur de bijkeuken en daarna de eetkeuken inglipten. 
Koeien, kalfjes, geiten, pauwen, een paard, een hond, kalkoenen, konijnen en katten. 
Geen wonder dat de Ouweskilder jeugd graag op ‘De Zwaluw’ kwam: altoos wat te beleve deer! 
Er waren ook drie zeugen, die alle drie een mooie naam hadden. 
De drie dochters van opa Arie Pieter en oma Marie, Geertje, Jannie en Paula, waren - geheel volgens de traditie van die tijd - vernoemd naar de grootmoeders Geertruida, Jannetje en grootvader Paulus. 
Daar was niet veel fantasie voor nodig. 
Daarom hadden opa en oma voor de varkens hele andere, mooie namen bedacht: 
Brigitte Bardot en Doris Day waren leuke namen voor de twee dartele roze biggetjes, het leken wel fotomodellen! 
De derde hadden ze Josefien genoemd, naar de bekende revuedanseres en activiste, Josephine Baker. 
De zeugen waren heel alert, ze kwamen direct naar mijn opa en oma toe als die zich op het erf vertoonden. 
Etensresten, oud brood, als het er was, en groenteafval werden naar de varkens gebracht. Als de zeugen bij hun naam geroepen werden, kwamen ze meteen aandraven.
Omdat de zeugen van het erf een prutzooi maakten, had opa een hok voor ze getimmerd. Het modderbad ervoor maakten de zeugen zelf. 
Daarom heen kwamen hekken met een poort. 
Die poort bleken ze zelf te kunnen openen. 
Dat had de knecht nooit kunnen bedenken. 
Hij zei ‘ik zou willen dat ìk zo slim was….’ 
Als oma Marie riep ‘Brigitte, kom!’ dan kwam Brigitte Bardot aan waggelen. 
‘Josefientje, kom je ok?’ riep Geertje en daar kwam ze aanschommelen, met d’r steertje in de krul omhoog, ‘Doris Day!’ riepen Jannie en Paula. 
En daar stond nummer drie parmantig met de voorpoten tegen het hek op, knipperend met haar glimmende oogjes, wachtend op een aai van de meiden. 
Op een keer toen de meiden vroegen ‘deuze lieve varrekes hoeve toch nooit naar de slager?’ stelde opa ze gerust en zei ‘welnee, deer bouwe we een rusthuus voor, vanzellef!’ Maar dat was natuurlijk grootspraak. 
Want een tijdje later brak de dag aan dat de zeugen weg moesten. 
’s Ochtends om een uur of negen, de meiden waren naar skool, zou de veewagen ze komen ophalen. 
Die ochtend verdween Arie Pieter, hij moest zogenaamd skeepe telle op het are land achter het boetje, dus hij stapte op de Solex en verdween uut het zicht. 
Oma Marie maakte zich ook uit de voeten, moest zo nodig opeens bonen plukken in de tuun. 
De knecht, Hans Hemelrijk, moest de klus met de zeugen maar klaren. 
De veewagen kwam en Aris van Leen gooide de klep uit. 
Ze probeerden de varkens de klep op te jagen de wagen in. 
Maar daar hadden de dames geen zin in, ze voelden al nattigheid…. 
En ze vlogen alle kanten op, maar niet de bak in. 
Ze hadden Josefien zowat op de klep, de knecht ging er wiedbiens voor staan, maar ze glipte net tussen zijn benen door ’t hok weer in. 
Ze waren al een uur aan de gang, zonder dat ze één varken in de wagen hadden. 
De chauffeur was het goed zat en greep naar een riek, ‘ik kreg jullie wel, krenge!….’ 
Toen kwam oma uut de tuun voor de koffie en zag de chauffeur net uithalen naar Doris Day. ‘Hééée’, riep ze, ‘kenne jullie wel? 
Hou deer mee op!’ 
De mannen foeterden ‘Ja, maar die dinge willen alle kanten op behalve de goeie!’ 
Oma zei niks meer, ze stapte kordaat op haar klompen de vrachtwagen in en riep ‘Doris Day, kom!’ 
En…. ze kwam, ze waggelde onwennig de klep op de vrachtwagen in. 
‘Brigitte Bardot, kom!’ en Brigitte kwam direct vol vertrouwen naar haar toe. 
En tot slot ‘Josefien, kom!’ 
En Josefien, die helemaal nog geen zin had, kwam toch ook de wagen op schommelen. 
Alle drie kregen een klapje op de rug en een aai over de kop van oma. 
Zonder nog om te kijken stapte zij van de wagen af. 
De mannen bleven sprakeloos achter. 
Zonder een woord uit te kunnen brengen liep oma Marie weg, de tuun weer in. 
De koffie bleef op tafel staan….
Toen opa bij het middageten vroeg ‘Benne ze weg? 
Is ’t goed gaan?’….viel er een lange stilte, waarna ze ‘vanzellef’ mompelde. 
Daarna kwamen er nooit meer varkens in het varkenshok op het erf van ‘De Zwaluw’. 
Het werd de ‘stal’ van de goggomobil, die er precies inpaste. 

