zaterdag 30 april 2016

Verhaal Noordhorn


1

Proces- verbaal


Vandaag vertrokken naar school met in het achterhoofd de wraakactie van een leerling op een adjunct- directeur van een middelbare school in Zoetermeer. 
Omdat je zelf leraar bent, krijgt de gebeurtenis een extra dimensie, maar mijn veiligheidsgevoel is niet aangetast: 
Verkeersongelukken of andere incidenten zijn even erg en kunnen ook heel ingrijpend zijn. 
Op school merk ik weinig. 
Voordat mijn lessen beginnen, praat ik wel even met collega’s. 
Wat ons opvalt is, dat de scholen de neiging hebben de problemen die er zijn te verzwijgen. 
Er is geen openheid over wegens vrees voor een slechte naam: 
Geweld en agressie op school schrikken ouders af en dat kost je leerlingen.
’s Middags een nieuwe bril uitgezocht en de ogen laten opmeten. 
Er kan iets verbeterd worden aam de glazen en mijn oogdruk is te groot. 
De remedie is eventueel druppelen op advies van de oogarts. 
Ik fiets naar huis als de ogen van mijn vrouw gemeten worden. 
Van haar hoef ik niet te wachten. 
Het bezoek aan de opticien heeft ruim een uur gekost. 
De helft van mijn vrije middag is voorbij. 
De telefoon gaat: 
Mijn vrouw vertelt me:
 “ Mijn fiets is weg”. 
Net als die van mij was hij voor de winkel gezet, maar niet op slot. 
Ze vraagt: Is je ook iets opgevallen toen je wegging?”
 “Nee, ik heb er niet op gelet. Zal ik even komen?”

Onderweg kom ik haar tegen op weg naar het politiebureau voor aangifte. 
Ik zeg haar nog even door te fietsen om te kijken bij de opticien. 
Ik zie niets bijzonders en ook geen fiets. 
Even later zitten we bij een politieagent die voor ons proces- verbaal opmaakt. 
Hij maakt een compleet opstel oude stijl over het gebeuren en ik vraag mij af of er in zo’n standaardgeval niet een eenvoudig formulier is in te vullen. 
Nu duurt het best lang met ondertekening en voorlezing erbij, maar het zij zo. 
Mijn vrouw vraagt wat ze moet doen als ze de fiets weer tegenkomt in het dorp. 
De agent geeft de tip: 
“ Zet de fiets weg op een andere plek en bel de politie. 
Maar van mij hebt u niets gehoord”. Ik probeer grappig te zijn en zeg: “Nou ben ik toch uw naam kwijt”. Het gaat om een ervaren agent. Hij reageert niet, maar wijst op de mogelijkheid tegen een lage prijs een fiets te kopen bij de politie, als er fietsen worden verkocht die niet zijn afgehaald.

Ik heb mijn proces- verbaal toch gekregen, dat ik een week ervoor misliep toen ik zonder licht fietste. Of de fiets in ons bezit terugkomt, is zeer de vraag. Er schijnen busjes uit te rukken waarin fietsen worden weggereden die niet op slot staan. In Noordhorn zijn zo fietsen uit de schuur gehaald, terwijl de eigenaars in de keuken zaten te eten. Twee dagen later kom ik thuis en zie de fiets van mijn vrouw in de garage staan. 
Ik ben erg verbaasd en meteen benieuwd, hoe dit kan. 
Mijn fietsenmaker speelt een prominente rol. 
Hij kreeg een telefoontje van een winkelier achter in de straat waar ook de opticien verblijf houdt. 
Er was een fiets bij zijn winkel blijven staan en hij had hem maar binnen gezet, omdat hij niet op slot was. 
De naam van de fietsleverancier stond op het achterspatbord.
 “Ik kom eraan”, sprak de fietsenmaker die net als Peter R. ook De Vries heet, maar dan Klaas. 

Toevallig probeert op dat moment mijn vrouw bij de fietsenmaker een oude schuld in te lossen en te informeren naar een vervangende fiets.
 “Klaas is net weg om naar een gevonden fiets te kijken, misschien is hij van u”. 
Als Klaas terugkomt, kan mijn vrouw zo in de auto stappen, nadat het nummer gecontroleerd is. 
Ze rijden richting fiets. 
Het is hem. 
Dat is nog eens een fietsenmaker die zelfs in actie komt als de fietsen, die hij verkoopt gestolen worden. 
Hulde! 
De politie hoefde niets meer te doen. 
Misdaad opgelost dankzij burgerinitiatief.