Liesbeth Rijk 
Den Burg

Deer lacht Guurtje nou om…. 

De juf op de lagere school in Oudeschild, Guurtje van Sijp, was niet zo’n opgewekt mens. Ze liep met gebogen hoofd op straat, een groet of een knikje kon er nauwelijks vanaf. Guurtje was van jongs af aan al serieus, plichtsgetrouw en ingehouden geweest. 
Niemand had haar ooit zien lachen, behalve die ene keer…. 
Het weer was al dagenlang net als haar stemming, somber, grijs en grauw. 
Het water kwam met bakken uit de lucht. 
Toen het zonnetje eindelijk weer doorbrak, besloten Guurtje en haar vader een ommetje te maken. 
Ze liepen een flink eind vanaf de haven over diek. 
Vader kloste met zijn klompen door het natte gras. 
Bij de Hornt wilde vader rusten en ging hij even op een hek zitten. 
Rondom het hek was geen gras, maar was de grond modderig en vertrapt door de schapen. Het koeientouwtje waar het hek mee vastgemaakt was, zat niet helemaal goed aan de paal geknoopt. 
Nadat vader goed en wel zat, begon het hek te wankelen en …. de klompen en schapenkeutels vlogen door de lucht en met een doffe dreun belandde hij op de grond! Guurtje die dit schouwspel had gezien, begon onbedaarlijk te lachen. 
Hahahahahahahaha, hahahahaha! 
Ze kon niet meer stoppen met lachen. 
Mijn opa, Arie Pieter Dalmeijer, die het hele voorval had gezien vanaf zijn land van onder diek, snelde toe om vader Van Sijp overeind te helpen uit de modder. 
Guurtje lachte nog steeds, de tranen liepen haar over de wangen. 
Sindsdien was het seggie in Skil bij leedvermaak ‘Deer lacht Guurtje nou om….’ 

Den Burg
Liesbeth Rijk 




Toen ik op Texel werkte, ontmoette ik regelmatig Liesbeth. 
Haar vrolijkheid sloeg dan op je over.
Dat is een talent! 
Daar ben je blijkbaar mee geboren.
Toen ik met jou weer contact kreeg naar aanleiding van mijn verhaal:

Ik wilde dat ik RIJK was....en niet zo knap! 

dat je op internet had gelezen, was je net zo vrolijk als destijds.
Dat is tenminste mijn indruk en ik ontdekte, dat je graag jouw verhalen schreef.
Blijf ze schrijven!
Dus mijn advies in het Fries:
Wês in sinnestriel in oar hat der ferlet fan.


zondag 2 oktober 2016

De LSD of DE LAATSTE SCHOOLDAG

Sinds ik met pensioen ging, was er geen LSD meer.
Op school hadden we de LSD jaarlijks.
In het begin maakte ik zoiets helemaal niet.
Na de bezettingsperiode werd de LSD ingesteld
Als de eindexamenleerlingen afscheid van de lessen was er een bijzondere dag.
De overige leerlingen kregen ook een vrije dag en wij als leraren, leraressen en de eindexamenleerlingen gingen kegelen.
's Middags was er gekostumeerd volleybal en na afloop werd Chinees gebracht en gegeten in de school.
Deze dag werd geregeld om te voorkomen, dat ze overgingen op een bezetting van de school.
Vaak gebeurde dat niet meer, maar zeker was je niet van te voren!

Alles was begonnen met de MAAGDENBEZETTING.
Het Maagdenhuis werd landelijk bekend toen het in mei 1969 vijf dagen lang (16 t/m 21 mei) werd bezet door studenten die inspraak eisten in het universiteitsbestuur. De actie paste in een landelijke trend die 6 mei startte op de Katholieke Hogeschool in Tilburg. Deze bezetters noemden hun universiteit de 'Karl Marx-universiteit'. De Wet Universitaire Bestuurshervorming bracht de afschaffing van voornoemde bestuursgeleding en daarvoor in de plaats kwamen een College van Bestuur en een gekozen Universiteitsraad. Een week later volgde de bezetting van het Maagdenhuis.

uit:
De vrije encyclopedie
Die gebeurtenis waaide over op de middelbare scholen en het personeel sloofde zich uit om een goede afloop te krijgen zonder moeilijkheden.

woensdag 14 september 2016

HOE LEES EN SCHRIJF IK?