Later hoor ik dat een oud-leerling werd opgepakt wegens het stelen van fietsen. 
Hij koos nieuwe fietsen uit en stapte ermee in de trein naar Groningen of Leeuwarden, waar ze werden verkocht. 
Daarbij liet hij zich gratis vervoeren en lag thuis de brievenbus vol met boetes die maar steeds niet werden betaald. 
Tenslotte leverde de spoorwegrecherche hem af bij de politie waar de fietsendiefstallen aan het licht kwamen. 
Mijn vrouw stelt de politie in kennis van het weer opduiken van de fiets. 
Ongeveer een maand later ontvangen we een uitgebreide missive van de politie waarin omstandig wordt uitgelegd, dat het onderzoek naar de diefstal van de fiets van mijn vrouw niets heeft opgeleverd en er geen spoor van een dader is gevonden en verder onderzoek voorlopig gestaakt wordt. 
Even stel ik voor een brief terug te schrijven als reactie op de ze brief met de tekst:

Zie je wel ik heb het toch goed gezien!!!
Het werk dat ik doe, moet wel nuttig blijven. 

2

Wel of niet een bekeuring.


Vandaag heb ik een korte dag, maar 2 lessen. 
Bij de keuze van de kleding zie ik het zwarte T- shirt liggen met de kangoeroes gekregen van mijn zoon die een half jaar in Australië heeft gewoond. 
Ik besluit een overhemd aan te trekken met het T- shirt erover. 
Volgens mij kan dat, omdat mannen ook het overhemd over de broek mogen laten hangen en dat had mijn moeder vroeger absoluut niet getolereerd, maar ik weet dat het nu mode is . 
Dus het T- shirt mag over het overhemd.
De voormalige Chr, MAVO te NOORDHORN

Het is na zeven uur als ik door Noordhorn fiets. 
Ik besluit, gezien het invallend daglicht mijn verlichting uit te laten . 
Het fietst makkelijker. 
Voor mij doemt een tegenligger op. 
Het is een busje. 
De chauffeur stopt kennelijk om mij door te laten. 
Tegelijkertijd dimt hij even zijn lichten en ik vind dat een sjiek teken dat ik er langs mag. 
Er is nog steeds hoffelijkheid in het verkeer. 
Het is een politiebus. 
De chauffeur buigt zich naar mij toe en ik kijk in zijn gezicht. 
Ik ziet iets bekends, maar kan het niet plaatsen. 
Dan zeg ik: 
“ Moet de lamp wel aan?”........en ik bedoel, dat ik dacht, dat het al zonder mocht. 
De agent negeert het onderwerp en zegt:
" Dag Meneer, geeft u nog les?” 
Ik zeg verbluft: 
“Ik ben op weg, jazeker”.
 “Kent u mij nog wel?”

Er flitst door mij heen dat het gaat om een oud-leerling. 
Dit soort mensen heeft altijd de neiging uit te testen of je voldoende om hen gaf en dus hun naam nog niet bent vergeten. 
Meestal weet ik het na drie minuten, maar dit is een moeilijke. 
Hij draagt een uniform en dus intimideert hij mij. 
Ik probeer me eruit te redden door te zeggen : 
“Jazeker!” en kijk hem angstig aan. 
Het is net of hij het begrijpt en noemt zijn naam en ook die van zijn broer en dan weet ik het heel goed. 
Ik probeer een grapje te maken in de trant van : 
“En nu krijg ik zeker een bekeuring, omdat ik een oud-leraar ben? "
Hij laat mij de zin niet afmaken en zegt:
“Niet van mij. Doet uw licht het wel?” 
Opgelucht zeg ik: 
“Ja, ik zal het aan doen”. 
Hij wenst mij een goede dag.

Dan realiseer ik me ineens dat hij getrouwd moet zijn met een oud- leerling en ik weet haar naam. 
Zonde dat ik hem dat niet kan zeggen, want ik had een onuitwisbare indruk achtergelaten. 
Hij is al doorgereden.




Bij het PIPPI LANGKOUSHUIS in Noordhorn

Tijdens eens van de lessen die ik die dag geef, komt de secretaresse langs om te vragen of er absenten zijn. 
Normaal wordt dit altijd gedaan door de conciërge. 
Ik reageer verrast en dus verkeerd, want ik antwoord, dat absenten nooit kunnen zeggen, dat ze er niet zijn, omdat ze er juist niet zijn. 
Gelukkig negeert ook deze vrouw mijn opmerking en dan geef ik maar het goede antwoord.

Even later, als ze weg is vragen de leerlingen zich ook af,  waarom zij de absenten komt opnemen.
“Ik heb geen idee”, zeg ik. “ Misschien heeft ze zich wel aangemeld bij de Jehova’s getuigen en loopt ze nu stage door hier de deuren bij langs te gaan”.

Thuis krijg ik wel een bekeuring 2 uur later. 
Mijn vrouw ziet het T- shirt over het overhemd heen. 
Ze is woedend: 
“Ben jij zo naar school geweest? 
Man, je loopt voor gek”
Ik zeg verbaasd:
” Ja, vind je het niet mooi dan?”. 
Ik was er rotsvast van overtuigd, dat ze het mooi zou vinden. 
Ik probeer haar ervan te overtuigen , dat ze een T- shirt niet als een hemd moet zien, maar als een gewoon kledingstuk dat je alternatief kunt dragen. 
Het lukt niet. 
Ze vindt dat ik niet echt meer los vertrouwd ben.

Over vrouwen moet je als man steeds weer je licht opsteken. 
Ze beheersen je leven als een politieagent........ maar geef mij maar een oud- leerling.

3

Van school naar huis

Om een uur of half tien fiets ik na een spreekavond in Grijpskerk naar huis. 
Het is koud weer, tegen het vriespunt

Op de fiets van mijn vrouw rijd ik, omdat het licht op mijn eigen fiets het niet doet. 
In de fietstassen heb ik bij het weggaan vingerhandschoenen zien liggen. 
Ik nader Niezijl en ben al aan de linkerkant van de Friesestraatweg gaan rijden op het fietspad. 
Voor de afwisseling is het leuk om door het dorp te rijden in plaats van er langs

Er komt mij een fiets of een brommer tegemoet. 
Als ik dichterbij kom, dooft het licht. 
De snelheid is al verminderd. 
Er klinkt een stem: 
“ Meneer, mag ik u iets vragen”. 
Het blijkt een jongeman op een brommer te zijn. 
“Jazeker”, zeg ik . 
Ik ben op mijn hoede. 
Veel mogelijke verhalen spelen al door mijn hoofd. 
Ik bestudeer zijn gezicht en vraag me dingen af, zoals “dronken?”, “drugs?”, “agressie?” enz. 
Ik schat de jongen op een jaar of 18. 
Hij heeft een niet onsympathiek, open gezicht, maar ik weet dat dat niets zegt. 
“Ik zie dat u handschoenen aan hebt. 
Mag ik ze wel hebben?” 
Ik vind het een merkwaardige vraag, want als hij ze nodig heeft, heb ik ze zelf ook nodig, omdat het voor ons even koud moet zijn. 
“Hoe kom je daar nou bij?” 
Dan is het net of hij probeert me duidelijk te maken, waarom hij ze net meer nodig heeft dan ik. 
Hij zegt dat hij van Groningen komt en verder richting Friesland moet en dat hij steenkoude handen heeft. 
Hij laat zijn handen zien. 
Die zijn in plastic gehuld. 
”Dit heb ik gekregen bij een benzinestation waar ik getankt heb”. 
“Ga je dan zonder handschoenen weg bij dit koude weer?”, probeer ik nog. 
Hij komt daar niet uit en ik bestudeer nog eens zijn gezicht, alsof ik daarop een verklaring voor zijn situatie kan zien. 
Ik zie alleen maar onschuld en handen die blauw zijn van de kou.

Dan denk ik aan mijn reserve handschoenen in de fietstas en vrijwel tegelijkertijd aan Sint Maarten, net gevierd in november, die de helft van zijn jas geeft aan een  bedelaar. Ik trek mijn handschoenen uit en geef ze aan hem. 
“Breng ze maar terug. 
Ik woon in Noordhorn, Langestraat 3.” 

“Moet ik ze vanavond nog terugbrengen?”, vraagt hij. 
Dat vind ik een rare vraag. 
“Nee”, zeg ik, “dat komt op een dag niet aan”. 
“Nou heel erg bedankt hoor!”, hoor ik nog. 
We rijden beiden verder. 
Ik draag nu vingerhandschoenen,hoewel ik liever mijn wanten had gehouden heb.
Ik durf die vingerhandschoenen niet weg te geven. 
Ze zijn van mijn vrouw.

In die zelfde week overkomt haar iets soortgelijks op het station in Zuidhorn op weg naar Groningen. 
Er komt een oudere man op haar af. 
Hij vraagt om wisselgeld voor een eurobiljet. 
Behulpzaam zoekt mijn vrouw in haar portemonnee. 
Ze heeft niet genoeg kleingeld. 
Dan vraagt de man of ze hem kan voorschieten. 
Hij belooft het geleende geld aan te brengen en krijgt het adres. 
Mijn dochter zegt nog tegen haar. 
“ Hoe kun je die man nou vertrouwen?” 
“Zomaar”, zegt mijn vrouw.