Iedereen vindt en schrijft zijn eigen boek bij de uitgever of de boekhandel!!
De democratisering is bij de muziek een feit. 
Ik denk dan ook letterlijk aan "Normaal"
Sinds die tijd is de muziek voor iedereen. 
De muziek wordt niet alleen beluisterd door iedereen, maar ook door iedereen gemaakt. 
Langzamerhand zie je dezelfde democratisering ook bij de "literatuur". 
Sinds Gerard Reve, Jan Wolkers en Harry Mulisch zijn overleden is deze periode van de literatuur definitief afgesloten. 
Grote schrijvers zijn alleen groot in hun eigen tijd en daarbuiten spelen ze zelden een rol. 
Ik denk aan bijvoorbeeld Shakespeare, Multatuli. 
Molière, daarentegen, is al verbleekt.
De democratisering blijkt uit het uitgeven van biografische verhalen over voet-ballers, het moeizaam bedenken van nieuwe onderwerpen, het spelen van de rol van de "auteur" in dienst van de uitgever. 
De Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts probeert in haar nieuwe boek Michelle Martin, de ex van seriemoordenaar Mar Dutroux, een menselijk gezicht te geven
Uit:


© ANP. Michelle Martin wordt in België vaak voorgesteld als de verpersoonlijking van het kwaad. Hemmerechts probeert een genuanceerder beeld te geven. Ze beschrijft een zwaar depressieve vrouw die een destructieve band had met haar psychopatische echtgenoot.
In een zwarte, uitdagende jurk en met een blonde pruik: zo kruipt de Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts in de huid van Michelle Martin, de ex-vrouw van seriemoordenaar Marc Dutroux. Letterlijk, voor een fotosessie bij een interview in het weekblad Humo. En figuurlijk, in haar nieuwe boek De vrouw die de honden te eten gaf. Het boek, een reconstructie van de zaak-Dutroux vanuit het standpunt van Martin, wekt in België heel wat ophef. Nog voor de publicatie lieten de nabestaanden van Dutroux' slachtoffers al hun afschuw blijken. Nu het boek er ligt, spreken de Belgische media van 'een geweldige provocatie': 'Een apologie voor de meest gehate vrouw van België.' Hoe is het mogelijk? Hemmerechts zelf zegt Martin helemaal niet te willen verdedigen, maar slechts te willen begrijpen. 'Ik vond het voor mezelf een literaire uitdaging om in het leven van die vrouw te gaan staan en om te onderzoeken: hoe komt iemand tot zo'n gruwelijke daad? Men zegt altijd: 'Hoe is het mogelijk?' Dit is mijn poging om dat te achterhalen.'
  • © screenshot.
    De cover van het boek van Kristien Hemmerechts
Michelle Martin, die Dutroux op haar 21ste leerde kennen, hielp haar toenmalige echtgenoot om meisjes te ontvoeren en te verkrachten. Toen Dutroux begin 1996 een paar maanden in de gevangenis zat, ging ze naar zijn huis in Marcinelle om de honden te voeren. De 9-jarige Julie en Mélissa, die in de kelder opgesloten zaten, liet ze van honger sterven. In België is Martin vaak voorgesteld als de verpersoonlijking van het kwaad. Hemmerechts probeert een genuanceerder beeld te geven. Ze beschrijft een zwaar depressieve vrouw die een destructieve band had met haar psychopatische echtgenoot. 'Ze is een mens vol tegenstrijdigheden', zegt Hemmerechts. 'Ze is het slachtoffer van wreedheid, maar ze heeft zelf ook een wrede kant.'
Over Hemmerechts is veel te zeggen, maar dat betekent in haar fuik te stappen. Dat zal mijn uitgever wel prima vinden , maar het zal het niveau van de literatuur niet verheffen, maar haar nog verder verlagen.
Het is beter iets vertellen over het stalken van Jan Siebelink. 
"Ik had noot verwacht dat ze een stalker zou zijn.
Een bezetene.
Na die eerste ontmoeting verschijnt de vrouw op lezingen van Siebelink.
Niet één slaat ze er over, blijkt al gauw.
Ze volgt hem door het hele land, zit steevast vooraan, knoopt een gesprek met hem aan.
Ontlopen
Siebelink begint zijn stalker te ontlopen.
Napraatsessies slaat hij over, hij glipt weg via achterdeurtjes.


'Medewerkers van mijn uitgever kenden haar inmiddels ook, zij waarschuwden me zelfs van tevoren. 
Dan hoorde ik dat ze al uren geleden in het dorp was gesignaleerd, waar ik mijn lezing zou geven.'