Een week later brengt iemand een bosje bloemen en wat wisselgeld met een bedankje. Het is voor mijn vrouw………………

EN KRIJG IK NU OOK MIJN HANDSCHOENEN TERUG!!??


4

Langs de Mokkenburgweg











Via de Industrieweg in Noordhorn bereik je het weggetje door de weilanden langs de Mokkenburg die werd gebruikt als een boerderij door de familie van mijn buurman Wieringa. Zijn ouders kochten een huis aan de Langestraat 7.Zijn broer bewoonde als boer de Mokkenburg. 











De weg benadert de spoorlijn die loopt naar Grijpskerk.


Vroeger reden we over de spoorweg op de fiets met onze tweeling, die de spoorlijn noemden de Boing-Boing. Het geluid dat we hoorden, als we de rails raakten met de wielen. Het weggetje dat we noemden naar de   Mokkenburg gebruikte ik         (Jan Blaauw, Noordhorn)
persoonlijk om lekker te draven.
De afstand die ik dan liep. was ongeveer drie kilometer. Als ik meer wilde lopen, liep ik nog een keer dezelfde afstand en ik nam vaak de tijd op. Het weggetje gebruikte ik vaak ook om mijn zoon te leren fietsen. Met zoon Marthijs ging het gemakkelijk. Maar met Jan Mark ging dat fietsen een beetje stroef. Hij ging met mij mee, en ik drukte hem vooruit met mijn hand in de nek en hield hem in evenwicht. Ik liep hard en ondersteunde hem terwijl hij probeerde te fietsen. Af en toe liet ik hem even los. Ik bleef naast hem lopen om hem eventueel stevig weer in het nekvel te pakken. In het begin zat hij op de fiets te janken, maar ik zette door. En na verloop van tijd wende hij aan het fietsen op eigen houtje. Daarvoor gebruikten we de veilige, rustige Mokkenburgweg.

Mijn zoon heeft op die weg ook de liefde voor de trein opgevat. Hij heeft heel Nederland bereisd per spoor, maar ook in het buitenland en vooral in Zweden. Mijn kinderen zijn het huis uit naar Belgie en Zweden ( de tweeling ) en mijn dochter vlakbij in Zuidhorn.


                                 (van Jan Blaauw, Noordhorn)

Vlakbij  de beide boerderijen van Datema en de Jong is een tunnel geplaatst voor fietsers en ook voor de koeien om in een ander weiland te grazen. 
De overweg  over het spoor wordt niet meer gebruikt en is opgeheven. Het weggetje wordt nog regelmatig gebruikt . 
Ik loop via de Industrieweg via de Mokkenburg  naar de tunnel, langs de boerderij van Datema, waarvan twee kinderen les kregen van mij aan de mavo . 
We bereiken de weg langs het Starkenborghkanaal  langs Koopman richting  Noordhorn, langs de Industrieweg naar huis.



Voor een dagelijkse wandeling een aardige route, weilanden met boerderijen en het kanaal met boten. 
Er is vaak iets te zien. Heel af en toe ontmoet je fietsers, soms wandelaars (zoals ik met pensioen). 
Je ontmoet ook automobilisten, vrachtwagen-chauffeurs van Koopman  Burgler, Hummel, Top, Balkema. 
Deze route is voor mij favoriet. 
Ze geeft rust en drukte tegelijk. 
Op de weg direct parallel langs de spoorlijn worden regelmatig schapen losgelaten tussen roosters. 
Dan baan je een weg door de schapen die alle poepje lekker laten vallen in de vorm van dropjes. 
Maar gelukkig weet je, dat ze wel lijken. maar niet smaken naar drop. 
Wel doe je er verstandig  aan je schoenen goed af te vegen van het gras. 
Direct naast de Mokkenburg is een weilandje gekoppeld aan een stalgebouw voor enkele paarden, die overigens meestal buiten lopen. 
Een schimmel en een zwarte merrie die net een veulen heeft gekregen. 
De merrie staat altijd naast haar veulen zeker als die gaat liggen, wat vaak gebeurt. 
Voorbij de Mokkenburg  is een afsplitsing van de sloot, waar veel eenden en koeten zich bevinden. 
Het weilandje ernaast heeft een hengst en een merrie een zwarte en een bruine.



Als je de weilanden achter de Mokkenburg inspecteert, ontdek je op een zekere dag 2 zwanen, een broedende en een inspecterende. 
Na verloop zijn de jongen ter wereld gekomen. 
Ze zijn gekluisterd bij dezelfde (blijkbaar veilige) plaats. 
Op een zondag ontdekken we de zwanen en hun jongen dichter bij Grijpskerk. 
De zwanen zijn wat aan het zwerven natuurlijk voor de jongen om iets te leren van de omgeving.

Er is altijd wat te zien of mee te maken. 
Toch zijn er niet bijzonder veel wandelaars. 
Mensen die een hond willen uitlaten, kun je ontmoeten of mensen die naar de boerderij van Datema en de Jong. 
Een dame die aan de Langestraat woont om te wonen vlakbij de molen, waar haar man  als vrijwilliger de molen kan bedienen, laat aan de Mokkenburg haar hond uit. 
Ze heeft bij haar wandeling last van een sterke wind. 
Ik kom haar tegen en ze klaagt over de wind. 
Op de schapendijk heeft de wind haar beroofd van een van de  sieraden, hangend aan haar oorlellen. 
Ze vraagt me ook te kijken of het ergens onderweg ligt. 
Volgens mij is dat hetzelfde als het zoeken naar een speld in een hooiberg. 
Ik besluit dus niet te kijken naar oorbellen die tussen schapen zijn te vinden. 
Maar al spoedig ontdek ik, dat ik mij mijn ogen de kost geven. 
Heb ik mazzel of misschien heeft ze het ding opzettelijk gedeponeerd voor  mij. 
Ik veeg het apparaat af en met enige wil, blijkt het een langwerpig, oorbelachtig geval. 
Ik glijd het apparaat veilig in mijn zak en besluit het ding keurig bij haar thuis met trots af te geven. 
Nadat ik de route gedeeltelijk heb gelopen, wip ik even thuis aan om te plassen. 
Ik vertel over de oorbel die ik heb gevonden en die ik ga aanbrengen terwijl ik mijn route vervolg namelijk een rondje Noordhorn. 
Ik loop eerst de Langestraat langs het molenaarshuis en bel aan. 
De wandelaarster doet open. 
Ze hoort, dat ik een oorbel heb gevonden, misschien behorend bij een schaap, maar deze  waarschijnlijk behorend bij een Noordhornster. Met stomheid geslagen wil ze me iets aanbieden, bijvoorbeeld  koffie. Dat lijkt me niks, maar ik zeg dat ik mijn wandeling wil voortzetten. Een andere keer dan maar, want al gauw moet ik eten en het gaat om een warme maaltijd.

Soms tref je onderweg niemand, soms heb je geluk. 
Deze keer is het aan de keer van het Starkenborghkanaal. 
Een visser draagt zijn hengel en zoekt in zijn auto naar een leefnet. 
Hij haalt het tevoorschijn en roept me om te vermelden met trots, dat hij beet heeft en geen flauwekul, want zijn hengel buigt enorm door. Terwijl hij net zijn materiaal wilde opbergen om te stoppen.  
De hengel kan ingehaald worden, want hij is gewapend met een leefnet, dat hij keurig onder zijn hengel houdt. 
Er komt een fietser die stopt en die ook van plan is mee te genieten van deze vangst. 
Wij zijn twee toeschouwers. 
De visser staat in aanslag met het leefnet en dan tuimelt een dikke, zware snoek in het leefnet. 
Wat ga je ermee doen? 
Ja natuurlijk, eten, lekker natuurlijk. 
De snoek ,dat moet ze zijn, wordt even in het gras gesmeten. 
Hij gaat op zoek naar in de auto een  groot,stevig mes. 
Hij zoekt een plek, waarin hij zijn mes plant en doorhaalt. “Zo gaat hij dood”, mompelt hij. 
De toeschouwer wil weten hoe zwaar de snoek zal zijn. 
“Vast wel meer dan tien kilo” 
Voordat hij de snoek in de auto deponeert, loop ik naar hem toe, en ik vraag: 
“Kan ik de vis nu al mee? 
Of brengt u hij met de auto langs” 
Hij vindt mijn opmerking niet geweldig. 
Hij doet net of hij me niet hoort. 
Hij is misschien ook voor wat de andere toeschouwer zal bedenken. 
Ik weet bijna zeker, dat deze visser alles voor zichzelf wil houden. 
Ik vind hem te hebberig, als ik let op zijn handelingen bij het vangen en het doden. 
Ik groet en vervolg mijn weg. 
Ik ben verbaasd, dat er dikke, en grote vissen in het kanaal zitten. 
Mijn schoonvader ving alleen spierinkjes, als hij hier ging vissen.