Al gauw piept zijn mobiele telefoon onophoudelijk. 
'Op de een of andere manier heeft ze mijn 06-nummer weten te achterhalen. 
Ik kreeg veertig, soms wel zestig sms'jes per dag. 
Vaak muzikale of religieuze teksten, heel soms berichten met een erotische lading. 
Natuurlijk zei ik haar dat ze ermee moest ophouden, maar het hielp niets'.

Siebelinks stalker dook ook op bij zijn huis. 
'Waarom doe je dit allemaal, vroeg ik haar. 
Het was haar ingegeven door God, antwoordde ze dan. 
Ongelooflijk vond ik het, hele dagen zat ze daar, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. 
Terwijl ze aan de andere kant van het land woonde.
 Soms belde ze aan, nam ze cadeautjes mee.'

Graf
Dat haar bezetenheid ver gaat, ontdekt Siebelink als ze het graf van zijn ouders bezoekt en onderhoudt. 
Het graf neemt een bijzondere plaats in in het boek Knielen op een bed violen, de bestseller waar de schrijver grote bekendheid mee verwierf.
'Toen het graf ernaast werd geruimd, probeerde ze zelfs dat plekje te bemachtigen voor haarzelf.'

Zijn stalkster houdt zich inmiddels gedeisd omdat Siebelink heeft gedreigd het te vertellen aan haar kinderen.
'Heel af en toe stuurt ze nog een sms. 
Die negeer ik.'




















Het verhaal van Jan Siebelink is duidelijk een kans om zich als auteur te profileren.  Hij slaat met één klap drie vliegen tegelijk:
visual_home2
Belangstelling voor hem als schrijver.
De belangstelling van de lezer voor de auteur.
Het nieuwe boek van Jan Siebelink.

DE WERELD DRAAIT DOOR!
Een interessante ontwikkeling is de belangstelling voor boeken die wordt aangemoedigd door het programma "De wereld draait door" van de VARA. Misschien speelt de interesse van Matthijs van Nieuwkerk, gezien zijn achtergrond met de studie Nederlands
 De link:      
Elke maand komen boekhandelaars met bijzondere boeken die zijn verschenen en die ze mogen bespreken tijdens dit programma. Argumenten voor dit onderdeel: Matthijs heeft dit programma- onderdeel persoonlijk bedacht?
De boeken mogen gratis boeken aanprijzen. 
De uitgevers hebben tevens gratis reclame. 
De schrijvers vangen op deze manier ook inkomsten. 
Mijn indruk is, dat men op deze wijze gratis reclame vangt! 
Waarom deze gratis reclame om de schrijvers, de uitgevers en de boekhandelaren aan inkomsten te helpen.
DE KLAD ZIT ERIN!! 

In september zat ik bij de televisie en keek naar MATTHIJS NIEUWKERK.
Hij had als onderdeel het nieuwe boek over de GIJP.
Deze naam gebruik ik, omdat inmiddels men kan begrijpen, wie ik bedoel.
Heette dat boek ook "GIJP".
In één adem zeg ik "WILLEM KIEFT"
Deze boeken werden aanvankelijk gepresenteerd bij het programma op SBS 7 van Johan Derksen, die trouwens als voetballer afzakte tot de ploeg van VEENDAM (AFGEDOEKT)
De schrijver van GIJP en WILLEM KIEFT was inmiddels bezig met een tweede boek van de GIJP, maar wilde stoppen toen de moeder van zijn kind overleed.
Gijp wilde alles doorzetten, en hij adopteerde zijn eigen kind.
Daar kon het boek over gaan.
Het tweede boek vloog van de toonbank van de boekhandel.
Ze maakten vervolgens ook reclame in het programma van DWDDO.
Helaas leidde dit gesprek tot de toestemming van Nieuwkerke hem als presentator te volgen door de schrijver van GIJP en WILLEM KIEFT, van wie men trouwens niets meer vernam.
Het einde van het gesprek werd beëindigd met de toestemming van de presentator.

Eerder was een uitzending, dat een schrijver ZWAGERMAN werd herdacht, nadat hij zelfmoord had gepleegd, terwijl, dat Mulisch hem vroeger had gebombardeerd naar zijn opvolger!

In memoriam 
De zelfgekozen dood van Brands, Zwagerman en Wieg 
Binnen een paar maanden, na elkaar, pleegden ze zelfmoord: 
Drie dichters uit dezelfde generatie. 
Rob Schouten, die hen persoonlijk kende, leest de levens en gedichten van Rogi Wieg, Joost Zwagerman en Wim Brands, op zoek naar verklaring en context voor deze daad. 
‘“Er wordt opgehangen. / Ik leg neer”: Ik kan het niet meer lezen zonder bijgedachten.’ 