Er zijn mooie dagen bij , niet te warm en heerlijk weer om nog iets te doen. 
Lopen langs Mokkenburg aan de rechterkant weilanden. 
Er lopen rode pinken en een paar wit-zwarte kalveren. 
Volgens mij ligt in het gras een veulen, maar dat kan niet, want het paard is niet in buurt. 
Dan realiseer ik mij, dat wat daar ligt, misschien een dood kalf ligt. 
Ik blijf even kijken en stop het lopen. 
Ik tuur naar het zwarte. dat daar ligt. 
Het beweegt. 
Het leeft, want het beweegt, maar wat is het? 
Is het een kalf, of een ander beest? 
Plotseling verandert de positie.
Het lijken benen die bewegen. 
Is het toch een veulen?
Dan worden, iets wat lijken op benen omhoog gestoken. 
Ik blijf gebiologeerd kijken. 
Wat is het , dat steeds beweegt. 
Het is een mens. 
Je ziet ,dat blijkbaar aan iets, wat lijkt op benen met laarzen, die fietsende bewegingen maken. 
Is het een mens? 
Ik denk een vrouw. 
Een boer gaat niet zomaar in het weiland luchtfietsen. 
Een boer werkt in een weiland en ligt niet in het weiland om bruin te worden in de zon. 
Ik loop door, maar het biologeert me. 
Op een dag meldt Douwe bij ons huis hij wil een nieuwe ketel installeren. 
Die klus kan een hele dag nodig duren. 
Hij wil dus om acht uur beginnen dan zal hij om ’s avonds ongeveer zes uur klaar zijn. 
Hij begint met pech, hij meldt dat hij wat later komt, want ze hebben hem de verkeerde ketel gestuurd . 
Die fout zal hij eerst recht zetten. 
Als hij is gearriveerd, kan hij beginnen met het installeren. 
Dan rinkelt zijn telefoon. 
Hij wordt opgeroepen door de brandweer, waarvan hij als vrijwilliger lid is. 
Hij vertelt ,dat hij binnenkort toch zal beginnen met zijn ketel, die bijna ligt te verroesten. 
Maar de brandweer gaat voor. 
Al met al heeft Douwe zijn klus gered voor vanavond 7 uur. 
Tot zover verloopt het prima.

Het echte muisje krijgt volgend jaar nog een  staartje. 
In de middag besluit ik weer te wandelen. 
Ik kies mijn bekende route. 
Uit het dorp klink de sirene. 
Is het de politie of de brandweer, of een ziekenauto. 
Ik ken ze niet uit elkaar. 
Ik laat het maar zo. 
Ik loop, totdat ik links afsla langs het kanaal. 
Uit  de richting van  Noordhorn richting Grijpskerk komt de brandweerauto. 
De wagen slaat de weg rechts lans de boerderij van Datema. 
Ik kijk de auto na. 
De brandweer rijdt terug richting Noordhorn. 
Er is niks zeker? 
Ik kijk links naar de weilanden. 
Op de hoogte waar ik loop. loopt een sloot van  het spoor tot het kanaal. Er spartelt een koe in de sloot. 
Het lijkt bijna op zwemmen. 
Er stopt een jongen bij me om te kijken. 
De brandweer nadert ons en wij wijzen onze zwemmende koe. 
Daar is het hun ook om. 
Ze beklimmen ze het hek en landen in het weiland. 
Douwe is er bij als brandweer. 
Ik vertel, dat ik speciaal voor hem een koe in de sloot heb gejaagd. 
Hij probeert een glimlach te toveren. 
Dan zie ik Jurjen. 
Hij hoort ook bij de brandweer. 
Hij vindt het het zo leuk, dat hij het voetballen op de tweede plan heeft gezet. 
Dus ik kan mijn grap weer maken. 
Ik zeg: 
“Jurjen, ik heb speciaal voor jou een koe gejaagd in de sloot. 
Hij komt ook niet verder tot een grijnsje. 
Hij zal hij wel denken: 
Zij  komen alleen voor het kijken, maar voor ons is het zware werk. 
Zij lopen door in het weiland naar de plek waar de koe te water ging. Achter ons stopt een landrover met twee brandweermannen. 
Ik herken een van hen als Klaas Jan Pijpker. 
Ze komen voor nodige assistentie. 
Er is een behoorlijk groepje. 
Met touwen, gekleed met lieslaarzen proberen zijde doe op de wal te krijgen. 
Helaas presteert de koe weinig, zij is blijkbaar al bekaf. 
Er ontstaat een gemartel. 
Mijn mede toeschouwer klaagt, dat veel koeien die worden gered, toch worden afgemaakt, omdat ze teveel water hebben binnengekregen. Daarvoor sta ik niet te kijken. 
Ik wil het alleen zien, als het goed afloopt. 
De jongen zegt, dat hij naar huis moet om te eten. 
Ik besluit, dat ook te doen.

Gelukkig zie ik Douwe de volgende dag weer. 
Hij doet nog een klusje voor ons. 
De dakgoot is lek. 
Hij verhelpt het probleem. 
“De koe heeft het gered” zegt hij. 
“Ze hoefden haar niet afmaken”. 
Gelukkig!


Bij de Jong is Willeke  met haar kinderen weer in het ouderlijk huis ingetrokken. 
Ze is genoemd naar haar oma Wilmkje. 
Ze woonde met Oane twee huizen terug bij de brug. 
We komen vaak op bezoek om even te kletsen. 
Oane  woonde aan de Langestraat, nadat hij stopte met de boerderij. Hij was getrouwd met een Wilmkje naar wie Willeke werd vernoemd. Opa Oane vertelde dat hij niet mocht meedoen aan het avondmaal, omdat hij geen belijdenis durfde te doen. 
Hij, vond dat hij in de ogen van God niet vroom was. 
Eenmaal oud, begreep hij niet dat de kerk jonge kinderen zonder meer toeliet tot het avondmaal, terwijl hij……………..

In de winter zijn de koeien op stal,maar de schapen houden het buiten vol. 
Er wordt inderdaad voor het eerst na jaren geschaatst. 
Ook de  mensen van de Jong hebben een mooi slootje gevonden. 
Ze rijden duidelijk met plezier. 
Verder is er een reiger die zich laat zien en soms een haas, maar verder zijn er alleen eenden en andere vogels om je heen. 
In januari wordt het weer iets beter met meer zon. 
Als ik aan het eind van januari mijn rondje weer loop zie ik in weilanden geen schapen meer. 
Alleen is een bok in het weiland. 
Geen schaap is  te zien. 
De bok loopt maar een beetje rond. 
Hoe komen op deze manier lammetjes? 
Ik kijk de bok na.
Ik heb medelijden met hem

 In februari heb ik de Mokkenburgroute gelopen met mijn kleindochter Olivia en mijn schoondochter en natuurlijk Jens in de kinderwagen. 
Ik vertel van de fietslessen die ik gaf aan Jan Mark en zijn eerste kennismaking van het spoor, die hij de Boing.Boing noemde. 
Olivia is een echte puber van vier jaren. 
Overal stopt ze, totdat zij zich laat overhalen..... en eindelijk zijn we weer thuis.

Het is april .
Langzamerhand komen de koeien in de wei. 
Er heeft zich genesteld een zwaan. 
Een paar dagen heb ik maar één geteld. 
Hoe zit dat? 
  
De SCHIPSSLOOT!
Tuin en huis 003





5

DE KERSTBOOM VAN BABEL


In Noordhorn hebben we sinds enige jaren de traditie dat bij een appartementenboerderij in de voortuin een grote kerstboom wordt geplaatst rond de kerstdagen. 
Dit gebeurt vooral op initiatief van wat jongere ondernemers die wel van een stunt houden. 
Toch doet de hele middenstand mee als sponsor. 
Het plaatsen van de boom is op zich al een spektakel. 
Er komt een grote takelwagen, die het verkeer een poos lam legt, want de lampen en bollen en andere versieringen moeten in de liggende boom gehangen worden . 
Dan hijst de hijskraan hem in verticale stand. 
Hij staat weer en naast de verlichte molen is Noordhorn enkele weken van grotere afstand duidelijk te herkennen in het donker. 
Dit jaar is de boom extreem groot. 
De reden hiervan zou  volgens tongen zijn, dat het de grootste van Nederland moet zijn en dat je hem vanaf de maan zou kunnen zien. 

Dit soort heldenverhalen maakt sommige mensen in het dorp wel wat sceptisch: 
De een vindt het prachtig. 
De ander vindt het maar een overdreven kabaal en een derde houdt meer van gewoon donker en spreekt van nachtvervuiling. 
Alsof het zo moet zijn, bestelt de weerman een hevige wind of storm die ook inderdaad door Noordhorn raast. 
En zie de kerstboom van Babel knapt af als een luciferhoutje.