ROB SCHOUTEN  

Paris leert de lezer goed lezen

Lidewijde Paris heeft 25 jaar boeken uitgegeven, als redacteur en uitgever.
Nu heeft ze zelf een boek geschreven:
HOE LEES IK?
Over hoe de lezer een verhaal kan begrijpen.

MAARTEN MOLL

Bevlogen.
Dat is nog een mild woord om Lidewijde Paris te omschrijven.
Knetterleip van literatuur, dat is misschien beter.
ze schreef het boek Hoe lees ik? om de lezer te helpen literatuur beter te begrijpen.
"Waarom dit boek?", zegt ze, gezeten op een Amsterdams terras.
"De eerste druk is trouwens al uitverkocht, goed hè?
Maar goed.
Kijk ik ben 54, en ik heb natuurlijk 54 jaar ontkend, dat ik uit een geslacht van leraren kom.
En het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Van die 54 jaar heb ik 25 jaar boeken uitgegeven, als redacteur en uitgever.
Nu ik net weg ben bij Nieuw Amsterdam, wil ik terug naar de kern, naar wat ik het liefste doe: schrijven, lezen, lesgeven, kletsen over boeken".

Ze richt zich weer fulltime op haar bedrijf Lid. Paris Literature Unlimited("Iedereen in het buitenland noemt me op z'n Engels Lid Paris.),
schreef interviews en een serie waarin ze het korte verhaal onderzocht voor Vrij Nederland, beval boeken aan bij radioprogramma Opium op 4 en begon aan een roman.
En nu heeft ze dus ook een boek over lezen geschreven dat onderdeel is van het project
De Lees!Ambassade, bedoeld om meer uit literatuur te halen:het zeer enthousismerende
Hoe lees ik?, een literair lees- en doeboek.
Een lesboek, mogen we wel zeggen.
Want ze geeft ook al heel lang literatuurles.
Dat doet ze in boekhandel De Drvkkery in Middelburg, waar ze met een kompaan De Literatuurfabriek heeft opgezet.
Veertig boekenliefhebbers met wie ze over literatuur praten.
"Vrijdag gaan we het tiende seizoen in.
Hoe vinden mensen ingang tot een boek, daar gaat het om, en daar gaat dit boek ook over.
Ik merk steeds meer dat dat moeilijk is, voor gewone lezers, voor leerlingen op school.
Terwijl ik denk:
Het is zo ontzettend belangrijk.
Want lezen is belangrijk en nadenken over wat je leest en wat de schrijver wil is belangrijk, omdat je dan je hoofd gebruikt, je moet vanuit een ander denken, dingen verbinden, associeren, analyseren wat hij bedoeld kan hebben, conclusie trekken en dan natuurlijk bedenken wat jij ervan vindt, want je hoeft niet alles aan te nemen.
Het lezen van een boek is een investering in jezelf, want het traint je hoofd."
Ze wilde dit boek heel graag schrijven, omdat ze dacht dat er behoefte aan was.
Ze miste zo'n boek.
"Ik schreef het dus niet voor mensen die niet lezen, maar juist voor mensen die meer uit literatuur willen halen, en die geen zin hebben in een cursus.
Ik neem ze bij de hand en ik ga peuteren.
Dat is het eigenlijk.
Peuteren.
Een fragment van Philippe Claudel lezen en ontdekken wat hij wil overbrengen en hoe hij dat doet, hoe hij zijn prachtige boek Het kleine meisje van meneer Linh heeft geschreven.
Hoe lees ik zo'n boek?
En daarmee geef ik ook mijn hidden agenda prijs:
Laten zien dat schrijven echt een vak en een kunst is".
"We lazen in Middelburg bijvoorbeeld het verhaal De honden jagen niet meer van A. Alberts.
Dat begint met jagende honden en het eindigt met een zeekapitein die aan wal komt en dan niets meer zegt.
En dan snappen ze wel waar het verhaal over gaat, maar dan vraagt er toch een:
Wat hadden die honden er nu mee te maken?
En dan zeg ik:
Als je het niet precies weet, dan zal het wel...
En dan roepen ze met zijn allen: een metafoor zijn!
En dan zijn ze innig tevreden, maar dan ben je er nog niet natuurlijk, want dan moet je het toch nog uitleggen wat die honden te betekenen hebben in het verhaal.

"HET LEZEN VAN
EEN BOEK IS
EEN INVESTERING
IN JEZELF"


En zo is er meer.
Paris behandelt basisbegrippen als motief, thema, perspectief, tijd en nog veel meer.
aan de hand van verhalen of tekstfragmenten van bekende schrijvers als Julian Barnes, Jens Christian Grondahl en Elena Ferrante.
"Het is heel goed om het daar met elkaar over te hebben, en ik leg het dus ook allemaal uit in dit boek.
Ik leer de lezer goed te lezen, en goed na te denken.
Dat ze denken:
Het zal toch niet zo zijn dat een schrijver lek over honden begint om zich even warm te schrijven, en dat die honden niets betekenen?
Een snelle slok koffie.
"Iedereen denkt dat literatuur moeilijk is- help, een boek!- maar alles in de werkelijkheid refereert ook aan literaire dingen.
Standpunt en perspectief in schilderijen, de inrichting van een straat, motieven in de muziek.
Dat laat ik allemaal zien".
En nee, ze is niet bang dat ze de lezer dood gooit met veel informatie.
Dat die lezer met te veel bagage aan een roman begint, helemaal tureluurs waar hij nu allemaal op moet letten.
"Als ik mezelf als uitgangspunt neem:
Ik ben negentig procent weer kwijt na lezing van een boek.
Niemand zal Hoe lees ik? achter elkaar uitlezen.
Ik hoop dat lezers het gebruiken om iets uit te zoeken.
Ik zeg, altijd:
Eem boek is een gebruiksvoorwerp.
Al haal je er maar één ding ui dat duidelijkheid biedt, of je wordt op het spoor van een schrijver gebracht.
Of je past een hoofdstuk toe op een boek dat je met je leesclub leest,
Er staan trouwens ook lijsten met leesideeën, begrippen en vragen in.
Want je moet natuurlijk wel met dit boek aan de slag gaan.

(Titel Hoe lees ik?
Auteur Lijewijde Paris
Uitgeverij Nieuw Amsterdam)

Toen ik als leraar begon, was het ULO examen vervangen door de MAVO examen.
De tweede klas, die ook begon met de MAVO examen, had een REVUE in de derde klas.
Het was een REVUE door de leraren Folkert en Jan Thijs de Haan, twee broers, gemaakt met liedjes en teksten.
Onder meer ging ook over de ULO examen en speciaal het SCHOOLONDERZOEK:

Het Ulo-examen is verdwenen, hoera
Niet allemaal meer talen bah, bah, bah
Ieder vak
krijgt zijn gerak
en er zijn maar zes
dan ben je boven jan.
Maar je moet er wat voor doen.
Je haalt het niet op slof en schoen
Ze heb je in klas vier
een monsterachtig dier.
We noemen dat schoolonderzoek.
Dat is een kont zonder broek,
want is het onderzoek gedaan,
dan mag je naar 't examen gaan.
Het Mavo- examen is lang niet mis.
Het schoolonderzoek geen kattepis.
Op een van die rode kaarten in klas vier
Geven ze je een acht, een zes, een vier.
Luistertoetsem zijn erg in,
maar niet naar ieders zin
Dan heb je de spreekbeurten nog.
Misschien heel nuttig, maar toch
een beroerd iets om te doen,
want je zou je soms bedoen
om al die zenuwachtigheden
die zich voor de klas voordeden.
Overal zijn cijfers voor.
Ze halen je er dik door.
Cijfers voor spreekvaardigheid
Cijfers voor schrijfvaardigheid.
voor luistervaardigheid
en het is geen ijdelheid der ijdelheid,
want het telt mee voor je examen
En je wilt je toch ook niet schamen
Dus jongens zet hem op
Stamp al dat leerwerk in je kop.

De school was verantwoordelijk voor het schoolonderzoek.
Je deed dat niet alleen, maar er werd vergaderd over de inhoud van het schoolonderzoek, totdat je wist hoe het moest.
Dat betekent, dat je een schoolonderzoek wel op niveau stond.
Aanvankelijk gebruikte het boekje voor NEDERLANDS "MONDELING NEDERLANDS",
dat al bij de ulo-examens (mondeling) werd gebruikt.
De basis van dat boekje gebruikte als een soort boekje, dat ging over Literatuur en Nederlands (in algemene zin.
Dat boekje werd gebruikt voor de lessen Nederlands in klas vier!
Naar het zoeken van een uitgeverij kwam bij mij op, maar als ik dat deed, dan zou ik veel tijd kwijt raken, als ik uitzocht wat ik kon gebruiken voor mijn boek ( ervan uitgaand, dat de uitgeverij dit karwei over zou laten aan mij).
Pas toen ik overging naar mijn sites op internet toen de pensionering een feit was, kon ik mijn boek "TAALBEGRIPPEN" publiceren.