Links in de voortuin van SICKE BENNINGHESTEDE


Gelukkig zijn er geen ongelukken, maar de brandweer moest komen om de boom in stukken te zagen, zodat de wegen weer bereden konden worden rond de appartementenboerderij.
Diezelfde week wordt over het sponsorbord dat trots bij de boom stond een spandoek gehangen. 

En aantal onverlaten leggen ook een klein, versierd kerstboompje horizontaal op de plek waar de grote boom in de grond was vastgemaakt. 
Op het spandoek staat met grote letters:
WEL HET KLAIN NAIT EERT, 
IS HET GROOT NAIT WEERT!

Deze boodschap is glashelder en behelst een verpletterende wijsheid. 
Het spandoek was sneller weg dan de boom.




COMMENTAAR:
Welkom op onze website
26 december
Afgelopen zaterdag 20 december is, volgens ons, het onwaarschijnlijke gebeurd. Om klokslag zeven uur in de vooravond is de kerstboom door een gigantische windvlaag geveld.
Door de brandweer en veel vrijwilligers is alles binnen de kortste keren opgeruimd. Ondanks het slechte weer stonden weer veel vrijwilligers paraat voor ons. Ook van gemeentewege kregen we alle medewerking.
Onze hartelijke dank gaat uit naar de vrijwilligers en sponsors voor alle vrije tijd, energie en financiële ondersteuning. Zonder hen is een dergelijk evenement onmogelijk te realiseren. Hulde voor deze mensen.
Wij willen ook de mede Noordhorners bedanken voor alle bemoedigende woorden. Zij vinden het gebeurde net zo erg als wij. De reacties kwamen persoonlijk, per telefoon en e-mail. Wij ervaren dit als een grote steunbetuiging voor ons initiatief m.b.t. de jaarlijkse kerstboom.
De kerstboomcommissie 2003
13 december
De afgelopen week hebben we alle foto’s binnengekregen en deze zijn inmiddels allemaal bekeken. Hieruit hebben we een selectie gemaakt en er zijn bijna 300 geplaatst. We hebben zoveel mogelijk rekening gehouden met bezoekers die internetten via een normale lijn en alle foto’s daarom verkleind. Boven elke pagina is vermeld hoe lang het maximaal duurt om alle foto’s van de serie te downloaden. Wil je graag een foto op normaal formaat, meld het dan en de foto zal naar je toe gemaild worden. De naam van de foto kun je vinden door met de rechter muistoets op de foto te klikken en de eigenschappen te selecteren.
8-12-2003
Zaterdag, 6 december
De boom is geplaatst in Noordhorn.
s'Morgens, al voor zes uur, zijn de eerste vrijwilligers vertrokken om de vrachtwagen en de kraan op te halen. Tussen zeven en half acht was iedereen gearriveerd bij “onze boom” in Appelscha. Na de nodige voorbereidende werkzaamheden konden we even na tien uur rijden en om klokslag elf uur reden we Noordhorn binnen.
Hier was ook al het nodige werk verzet, wat betreft de afzettingen e.d.
Na wat tegenslag bij het plaatsen van de boom in de buis, stond deze toch om half drie vast in de staalkabels.
Toen was de tijd aangebroken om de door het plaatselijke café aangeboden snert te gaan eten. Hierna kon worden begonnen met het aanbrengen van de verlichting in de boom. Deze werd, met behulp van een verrijker en de kraan, in recordtempo aangebracht.
De boom met de lichtjes en kerstballen leveren weer een fraai gezicht.

Om 17.30 uur was alles weer opgeruimd en kwam een einde aan een zeer vermoeiende, maar o zo gezellige dag.

We proberen zo snel mogelijk alle gemaakte foto’s te verzamelen en ook hier te plaatsen.

1-11-2003 
Het is bijna weer zover


De boom is uitgezocht en zal 6 december, als het weer meewerkt, geplaatst worden.
Hij staat nu nog trots in het bos te Appelscha.
De metamorfose van boom tot kerstboom vraagt veel organisatie en kan alleen gerealiseerd worden met de hulp van veel vrijwilligers, sponsoren en daarnaast nog bedrijven die het één en ander ter beschikking stellen. Zonder deze mensen is het onmogelijk om zo'n groots evenement te organiseren.
Wij zijn ze dankbaar.
Dit jaar is de boom weer iets groter dan de voorgaande jaren.
De kruin komt ruim 25 meter boven de grond (exclusief een verlichte ster met een diameter van 1.5 meter. De boom zal weer, net als vorig jaar, ruim voorzien worden met honderden lampen en kerstballen

.
De kerstboomcommissie:
Jeroen, Jan en Henk
      




Geen opmerkingen:

Een reactie posten