Zoveel jaren later komt op de markt het boek "Hoe lees ik
Après le date.
Dat geldt ook voor de boekbespreking.
Toen ik leraar, was werd mij gevraagd het boek KARAKTER   te bespreken voor 

ROOIE RIEKELT
een sprookje

De aanleiding:

Ik las in de streekkrant over mijn oud- leerling Coby Duisterwinkel.
Tot nu toe heeft ze gedichten, verhalen uitgegeven in eigen beheer.
Nu heeft de uitgeverij NOORDBOEK zich bereid verklaard werk van haar uit te geven.
Als in de streekkrant iets wordt verteld van mijn- leerlingen, dan plaats ik dat op mijn site MAANDBOEK 2015.
Dus van dit jaar.
Als je leest,  hoe veel tijd het heeft gekost aan Coby  om iets uitgegeven te krijgen, dan brengt dit verhaal mijn eigen belevenis  in herinnering!
Mijn broer Folkert had tekeningen gemaakt van een reus, dat zich heeft begeven tussen de mensen. De belevenis van deze reus en twee kinderen uit het dorp heb ik gefantaseerd bij de tekeningen.
Eenmaal dit verhaal geschreven, heb ik de poging gewaagd, alles op te sturen naar de uitgeverij VOORHOEVE:
En wel:
Het sprookje en de tekeningen van mijn broer.
Ook dat viel tegen!
Zij antwoordden, dat mijn verhaal niet de juiste strekking had voor een uitgever van hun signatuur.
Wel waardering hadden zij voor de tekeningen.
Met die opmerkingen kon ik het blijkbaar doen.
Vervolgens had ik zelf geen zin om het nog eens te proberen bij een andere uitgeverij en wel had ik ook nog een bespreking over het in uitgeven in eigen beheer.
Tenslotte besloot ik mijn werk op het internet te zetten.
Dat doe ik al een paar jaar met veel plezier.
Zelfs de boeken van mijn vader typte helemaal uit.
Een geweldig karwei!
Onlangs las ik hoe Coby het was gegaan.
Haar verhaal doet me denken aan mijn eigen beleving!
Zij was ook begonnen met in eigen beheer uitgeven, maar had nu succes bij Noordboek.
Ik besloot daarom vervolgens contact ook te zoeken met de uitgever NOORDBOEK.
Ze gaven een mail- adres van Andries de Haan werkzaam bij deze uitgever.

Mijn e- mail in eind juli 2015:

Geachte heer Andries de Haan

Indertijd schreef ik een soort sprookje en 1 keer probeerde ik het bij een uitgeverij om het uitgegeven te krijgen
Dat ging nogal moeizaam, zodat ik het niet meer probeerde bij een andere uitgeverij.
Mijn verhaal schreef ik bij een aantal tekeningen van mijn broer.
Wij zijn geboren in Sneek en woonden na de oorlog in Groningen en zijn twee zonen van de schrijver JAN DE HAAN, tevens journalist van DE NIEUWE PROVINCIALE COURANT in Groningen van JAN (TUDE) HAAN.
Misschien is NOORDBOEK geïnteresseerd in mijn sprookje.
Graag stuur ik een hoofdstuk van het verhaal en enkele tekeningen.
Graag hoor ik iets van uw mening.

Groeten
JAN THIJS DE HAAN
Noordhorn
Langestraat 3
9804 PE

Als antwoord kreeg ik dit epistel:

Beste mailer,

Van 20 juli tot en met 9 augustus ben ik afwezig. Deze mail wordt WEL gelezen, boekbestellingen worden dagelijks verwerkt.
Voor dringende vragen kunt u van 20 tot en met 24 juli contact opnemen met mijn collega Tjeerd Jan Hobma,tjeerd.jan.hobma@friesepersboekerij.nl, 058-3030912.
Van 27 juli tot en met 7 augustus is ons kantoor in Leeuwarden gesloten. Ook dan wordt mijn mail gelezen en worden boekbestellingen dagelijks verwerkt. Voor dringende vragen in de twee weken dat onze vestiging in Leeuwarden gesloten is, kunt u contact opnemen met onze hoofdvestiging, Krijgsman Public Warehousing in Tiel, 0344-637080
Met vriendelijke groet,
Andries de Haan

Ook al uit de oude doos

Bovenste staande rij de eerste drie:
JAN THIJS DE HAAN, HARM VISSER EN COBY DUISTERWINKEL
De achterste rij aan de linkerkant (tweede plaats)
De eerste MAVOKLAS en mijn eerste examenklas

De humoristische, vrolijke en ontroerende bijdragen van Coby Poelman hebben voet aan de grond gekregen in de uitgeverswereld.
Nadat de inwoonster van Aduard ruim twaalf boeken uitgaf in eigen beheer is er een uitgever geïnteresseerd in haar werk.
Haar eerste boek 'Granaatjes met een gouden slot'
is toe aan de derde druk en is aangevuld met nieuw werk en enkele korte kerstverhalen.
Het boek is gegroeid van zeventig naar de tweehonderd wedstrijden.
Uitgever Noordboek is bereid gevonden om het boek onder de aandacht te brengen.
Aan een afzetmarkt dus geen gebrek, helemaal wanneer je in ogenschouw neemt dat Poelman regelmatig optreedt bij vrouwenverenigingen en bejaardentehuizen.
De schrijfster en dichteres wil haar blijdschap graag met de Streekkrant delen, zo laat ze per mail weten.
"Ik ben er reuze blij mee en wilde dit nieuws graag met jullie delen, omdat mijn eerste uitgaven via jullie krant bij de lezers binnenkwamen.
Ik heb het altijd erg gewaardeerd dat jullie mij die mogelijkheid hebben geboden', aldus een uitgelaten Coby Poelman.
De inwoonster van Aduard zal de pen dan ook niet neerleggen, maar zak blijven broeden op nieuwe verhalen, kerstverhalen en gedichten.
ook deze zullen ongetwijfeld weer worden opgepikt door de belangstellende lezers.
Uit:





Coby Poelman (hier met de granaartjes met gouden slot); 'derde druk' (eigen foto)



Droom in vervulling
"Mijn droomwens is in vervulling gegaan". Coby Poelman- Duisterwinkel is
dolgelukkig met een nieuwe stap in haar loopbaan als schrijfster.
__________________________________________________________
ADUARD
'Na twaalf boeken te hebben uitgegeven in eigen beheer is er nu een échte'uitgever geïnteresseerd in mijn wek.
Dat heeft ertoe geleid dat er een derde druk verschenen is van mijn eerste boek, aangevuld met nieuw werk en enkele korte kerstverhalen.
Het boek is gegroeid van 70 bladzijden naar 200", glundert de Aduarder schrijfster,
De boeken hebben een christelijke inslag.
"Granaatjes met een gouden slot:" ligt sinds kort in diverse boekhandels in Nederland.
Het boek is uitgegeven door uitgever Noordboek/Friese pers Leeuwarden.

Uit:
Westerkwartier"

Uit de advertentie van NOORDBOEK:

HUMORISTISCHE EN ONTROERENDE GEDICHTEN
OVER BIJZONDERE MOMENTEN
Coby Poelman- Duisterwinkel (Groningen, 1955) schrijft vanaf 2005 gedichten en korte verhalen,
Toegankelijk en vanuit het hart geschreven werk dat uit het leven gegrepen is.
Zij vindt daarbij inspiratie in het Groninger landschap, haar geloof en de boeken die ze leest.
Haar werk is gepubliceerd in diverse kranten, tijdschiften en bundel, in Bijbelse dagboeken en op internet.
De eerste druk van de bundel Granaatjes met een gouden slot verscheen in 2008.
Hierna volgden een aantal uitgaven met geloogsgedichten, voordrachtteksten, poëzie bij kunst en lieratuur en twee kinderboekjes.
Deze derde, herziene druk bevat grotendeels nieuw werk.
Reactie van een lezer:
"Haar gedichten zijn bijzonder helder van beeld en taal.
Dat maakt de teksten krachtig en tegelijk toegankelijk. Ze heeft een hele vrolijke manier van schrijven. 
De verzen ademen een bepaalde lichtheid waar je blij van wordt


Verjaardag

De dag waarop ik
elk jaar denk
aan je geboorte,
Godgeschenk.

Je bestaat, ademt, leeft,
straalt, lacht,
ontvangt en geeft,
je groet, omhelst,
kust en wordt gejend.

Kind wat ben ik blij
dat jij geboren bent!


In Koninklijk gezelschap

Daar zit ze, moeder, voor de tv..
we schuiven een stoel bij en kijken mee
naar een huwelijksdienst van 't Koninklijk huis
en moeder, kijkend naar de buis
want zich in haar geest
te gast op dit hoge feest.

Als de dienst is afgelopen fluistert ze iets in mijn oor
en ik zeg: : Ga maar rustig hoor"
"Maar al die mensen...." werpt ze tegen
in dit gezelschap erg verlegen.
Pas als ik zeg dat ik net heb verstaan
dat er nu gelegenheid is naar het toilet te gaan
staat moeder op en gaat haar gang.
Achter de deur klinkt haar neuriënd gezang
en ik denk, als ik hoor zingen:
U komt op uw oude dag nog in voorname kringen.

Moeder, nu mijn dierbaarste herinnering
weet ik opgenomen in de allerhoogste kring.


(B)oogcontact

Als het regent
en de zon schijnt,

U naar beneden,
ik omhoog kijk

dan staan wij even
oog in oog

verbonden
door Uw regenboog.

Bij Genesis 9:16

Coby Poelman- Duisterwinkel


Mijn sprookje heeft als titel:

ROOIE RIEKELT